Steins Bisschop, Gijsbertha Maria
| Gijsbertha Maria Steins Bisschop | ||
| Afbeelding gewenst | ||
| Volledige namen | Gijsbertha Maria Steins Bisschop | |
| Geboortedatum | 11-07-1874 | |
| Geboorteplaats | Amsterdam | |
| Adres | Oude Dijk 1 | |
| Woonplaats | Tilburg | |
| Beroep | Missiezuster (congregatie Zusters van Liefde van Onze Lieve Vrouw, Moeder van Barmhartigheid) | |
| Overlijdensdatum | 11-02-1944 | |
| Plaats van overlijden | Bangkinang (ID) | |
Geef de oorlog een gezicht!
Kun jij ons helpen met het schrijven van het levensverhaal van deze persoon?
Hoewel het meer dan 75 jaar geleden is dat er een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog blijft het belangrijk de slachtoffers te herdenken. We willen door hun verhaal te vertellen de slachtoffers eren en de herinnering levend houden
Alle Tilburgse oorlogsslachtoffers zijn opgenomen in de Wiki Midden-Brabant en we streven er naar van ieder een levensbeschrijving en foto op te nemen.
Helaas hebben we van sommigen maar beperkte of soms helemaal geen informatie. We hebben jouw hulp nodig deze levensverhalen vast te leggen door ontbrekende informatie aan te vullen met verhalen of foto’s. We ontvangen je reactie graag via info@regionaalarchieftilburg.nl o.v.v. Wiki Oorlogsslachtoffers.
Gijsbertha Maria Steins Bisschop (Geb. Amsterdam 11-07-1874 – gest. Bangkinang (ID) 11-02-1944), religieuse bij Zusters van Liefde O.L.V. Moeder van Barmhartigheid. Zij overleed op 11 februari 1944 in een interneringskamp voor vrouwen in Bangkinang.
Inhoud
Achtergrond en jeugd
Gijsbertha Maria Steins Bisschop werd op 11 juli 1874 geboren aan de Herengracht 550 te Amsterdam. Zij groeide op in een gezin van 9 kinderen. Gijsbertha was het derde kind. In 1868 trouwden haar ouders met elkaar. Haar moeder was Elisabeth Maria Bonnike. Haar vader was Johannes Reijnerus Maria Steins Bisschop en was werkzaam als wijnhandelaar.
Op 21 november 1898, als Gijsbertha 25 jaar is, schrijft zij zich in bij de Zusters van Liefde in Tilburg. Daar krijgt zij de naam Zuster Ignatius van Loyola. Op 3 juni 1921 vertrekt zij naar Padang op Sumatra in Indonesië.
Zusters van Liefde en missiewerk in voormalig Nederlands-Indië
De congregatie van de Zusters van Liefde Onze Lieve Vrouw Moeder van Barmhartigheid, de grootste congregatie van vrouwelijke religieuzen in Nederland, werd in 1832 gesticht door Joannes Zwijsen in Tilburg. Joannes Zwijsen werd later bisschop van 's-Hertogenbosch en aartsbisschop van het aartsbisdom Utrecht. Binnen de zustercongregatie van de Zusters van Liefde was, net als binnen vele andere congregaties, de missie een integraal onderdeel van het kloosterleven.
Al vanaf 1856 waren er Nederlandse missionarissen actief in het voormalig Nederlands-Indië. Tijdens het interbellum komt de missiebeweging volledig tot bloei en werd de voormalige Nederlandse kolonie de meest populaire bestemming voor Nederlandse missionarissen. In de ogen van missionarissen hadden zij de plicht om de ongelovigen in de eigen kolonie tot het Christendom te bekeren. Daarnaast werd er van paters, broeders en zusters verwacht dat zij zouden bijdragen aan 'de beschaving van de inheemse bevolking.' In hoofdzakelijke lijnen wilden zij dus andere mensen helpen en hen tegelijkertijd ergens van overtuigen. Dit missie-ideaal veranderde door de jaren heen: de missies kwamen later steeds meer in het teken te staan van het algehele welzijn van de gekoloniseerden en het verbeteren van hun levensomstandigheden. Na de Tweede Wereldoorlog ging dit nog een stapje verder: men probeerde steeds meer over te gaan tot interactie en dialoog met de lokale bevolking en niet uitsluitend het eigen geloof op te leggen. Langzaamaan begonnen de missionarissen steeds kritischer naar zichzelf, naar de welvaart in het westen en het daaruit voortkomende onrecht te kijken.
In 1885 vertrokken per stoomschip de eerste negen missiezusters [1] van de Zusters van Liefde naar Padang op Sumatra in het voormalig Nederlands-Indië. Hun reis, waarbij zij meerdere tussenstops maakten, duurde ongeveer anderhalve maand. De missiezusters bouwden een leven op in een ander land dat in grote lijnen overeenkwam met hun leven en werk in Nederland. In het licht van de primaire doelstellingen van bisschop Zwijsen zorgden de missiezusters voor zieken en armen en gaven zij katholiek onderwijs aan (arme) kinderen. De eerste missiezusters die aankwamen in de voormalige Nederlandse kolonie gaven les aan de kinderen van witte gezagsdragers uit de hogere klassen. Van het vele schoolgeld dat deze gezagsdragers betaalden, konden er scholen worden opgezet voor de lokale bevolking. Daarin werd een onderscheid gemaakt tussen Hollandsch-Indische scholen en Hollandsch-Chinese scholen. Naast het bieden van onderwijs hadden sommige missies ook een medisch karakter.
Interneringskamp Bangkinang
Toen de Japanners in januari 1942 voormalig Nederlands-Indië bezetten, werden een aantal Zusters van Liefde, zoals een van hen het zelf omschreef, geïnterneerd, uit hun huis gezet en overgebracht naar het fraterhuis, vervolgens, in oktober 1943, overgebracht naar de gevangenis en als laatste, in december 1943, naar het interneringskamp Bangkinang gebracht. De zusters probeerden daar zo goed als het kon hun religieuze leven te onderhouden. Zuster Leonarda omschrijft dat zij dit bijvoorbeeld deden met tijden van stilte, dagelijkse gebeden, dagelijks koorgebed en elke maand afzondering. De zusters hadden al hun boeken meegesleept, "en dat was een uitkomst, want [zij] moesten hier alles missen, doch O.L.Heer vulde alles aan." Daarnaast probeerden de zusters zo goed als mogelijk hun sociale taken voort te zetten in de erbarmelijke omstandigheden van het kamp. Zij zorgden voor de zieken, kinderen en voor onderwijs, en toonden daarmee medemenselijkheid in een inhumane situatie.
De omstandigheden in het interneringskamp Bangkinang waren zwaar. Lijdend onder hongersnood moedigden de zusters elkaar aan "met de gedachte dat er in Holland nog veel meer zou geleden worden en wij hier tenminste geen bombardementen meemaakten." Zij wisten bovendien dat er door de zusters in Tilburg voor hen werd gebeden. Door vast te houden aan hun geloofsovertuiging maakte dat hun sterk en konden zij "de moed erin houden, zelfs bij de grootste beproeving en ontbering vooral door de dood onzer Medezusters."
In het kamp in Bangkinang verbleven de zusters samen in blok C. Een gedeelte van het blok, omgedoopt tot 'het Zustershuis', vormde voor de zusters het zit-, eet-, en slaapvertrek. Ook werd er in dit gedeelte van het vertrek gewerkt: de was werd er te drogen gehangen, er stond een naaimachine en er lagen (religieuze) boeken. De zusters werkten daarnaast in het kamp ook in de polikliniek waar zij zieken en gewonden verzorgden, in de keuken en op de wasplaats. In de buitenlucht werd er (religieus) onderwijs gegeven aan de kinderen.
Van alle Zusters van Liefde die op missie naar de voormalige kolonie werden gestuurd, zijn er 11 overleden in het interneringskamp Bangkinang en 4 in het kamp Pulau Berajan.
| Zendingskaart uit circa 1930 | ||
| ||
| Links op de kaart ligt Sumatra, met Padang aan de kust. Bron: Vrije Universiteit Amsterdam (P. Noordhoff) |
Bronnen en literatuur
Gebeurtenis
Door de Japanse bezetter geïnterneerd en overleden in het interneringskamp te Bangkinang.
