Beeld Julianalaan 87

Maria beeldje – hoek Omschoorweg nis in aanbouw achterzijde Circa 1850-1950

Maria beeldje


Wit Mariabeeldje met gespreide armen en omhoog wijzende handpalmen. Maria draagt een wijde mantel en een sluier zonder kroon. De manier waarop Maria hier is weergegeven, met gespreide armen en zonder kind, is in de negentiende en twintigste eeuw onder vrome katholieken bijzonder wijd verspreid en werd gebruikt in medaillons, op bidprentjes, als kleine beeldjes en op allerlei andere religieuze objecten. De voorwerpen met de afbeelding van Maria waren bedoeld om de bezitters ervan te beschermen, te behoeden voor rampen en genade te geven. De oorsprong van deze wijze van afbeelden en de populariteit ervan ligt bij een Mariaverschijning aan een Franse non, Catharina Labouré, in 1830. Deze kloosterlinge bij de Orde van de Dochters van Liefde zag Maria voor zich en kreeg van haar de boodschap dat de wereld grote rampen stond te wachten. De mensen konden zich hiertegen beschermen als ze een medaillon zouden dragen met daarop de beeltenis van Maria. Door het uitspreken van het gebed: “O, Maria, zonder zonden ontvangen, bid voor ons die onze toevlucht tot U nemen”. De houding van Maria met de gespreide armen en de geopende naar boven gerichte handpalmen zorgden ervoor dat Gods genade naar de hulpvragende kon stromen. Op sommige afbeeldingen zien we dat uitgebeeld door felle stralen uit Maria’s handen. Onder de wijde mantel bood Maria haar bescherming aan. Catharina Labouré werd in 1947 heilig verklaard. Ze was ook de patrones van de duivenhouders.


Informatiebron

• diverse internetsites onder de zoekterm “wonderdadige medaille”.