Explosies V-1 en V-2 (vliegende bommen) in Tilburg: verschil tussen versies

 
Regel 10: Regel 10:
  
 
===Donderdag 1 februari 1945, Minister Talmastraat===
 
===Donderdag 1 februari 1945, Minister Talmastraat===
 +
<beeldonline>6aa4e450-fbc4-426f-898c-8fdaaf7c16e5</beeldonline>
 +
 
De opmars van de Duitse troepen in de Ardennen, in combinatie met het luchtoffensief, veroorzaakte een zenuwachtige stemming in de stad. En ook al was de Duitse opmars een laatste stuiptrekking en werden de Duitse troepen kort daarna weer teruggedrongen, het luchtoffensief tegen Antwerpen bleef onverminderd doorgaan. In januari 1945 stortten acht V-1's neer, gelukkig steeds buiten de bebouwde kom en zonder slachtoffers te maken, totdat de stad op 1 en 2 februari 1945 direct getroffen werd. Op 1 februari viel om tien over half een in de middag een V-1 neer in de Minister Talmastraat, achter de woningen 44 en 46. Het resultaat was 22 doden, 6 zwaargewonden en 78 lichtgewonden. 9 Woningen werden vernield en 7 zwaar beschadigd. De ramp ging feitelijk de krachten van de Luchtbeschermingsdienst, die moest werken met enkele versleten auto’s, te boven. Een belangrijk deel van het reddingswerk werd dan ook verricht door de Militaire Geneeskundige Dienst van de in de stad gestationeerde Engelse militairen die met Rode Kruiswagens op de plaats van het onheil arriveerde en zich bezighield met het verlenen van de eerste hulp, vervoer van doden en gewonden naar het Militair Hospitaal in de Elzenstraat en met de opruiming.  Bijzonder zwaar werden getroffen de familie Buster (Min. Talmastraat 44), Cuijpers (Min. Talmastraat 40), Ebbing (Min. Talmastraat 42), Van Gool (Min. Talmastraat 48) en Mutsaers (Min. Talmastraat 46).
 
De opmars van de Duitse troepen in de Ardennen, in combinatie met het luchtoffensief, veroorzaakte een zenuwachtige stemming in de stad. En ook al was de Duitse opmars een laatste stuiptrekking en werden de Duitse troepen kort daarna weer teruggedrongen, het luchtoffensief tegen Antwerpen bleef onverminderd doorgaan. In januari 1945 stortten acht V-1's neer, gelukkig steeds buiten de bebouwde kom en zonder slachtoffers te maken, totdat de stad op 1 en 2 februari 1945 direct getroffen werd. Op 1 februari viel om tien over half een in de middag een V-1 neer in de Minister Talmastraat, achter de woningen 44 en 46. Het resultaat was 22 doden, 6 zwaargewonden en 78 lichtgewonden. 9 Woningen werden vernield en 7 zwaar beschadigd. De ramp ging feitelijk de krachten van de Luchtbeschermingsdienst, die moest werken met enkele versleten auto’s, te boven. Een belangrijk deel van het reddingswerk werd dan ook verricht door de Militaire Geneeskundige Dienst van de in de stad gestationeerde Engelse militairen die met Rode Kruiswagens op de plaats van het onheil arriveerde en zich bezighield met het verlenen van de eerste hulp, vervoer van doden en gewonden naar het Militair Hospitaal in de Elzenstraat en met de opruiming.  Bijzonder zwaar werden getroffen de familie Buster (Min. Talmastraat 44), Cuijpers (Min. Talmastraat 40), Ebbing (Min. Talmastraat 42), Van Gool (Min. Talmastraat 48) en Mutsaers (Min. Talmastraat 46).
  

Huidige versie van 14 jun 2019 om 15:11

Na de capitulatie van Nederland in 1940 verwijderden de fronten zich in snel tempo. België capituleerde. Frankrijk capituleerde. In Noord-Afrika rukten de Duitsers op in de richting van Egypte. De Balkan werd veroverd. In de Sovjet-Unie rukten de Duitsers op tot vlak voor Moskou en Stalingrad. Oorlog werd tot berichten in de krant, ver weg. En het waren in eerste instantie de Duitsers die overwinningen te melden hadden. En toen vanaf de herfst van 1942 de geallieerden tot tegenaanvallen overgingen, lagen de fronten duizenden kilometers verwijderd, in het oosten en in het zuiden. Maar langzaam maar zeker kwamen zij dichterbij. En vooral na 6 juni 1944, de geallieerde landing in Normandië, wisten we dat de bevrijding een kwestie van nabije toekomst was. Bevrijding, wat was dat? Het was als het stappen in een nieuwe wereld, zonder onderdrukking, zonder tekorten, zonder oorlog - althans geen oorlog die ons naar het leven zou staan. Het was een ideaalbeeld, waaraan we ons tijdens de bezetting vastklampten en wel moesten vastklampen om de moed erin te houden. Maar op verschillende punten kwamen we nadat de feestvreugde om de bevrijding verstomd was, terecht in een desillusie. Dat kon ook niet anders, we hadden het ons allemaal te mooi voorgesteld. De oorlog verwijderde zich, maar dat betekende niet dat Tilburg er los van kwamen te staan. De lijst van slachtoffers die stonden aan de donkere zijde van de bevrijding, kreeg na de bevrijding een vervolg die minstens even lang was. Het waren de slachtoffers van neerstortende V-1’s, van beschietingen en bombardementen, van achtergebleven mijnen en granaten, van wrange incidenten die te maken hadden met de naweeën van oorlog en bezetting.

Vliegende bommen

Eigenlijk herkenden wij het nieuwe gevaar vanuit de lucht niet direct. Op zondag 29 oktober 1944, terwijl alle aandacht nog uitging naar de bevrijders, vloog een eenzaam onbemand vliegtuig, aangedreven door een eenvoudige straalmotor, over de stad. Vijf dagen later, op vrijdag 3 november vloog er een over het oostelijk deel van de stad en werd neergeschoten. Hij stortte neer aan de Heikantsebaan.


Maandag 18 december 1944, Vijfhuizen

Tot midden december vloog zo nu en dan een V-1 over, zonder onrust te wekken. Maar op 16 december 1944 openden de Duitsers het Ardennenoffensief, met het doel zich van de haven van Antwerpen meester te maken en de geallieerde troepen in Zuid-Nederland en Noord-België te vernietigen. Tegelijkertijd begonnen zij een luchtoffensief vanuit de Achterhoek en Overijssel met V-1’s tegen Antwerpen. En Tilburg lag op de vliegroute van de V-wapens naar Antwerpen. Op maandag 18 december om 12.00 uur kwam een V-1 neer op Tilburgs grondgebied, en wel in de buurtschap Vijfhuizen op het akkerland van Adrianus Broekhoven, die op dat ogenblik op zijn land liep en op slag werd gedood.


Donderdag 1 februari 1945, Minister Talmastraat

De opmars van de Duitse troepen in de Ardennen, in combinatie met het luchtoffensief, veroorzaakte een zenuwachtige stemming in de stad. En ook al was de Duitse opmars een laatste stuiptrekking en werden de Duitse troepen kort daarna weer teruggedrongen, het luchtoffensief tegen Antwerpen bleef onverminderd doorgaan. In januari 1945 stortten acht V-1's neer, gelukkig steeds buiten de bebouwde kom en zonder slachtoffers te maken, totdat de stad op 1 en 2 februari 1945 direct getroffen werd. Op 1 februari viel om tien over half een in de middag een V-1 neer in de Minister Talmastraat, achter de woningen 44 en 46. Het resultaat was 22 doden, 6 zwaargewonden en 78 lichtgewonden. 9 Woningen werden vernield en 7 zwaar beschadigd. De ramp ging feitelijk de krachten van de Luchtbeschermingsdienst, die moest werken met enkele versleten auto’s, te boven. Een belangrijk deel van het reddingswerk werd dan ook verricht door de Militaire Geneeskundige Dienst van de in de stad gestationeerde Engelse militairen die met Rode Kruiswagens op de plaats van het onheil arriveerde en zich bezighield met het verlenen van de eerste hulp, vervoer van doden en gewonden naar het Militair Hospitaal in de Elzenstraat en met de opruiming. Bijzonder zwaar werden getroffen de familie Buster (Min. Talmastraat 44), Cuijpers (Min. Talmastraat 40), Ebbing (Min. Talmastraat 42), Van Gool (Min. Talmastraat 48) en Mutsaers (Min. Talmastraat 46).


Vrijdag 2 februari 1945, Huize Mariëngaarde

Terwijl het neerkomen van de V-1 in de Minister Talmastraat nog hèt onderwerp van het gesprek was, stortte de volgende ochtend om vier minuten voor negen weer een vliegende bom neer achter een woonhuis in de Burgemeester van Meursstraat (no.4), vlak bij de keuken en de kapel van het pension Mariënburg die totaal verwoest werden. Weer vielen er 22 doden te betreuren (16 Tilburgers en 6 mensen van buiten Tilburg.) Het aantal zwaargewonden was bijna even groot (19). Ongeveer 100 mensen werden lichtgewond. Om kwart voor negen was de Luchtbeschermingsdienst op de plaats van het onheil. Maar daar waren reeds met een groot aantal Rode Kruiswagens aanwezig de militairen van de Engelse Militaire Geneeskundige Dienst die de hulpploegen van de LBD van het terrein verwijderden. De ter hulp gesnelde LBD-ers werden daarom ingezet om de straten in de directe omgeving schoon te maken, beschadigde panden te bewaken en omwonenden te evacueren. Om twee uur trokken de Engelsen zich (op een kleine groep na) terug en nam de LBD, op verzoek van een Engelse officier, het reddingswerk over. Om vier uur vertrokken de laatste Engelse militairen en om 6 uur werd het werk gestaakt met de bedoeling om de dag daarop, zaterdag 3 februari, weer door te gaan. Er was toen nog minstens één vermiste, maar die kon ook door de Engelsen zijn weggebracht. De volgende ochtend kwam maar weinig personeel van de LBD opdagen. Waarom? Veel LBD-ers hadden gehoord dat de Engelsen het werk de volgende dag weer zouden overnemen. De LBD was dus niet nodig. Het was ‘Het verkeerde bevel […] dat door niemand was gegeven, en toch door iedereen was gehoord’, aldus een rapporteur. Versterkingen kwamen aan in de loop van de ochtend en middag. Om zeven uur 's avonds werd het werk gestaakt en vertrokken de laatste hulpverleners. Deze test-case voor de hulpverlening door de LBD, legde een aantal falen en feilen bloot die er niet om logen. De rapporteur die wij hierboven al aanhaalden, constateerde dat blokploegen op vrijdagmiddag vertrokken zonder kennisgeving aan de centrale leiding, dat er traag en weinig getraind gewerkt werd, dat veel ploegcommandanten een voorbeeld waren van luiheid en dat van samenwerking tussen LBD en opzichters van Publieke Werken aanvankelijk geen sprake was. Zeer te spreken was de rapporteur over de ‘enthousiaste medewerking’ door de Ordedienst (hulppolitie) en de medewerking door de Gemeentepolitie

De rampen in de Minister Talmastraat en op Mariëngaarde stonden niet op zichzelf. Enkele dagen tevoren, op 26 januari stortte een V-1 neer in Kaatsheuvel vlak voor het missiehuis Sint Anthonius. 24 Bejaarde evacués waren op slag dood. De volgende dag, 27 januari, stortte een V-1 neer vlakbij Huize St. Vincentius in Udenhout. Wonder boven wonder waren er geen doden of gewonden.

Dinsdag 20 februari 1945, Beekseweg

De overvliegende V-1’s legden een psychische druk op de stad. Goed, ze waren niet bestemd voor Tilburg, maar voor Antwerpen. Maar ze waren zo onbetrouwbaar dat Tilburg in het onveilige gebied, grenzend aan Antwerpen, lag. Het aanvliegen en overvliegen riep verhoogde waakzaamheid op. Zolang men de motor van het projectiel hoorde, was er niets aan de gang. Maar stopte die motor, dan kwam het toestel naar beneden. Dan was het zaak binnen enkele seconden een schuilplaats te vinden. En dan maar met kloppend hart hopen (en bidden) dat de dood voorbij zou gaan: • 2 januari, Langendijk en Witsie/Dongenseweg, • 3 januari, Koolhoven/Bredaseweg, • 14 januari, Gilzerbaan/de Keistoep, • 17 januari, Voldijk/Witsie, • 18 januari, Quirijnstok, • 30 januari, Kalverstraat en Bredaseweg, • 1 februari, Min. Talmastraat (22 slachtoffers), • 2 februari, Burg. van Meursstraat (22 slachtoffers), • 5 februari, Hazennest, • 6 februari, Watertorenplein, • 11 februari, De Kieviet, • 14 februari, Rielseweg en Dongenseweg, • 18 februari, Blaak en Witsie, • 20 februari, Beekseweg (1 slachtoffer), Witsie en Bredaseweg.

Na 9 maart werden er nog nauwelijks V-1’s gesignaleerd. De laatste week van maart liet nog een laatste opleving zien en vanaf 30 maart was het gevaar voorbij. Die dag begon het Canadese Eerste Leger met de verovering van Oost- en Noord-Nederland en ontruimden de Duitsers de Achterhoek. In totaal vlogen er tussen 1 januari en eind maart 1945 1527 V-1's over Tilburg, waarvan er 29 neerstortten