Cookies helpen ons onze services aan te bieden. Door onze services te gebruiken stemt u in met het gebruik van onze cookies.

Mozes, Roosje Salka

Roosje Salka Mozes
Mozes Roosje.jpg
Roosje Mozes, Horst Eichenwald en Martha Mozes.
Volledige namen Roosje Salka Mozes
Geboortedatum 02-05-1928
Geboorteplaats Amsterdam
Adres Waterhoefstraat 33
Woonplaats Tilburg
Overlijdensdatum 11-06-1943
Plaats van overlijden Sobibór (PL))

Geef de oorlog een gezicht!

Kun jij ons helpen met het schrijven van het levensverhaal van deze persoon?

Hoewel het meer dan 75 jaar geleden is dat er een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog blijft het belangrijk de slachtoffers te herdenken. We willen door hun verhaal te vertellen de slachtoffers eren en de herinnering levend houden

Alle Tilburgse oorlogsslachtoffers zijn opgenomen in de Wiki Midden-Brabant en we streven er naar van ieder een levensbeschrijving en foto op te nemen.

Helaas hebben we van sommigen maar beperkte of soms helemaal geen informatie. We hebben jouw hulp nodig deze levensverhalen vast te leggen door ontbrekende informatie aan te vullen met verhalen of foto’s. We ontvangen je reactie graag via info@regionaalarchieftilburg.nl o.v.v. Wiki Oorlogsslachtoffers.


Roosje Salka Mozes
Schoolklas1943.jpg UitsnedeRoosjeMozes.jpgKindermonumentKampVught.jpg
Bovenste foto: Roosje Mozes linksboven in schoolklas, Tilburg 1943. Middelste foto: de naam van Roosje als een van de 1269 kinderen die op transport werden gesteld vanuit Kamp Vught. Onderste foto: Kindergedenkteken in Vught.

Mozes, Roosje Salka (geb. Amsterdam 02-05-1928, gest. Sobibór (PL) 11-06-1943), dochter van Salomon Mozes (1899–1943) en Kaatje Zilverberg (1897–1943). Zij werd op 11-06-1943 in Sobibór vermoord.

Achtergrond

Roosje Salka Mozes werd op 2 mei 1928 in Amsterdam geboren als dochter van Salomon Mozes, verpleger bij de Centrale Werkplaats van de Nederlandse Spoorwegen en Kaatje Zilverberg. Roosje had nog een oudere zus, Martha (1925–1997).

Op 6 februari 1929 verhuisde het gezin Mozes naar Tilburg, waar de vader van Roosje verbandmeester werd bij de medische dienst van de Centrale Werkplaats van de Nederlandse Spoorwegen. Het gezin Mozes woonde aan de Waterhoefstraat 33 (Huidig nummer: 63). In 1931 werd nog een zusje geboren, Jacoba, dat acht dagen na de geboorte overleed. In het voorjaar van 1941 namen de ouders van Roosje nog een uit Duitsland afkomstige pleegzoon in huis, Horst Eichenwald.

Roosje Mozes was tot september 1941 leerling van de Openbare Lagere School nr. 3 aan de Korte Schijfstraat.[1] Daarna moest ze naar de speciale school voor Joodse kinderen aan de Antoniusstraat.

Roosje en Martha waren lid van de Tilburgse afdeling van de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC), de socialistische jeugdbeweging van de SDAP. Bij het gezin Mozes werd thuis veel gemusiceerd. Er was ook veel aandacht voor de natuur, een levenshouding die ze bij de AJC op hadden gedaan.[2]

Deportatie

Omdat de vader van Roosje voor de Joodse Raad afdeling Tilburg werkzaam was, kreeg het gezin Mozes een ‘Sperre’ (voorlopige vrijstelling van deportatie). Op 29 maart 1943 verscheen een besluit van de hoogste vertegenwoordiger van de SS in Nederland, Hanns Albin Rauter, dat met ingang van 10 april 1943 de aanwezigheid van Joden in een aantal provincies - waaronder Noord-Brabant - verboden was. Joden die zich dan nog in de genoemde provincie ophielden, moesten overgebracht worden naar kamp Vught. Uitgezonderd waren leden van de Joodse Raad en gemengd gehuwde Joden. Voor het gezin Mozes verviel de eerdere ‘Sperre’. Zij behoorden tot een groep van 39 Tilburgse Joden die op 9 april 1943 met een bus naar Kamp Vught gebracht zijn. Van hen bleven er 33 in Vught, zes zieken werden overgebracht naar Westerbork.

Op 7 juni 1943 is Roosje – samen met haar moeder en pleegbroer – met het zogeheten Kindertransport vanuit Vught via Westerbork naar Sobibór gedeporteerd.[3] Daar zijn zij op 11 juni 1943 vermoord.[4] Roosje Mozes werd 15 jaar.

Gebeurtenis

Deportatie en vernietiging Joodse volksdeel Tilburg.

Struikelstenen

Op 7 april 2019 zijn voor het huis Waterhoefstraat 63 struikelstenen gelegd voor het gezin Mozes en pleegzoon Horst Eichenwald.

Bronnen

Regionaal Archief Tilburg

Literatuur

  • J. Bader, Kroniek van 'n Vervolging, Joden in Tilburg, Waalwijk en omstreken (Soesterberg 2018).
  • Ad de Beer en Gerrit Kobes, Het leven gebroken. De geschiedenissen van de Tilburgers die als gevolg van de strijd tegen Duitsland en de bezetting van Nederland om het leven kwamen, Tilburgse Bronnenreeks 4 (Tilburg 2002).
  • Leo Feijten, ‘Ik geloof dat hij Hans heette’. Het waargebeurde verhaal van een Joods vluchtelingetje tijdens de Tweede Wereldoorlog (Venray 2011).
  • G.M. Naarden, 'Onze jeugd behoort de morgen...’. De geschiedenis van de AJC in oorlogstijd. (Amsterdam 1989) p. 266-274.
  • Jan Timmermans, 'Waterhoefstraat 33, Tilburg', in: Joodse Huizen 9, Verhalen over vooroorlogse bewoners (2023)

Externe links

Noten

  1. In 1997 vond er een reünie plaats van de voormalige klas 6 en 7 uit 1940-1941. Aangezien het oude schoolgebouw buiten gebruik was, werd in de naastgelegen Openbare Basisschool ‘De Vuurvogel’ een plaats van herinnering gecreëerd. Oud-klasgenoot Piet de Vries maakte daarvoor een monument: een gespleten zwerfkei met daarop de namen van vijf Joodse kinderen die in het schooljaar 1940-1941 in zijn klas zaten: Isaak Buchen, Lore Cohen, Klaus Deen, Lex van Leeuwen en Roosje Mozes. De tekst aan de binnenzijde van de zwerfkei luidt: 'Als deze steen zijn wij ruw gescheiden door helse krachten buiten ons, blijven wij altijd een deel van elkaar.’ Een van de oud-klasgenoten licht de betekenis toe: 'Dat de steen gespleten is, vind ik heel symbolisch, wij zijn verscheurd door het verlies maar voelen een verbondenheid met de gevallenen.'
  2. Jan Timmermans, 'Waterhoefstraat 33, Tilburg', in: Joodse Huizen 9, Verhalen over vooroorlogse bewoners (2023)
  3. Roosje Mozes is een van de kinderen in het lesmateriaal Kamp Vught in de klas ontwikkeld door Nationaal Monument Kamp Vught.
  4. Haar vader en haar zus Martha bleven achter in Vught. Salomon Mozes werd op 3 juli overgebracht naar Westerbork en op 13 juli gedeporteerd naar Sobibór. Daar is hij bij aankomst op 16 juli 1943 vermoord. Martha werkte in Vught voor Philips en overleefde de oorlog.