Klompenmakerij Bertens: verschil tussen versies

Regel 1: Regel 1:
 
Zo dicht bij het hout mocht je in [[Udenhout]] klompenmakerijen verwachten. In 1855 waren er negen met in totaal 12 personeelsleden. In 1896 waren er 18 met 65 personeelsleden. In 1926 waren er nog 8 klompenmakerijen met 10 personeelsleden. De laatste klompenmakerij was die van Sjef en [[Jo Bertens]], in de volksmond d’n Brem, aan de [[Kuil]], die er de laatste jaren een toeristische trekpleister van hadden gemaakt.
 
Zo dicht bij het hout mocht je in [[Udenhout]] klompenmakerijen verwachten. In 1855 waren er negen met in totaal 12 personeelsleden. In 1896 waren er 18 met 65 personeelsleden. In 1926 waren er nog 8 klompenmakerijen met 10 personeelsleden. De laatste klompenmakerij was die van Sjef en [[Jo Bertens]], in de volksmond d’n Brem, aan de [[Kuil]], die er de laatste jaren een toeristische trekpleister van hadden gemaakt.
 +
 +
In de jaren ’60 werden er nog volop klompen gemaakt. Het was een hele bedrijvigheid. De afvalsnippers - in de volksmond: (hout)krullen - werden door de bevolking gebruikt om de beesten een warme en droge ondergrond te geven. Ook werden deze gebruikt om een drie-gaats-kachel te stoken om zo worst en ham te roken.
 
[[categorie:Bedrijven in Udenhout|Bertens, Klompenmakerij]]
 
[[categorie:Bedrijven in Udenhout|Bertens, Klompenmakerij]]

Versie van 17 mei 2020 om 14:08

Zo dicht bij het hout mocht je in Udenhout klompenmakerijen verwachten. In 1855 waren er negen met in totaal 12 personeelsleden. In 1896 waren er 18 met 65 personeelsleden. In 1926 waren er nog 8 klompenmakerijen met 10 personeelsleden. De laatste klompenmakerij was die van Sjef en Jo Bertens, in de volksmond d’n Brem, aan de Kuil, die er de laatste jaren een toeristische trekpleister van hadden gemaakt.

In de jaren ’60 werden er nog volop klompen gemaakt. Het was een hele bedrijvigheid. De afvalsnippers - in de volksmond: (hout)krullen - werden door de bevolking gebruikt om de beesten een warme en droge ondergrond te geven. Ook werden deze gebruikt om een drie-gaats-kachel te stoken om zo worst en ham te roken.