Kaag, Henricus: verschil tussen versies

 
(3 tussenliggende versies door dezelfde gebruiker niet weergegeven)
Regel 3: Regel 3:
 
<foto><beeldonline>ef3bd022-b3d9-4648-84af-4945860368b2</beeldonline></foto>  
 
<foto><beeldonline>ef3bd022-b3d9-4648-84af-4945860368b2</beeldonline></foto>  
  
Henricus Antonius Kaag (Hoorn 1897 - Tilburg 1970) studeerde aan de Nederlandsche Handels-Hogeschool te Rotterdam (1916-1920) en zette zijn studie voort in Berlijn, Wenen en Freiburg. Daarna studeerde hij metafysica aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en was economisch journalist voor de Maasbode. Kaag was een van de eerste hoogleraren aan de RK Handelshoogeschool ([[Tilburg University]]). In 1927 werd hij buitengewoon hoogleraar in de economie en bedrijfshuishoudkunde, hetgeen hij zou blijven tot aan zijn emeritaat in 1968. Tevens was hij tussen 1933 en 1956 vier keer [[rector magnificus]].  
+
Henricus Antonius Kaag (Hoorn 1897 - Tilburg 1970) studeerde aan de Nederlandsche Handels-Hogeschool te Rotterdam (1916-1920) en zette zijn studie voort in Berlijn, Wenen en Freiburg. Daarna studeerde hij metafysica aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en was economisch journalist voor de Maasbode. Kaag was een van de eerste hoogleraren aan de RK Handelshoogeschool ([[Tilburg University]]). In 1927 werd hij buitengewoon hoogleraar in de economie en bedrijfshuishoudkunde, hetgeen hij zou blijven tot aan zijn emeritaat in 1968. Tevens was hij tussen 1933 en 1956 vier keer [[rector magnificus]].
  
Met prof. dr. [[Martinus Cobbenhagen]] en prof. [[Jan de Quay]] vormde Kaag vanaf 1935 tot aan zijn dood de redactie van het Maandschrift Economie, de spreekbuis van de Tilburgse economen. Kaag was lid van de Economische Raad (vanaf 1931), lid van de Raad van Toezicht van de Nationale Investeringsbank (tot 1970) en minister van Arbeid, Handel en Nijverheid (1929-1934).
+
'''Origineel denker'''
 +
 
 +
In zijn colleges kenmerkte Kaag zich door de behandeling van praktische, actuele onderwerpen, die hij in een breed kader plaatste. Zijn kracht lag niet in systematisch onderbouwde theoretische colleges, maar in uiteenzettingen waarin hij zijn intuïtieve en originele denktrant kon uiten. Op die manier vulde hij Cobbenhagen aan, die een fundamentalistische aanpak van economische vraagstukken had. Deze praktische aanleg bleek ook uit het feit dat Kaag vele commissariaten en adviseurschappen kreeg aangeboden, die hij met succes vervulde: zo was er zij lidmaatschap, vanaf de oprichting in juni 1931, van de Economische Raad, het adviseurschap voor de katholieke werkgevers, en na de Tweede Wereldoorlog tot 1970 het commissariaat en lidmaatschap van de Raad van Toezicht van de Herstelbank, later Nationale Investeringsbank. Tevens was hij niet-ambtelijk adviseur van T.J. Verschuur - van 1929 tot 1934 minister van Arbeid, Handel en Nijverheid. Hij is enkele malen aangezocht voor een ministerschap.
 +
 
 +
'''Maandschrift economie, SER en ministerschap'''
 +
 
 +
Met de hoogleraren [[Martinus Cobbenhagen]] en [[Jan de Quay]] vormde Kaag vanaf 1935 tot aan zijn dood de redactie van het Maandschrift Economie, de spreekbuis van de Tilburgse economen. De neerslag van Kaags ideeën is verspreid over vele tijdschriften, brochures, rapporten, preadviezen en dagbladen. Zijn belangstelling ging uit naar vele onderwerpen: prijspolitiek, conjunctuur, internationaal betalingsverkeer en valutapolitiek, handelspolitiek, bestrijding van de werkloosheid, industrialisatie en industriefinanciering en het sociaal-economisch ordemngsvraagstuk.
 +
 
 +
Kaag toonde zich een man van pragmatisch improvisatietalent en van weidse en originele, hoewel vaak onuitgewerkt gebleven, ideeën en invallen. De Quay heeft hem 'een man als een sabelhouw' genoemd. Hij woonde en leefde sober en was bereid altijd hulp te bieden aan studenten, afgestudeerden en maatschappelijk minder bedeelden die in problemen waren geraakt. Sinds 1958 heeft Kaag geen colleges meer gegeven in verband met zijn gezondheidstoestand.
  
 
[[Categorie:Tilburg_University]]
 
[[Categorie:Tilburg_University]]
 
[[Categorie:Wetenschap]]
 
[[Categorie:Wetenschap]]
 
[[Categorie:Tilburgs_Lexicon]]
 
[[Categorie:Tilburgs_Lexicon]]

Huidige versie van 29 jun 2020 om 16:16

BalkTiu.jpg

Henricus Antonius Kaag (Hoorn 1897 - Tilburg 1970) studeerde aan de Nederlandsche Handels-Hogeschool te Rotterdam (1916-1920) en zette zijn studie voort in Berlijn, Wenen en Freiburg. Daarna studeerde hij metafysica aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en was economisch journalist voor de Maasbode. Kaag was een van de eerste hoogleraren aan de RK Handelshoogeschool (Tilburg University). In 1927 werd hij buitengewoon hoogleraar in de economie en bedrijfshuishoudkunde, hetgeen hij zou blijven tot aan zijn emeritaat in 1968. Tevens was hij tussen 1933 en 1956 vier keer rector magnificus.

Origineel denker

In zijn colleges kenmerkte Kaag zich door de behandeling van praktische, actuele onderwerpen, die hij in een breed kader plaatste. Zijn kracht lag niet in systematisch onderbouwde theoretische colleges, maar in uiteenzettingen waarin hij zijn intuïtieve en originele denktrant kon uiten. Op die manier vulde hij Cobbenhagen aan, die een fundamentalistische aanpak van economische vraagstukken had. Deze praktische aanleg bleek ook uit het feit dat Kaag vele commissariaten en adviseurschappen kreeg aangeboden, die hij met succes vervulde: zo was er zij lidmaatschap, vanaf de oprichting in juni 1931, van de Economische Raad, het adviseurschap voor de katholieke werkgevers, en na de Tweede Wereldoorlog tot 1970 het commissariaat en lidmaatschap van de Raad van Toezicht van de Herstelbank, later Nationale Investeringsbank. Tevens was hij niet-ambtelijk adviseur van T.J. Verschuur - van 1929 tot 1934 minister van Arbeid, Handel en Nijverheid. Hij is enkele malen aangezocht voor een ministerschap.

Maandschrift economie, SER en ministerschap

Met de hoogleraren Martinus Cobbenhagen en Jan de Quay vormde Kaag vanaf 1935 tot aan zijn dood de redactie van het Maandschrift Economie, de spreekbuis van de Tilburgse economen. De neerslag van Kaags ideeën is verspreid over vele tijdschriften, brochures, rapporten, preadviezen en dagbladen. Zijn belangstelling ging uit naar vele onderwerpen: prijspolitiek, conjunctuur, internationaal betalingsverkeer en valutapolitiek, handelspolitiek, bestrijding van de werkloosheid, industrialisatie en industriefinanciering en het sociaal-economisch ordemngsvraagstuk.

Kaag toonde zich een man van pragmatisch improvisatietalent en van weidse en originele, hoewel vaak onuitgewerkt gebleven, ideeën en invallen. De Quay heeft hem 'een man als een sabelhouw' genoemd. Hij woonde en leefde sober en was bereid altijd hulp te bieden aan studenten, afgestudeerden en maatschappelijk minder bedeelden die in problemen waren geraakt. Sinds 1958 heeft Kaag geen colleges meer gegeven in verband met zijn gezondheidstoestand.