Fèrse kermis: verschil tussen versies

 
Regel 133: Regel 133:
 
De kermis werd minder belangrijk in het leven van de Veerse mens. De kermis wordt minder bezocht. Ingehaald door de nieuwe tijd. En het was vroeger niet beter, het was anders maar het had zijn charme.
 
De kermis werd minder belangrijk in het leven van de Veerse mens. De kermis wordt minder bezocht. Ingehaald door de nieuwe tijd. En het was vroeger niet beter, het was anders maar het had zijn charme.
 
Het was voor alles een onvergetelijk, onvergelijkbare, onwaarschijnlijk mooie tijd.
 
Het was voor alles een onvergetelijk, onvergelijkbare, onwaarschijnlijk mooie tijd.
 +
 +
[[Bestand:Logo Veers Erfgoed.jpg|140px|thumb|right|[http://www.veerserfgoed.nl www.veerserfgoed.nl]]]
 +
 +
{| class="wikitable" width="70%"
 +
|Heeft u meer informatie of opmerkingen? opdekaart@veerserfgoed.nl
 +
|-
 +
|}
  
 
[[Categorie:Verhalen_uit_Raamsdonksveer]]
 
[[Categorie:Verhalen_uit_Raamsdonksveer]]

Huidige versie van 8 okt 2019 om 15:30

Het begin van de Veerse kermis

Kermis 2016

In de katholieke kerk is het gebruikelijk om elk kerkgebouw een naam van een heilige te geven, een beschermheilige. In het verleden werd rondom de wijding dag van een kerk of de herdenkingsdag van de beschermheilige een jaarmarkt georganiseerd. Het woord “kermis” bestaat uit de samenstelling van de woorden “kerk” en “mis”. Mensen die op zo’n herdenkingsdag bij elkaar kwamen, woonden eerst een kerkdienst bij en lieten zich rondom de kerk vermaken door handelaren en artiesten.

De katholieke gemeenschap van Raamsdonksveer maakte vroeger gebruik van de katholieke kerken in Raamsdonk en Geertruidenberg. Pas in 1843 werd een zelfstandige parochie opgericht onder de bescherming van Maria-Hemelvaart. De feestdag van Maria-Hemelvaart is 15 augustus.

Toch bleef de kermis van Raamsdonksveer gehandhaafd rondom de feestdag van de beschermheilige van de Raamsdonkse kerk, Sint Bavo. Sint Bavo is een Vlaamse Heilige uit de buurt van Gent, Sint Baas Vijve om precies te zijn en was de patroon voor een goede oogst en beschermde ons tegen de kinkhoest. (Sint Baas Vijve ligt aan de rivier de Leie en is bij veel Veerse schippers wel bekend). De feestdag van Sint Bavo is op 1 oktober. Op de eerste zondag van oktober werd er dus kermis gevierd in Raamsdonk en Raamsdonksveer. Omdat in die tijd tijdens begin oktober vaak slecht weer was (regen en harde wind) werd dit vaak aangeduid als Bamis-weer.

Rond 1903 waren er op ’t Veer zes café’s waar gedanst kon worden. In het blad “Echo van het Zuiden” van 15 oktober 1903 staat minachtend een berichtje over de Veerse kermis uit die tijd.

Bron: Echo van het Zuiden, 1935

Uit het gedenkboek “100 jaar Parochie” en “Raamsdonksveer in vertellingen”

In het gedenkboek ‘100 jaar parochie Onze Lieve Vrouw Hemelvaart Raamsdonksveer’ uit 1943 staat het volgende te lezen over de Veerse kermis:

Anton Bouwens, Kees Adriaanse en Gerrit van Rooy in een namaakvliegtuig tijdens de kermis.

“Altijd waaide en regende het in zoo rijken overvloed, dat de kermis-gast zijn kermis-kraam niet in evenwicht wist te houden en nu en dan door de krachtige wind-stooten in den vijfden hemel werd opgenomen. Het Baamse, Bamis weer deed zijn naam eer aan. Spoedig heerste een kermis-stemming in heel de parochie, bij groot en klein, bij oud en jong, bij arm en rijk. Vooral de jeugd vindt den kermis-tijd prettig. De aanvoer van kermis-kramen, de mallemolen, de tenten, had meer belangstelling dan de school. Vóór die begon, stonden we vol bewondering te kijken naar de paarden, zebra’s en leeuwen, die nu nog machteloos “op d’n kaant” (langs de straatkant) neerlagen, doch straks fier en voornaam zouden ronddraaien in de één-cent-mallemolen en ons uitnoodigen hen te bestijgen om het malle der wereld, in ronddraaiende beweging te aanschouwen. Naast de mallemolen verscheen o.a. de koek-kraam, de spullegoed-kraam, de oliebollen-kraam uit Den Bosch en de lekkers-kraam uit de Made. Daarnaast vestigden zich in het drukke gewoel eenige tafeltjes, die versnaperingen boden in enorme variëteit, het een al kleurrijker dan het andere, voor spotprijzen!!”

Op de kermis in 1932. V.l.n.r.: Anna Bouwens - van Schijndel, Jaan van Seters - van Schijndel en NN.

De schrijver van het gedenkboek beschrijft de kermis als een voorloper van de Veerse Dag. (Kermismensen kwamen vaak uit de eigen provincie, omdat er geen of slechte wegen waren en veel per schip of met paard en wagen moest worden aangevoerd).


De schrijver van het gedenkboek vervolgt zijn verhaal:

“De kermis werd ingezet door de waarschuwende stem van den Herder der parochie, die van harte een plezierige kermis wenschte, doch ook met dreigende vingeren moest wijzen op de gevaren! “Vaders en moeders, waakt over uwe zonen en dochteren, met dubbele zorgen! De dansvloer is een helle-vloer…de duivel danst mee en stookt het vuur der hartstochten hoog op….hij slaat de maat bij wals, polka en mazurka. Hoeveel tranen zijn geschreid, hoeveel jaren lang is er geleden om een ogenblik van zondig genot… Jongelingen en jonge dochteren mijner parochie…denkt aan de gevaren der kermis!!!

Op “d’n Kaant” was het middelpunt der kermispret. Daar werden de inkopen gedaan, de oliebollen verorberd, ingeslagen en rondgedeeld. Daar werd koek geloterd met prijs en premie. Hoe vaak heeft ons hart gepopeld als we de premies zagen, welke nooit werden uitgereikt! Het waren peper-koeken van reusachtige afmetingen, rijk georneerd en bespoten met suiker. Ze waren eerlijk genummerd, doch die nummers werden nooit verloot…schande…dat was publieke verlakkerij…dat vermoeden heb ik altijd gehad, doch ik heb dat vermoeden nooit tot zekerheid kunnen verheffen. Prijs, maar…geen premie. Er was koek-slaan en evenals bij de kop van Jut werd hier de mannenkracht gemeten.”




Kermis 1952.

Ook in het boek “Raamsdonksveer in vertellingen” uit 1973 haalt meester Van Gerwen herinneringen op aan de kermis van voor de Tweede Wereldoorlog:

“De grote en soms jarenlange veten (meestal oude liefdesgeschiedenissen) werden met de kermis uitgevochten. Dat gebeurde meestal bij Jennekes of Mie Poel of bij Bart van Griete. Ook de mannen die in Duitsland aan het Nord-Süd kanaal werkten, kwamen met de kermis naar huis. De kermis viel in oktober en lange rijen vrouwen en mannen, met papieren rozen gesierd, trokken dan van het ene café naar het andere. Bij elk café waar een draaiorgel of een traptoestel met harmonikaspeler stond, werd aangelegd om te dansen in de verstikkende atmosfeer van rook, bier, jenever en zwetende mensen. Ook moeders waren dikwijls van de partij, meestal met de “bennewagen” met een of twee baby’s erin. De Brabants bonte gordijntjes van de bennewagen moesten gesloten blijven, want licht en zon waren slecht voor de kinderen. Zodoende werd er veel gedronken en moeder deed ook ijverig mee. Als vader te veel op had, begon moeder met haar pogingen om vader mee naar huis te krijgen. Met nog een borreltje lukte dat dan wel en vader kon eerst zijn roes uitslapen. Als de mannen opstandig werden en niet mee wilden, liep het gewoonlijk uit op een vechtpartij. Iedere partij had zijn eigen helpers en dat was gewoonlijk niet zo mooi.

In Geertruidenberg lag een garnizoen en met de Veerse Kermis was het deze militairen verboden over de Bergse brug te komen, omdat zij nogal eens betrokken raakten bij een vechtpartij en zich met een bloedend gezicht of een gekneusde arm bij de dokter moesten melden. Het zou nog vele jaren duren eer in deze mentaliteit verandering zou komen.”

Andere datum voor de Veerse Kermis

Kermis. Foto genomen voor het café van Berende op het Sandoel. V.l.n.r.: A. Fens, Nellis van den Elshout, Pauw Soeters en Arjaan Fens.

Vanwege het vele slechte weer op de eerste zondag van oktober, werd er in 1908 over gesproken de kermis te vervroegen en te verplaatsen naar eind augustus of begin september. In 1923 wordt het plan om de Veerse kermis gelijk te stellen met die van Geertruidenberg, door Geertruidenberg afgewezen. Het volgende plan om de kermis te verplaatsen naar de “eerste zondag na de 21ste juni”, kan ook niet als blijkt dat het soms kan voorkomen dat de Veerse kermis dan gelijk met die van Waalwijk valt.

In 1927 heeft d’n Berg geen bezwaar meer tegen het verplaatsen van de Veerse kermis naar de laatste zondag van juni.

Als het in het schema van de omliggende plaatsen en de kermisgasten past, wordt besloten om de Veerse kermis vanaf 1927 op de laatste zondag van juni te houden, hetgeen voor de Veerse kermis een goede keuze bleek. De Veerse (Fèrse) kermis is de belangrijkste, drukste, gezelligste kermis, in de verre omgeving. Ouderen uit die tijd keken soms weemoedig terug naar de kermisdagen in oktober. De schrijver van het gedenkboek ‘100 jaar parochie Raamsdonksveer in 1943’ is er zo één:

“Hoe jammer, dat de tijd en wetgever de handen in elkaar sloegen en een eind maakten aan dat volks-jolijt. Zo werd officieel 8 dagen, doch praktisch slechts twee dagen kermis gevierd bij wind en regenvlagen, stoomende petroleum-lampen, koude voeten, miserige gezichten…..en als er dan niet was gevochten, werd er gezegd: “We hebben van ’t jaar een nette kermis gehad!” Me dunkt, die gedachte wijst op beschaving en hoogere cultuur!! De Veersche kermis werd enige jaren geleden naar de zomermaanden verplaatst, kreeg de allures der stads-kermis en verloor daarmee alle charme.”

Kermis 1937. Broer en zus, Jan en Zus Buijks.

Op de laatste zondag van juni was er in de ochtend eerst een hoogmis in de katholieke kerk. Na de mis ging het naar de verschillende cafés in het dorp om er te gaan dansen en wat te drinken. Natuurlijk werden die middag de attracties op het Heereplein bezocht.

De kermis was DE gebeurtenis in het eenvoudige, maar harde, leven van de Veerse arbeiders en hun gezinnen. Het was de enige keer in het jaar dat men twee dagen vrij nam. Zondag, maandag en dinsdag, “naor de kermis”. Dan werden voor één keer de teugels gevierd, was men voor één keer vrij van “het werk”.

Van vakantie of een weekend vrij hadden deze mensen nog nooit gehoord. De meesten wisten niet eens hoe je “weekend” schreef, hooguit “end van de week” en dat was dan pas op zaterdagmiddag.

Ad Soeters in de Grote Kerkstraat, op de achtergrond café Kerkzicht met de aangebouwde tent met daaronder het draaiorgel.

Voor de Kermis werd thuis een heel jaar door gespaard, anderen spaarden in de kermispot in het café (tèèrpot).

Het was de enige gelegenheid dat ook de vrouwen naar het café gingen. Tijdens de Fèrse kermis stonden in veel cafés, buiten voor het raam, onder een tent, een draaiorgel. Het raam werd omhooggeschoven, de orgelman speelde zijn deuntjes. De muziek was binnen en in de verre omtrek te horen. In het café lag, tijdens de kermis, een houten dansvloer. Gezellig, jong en oud, dansen en sjansen, zwierend op een lekkere wals. “Effe ene veur ‘n cent” was een uitdrukking om één keer te mogen dansen. “Half uit” betekende dat er eerst geld moest worden opgehaald, voordat de muziek verder speelde en men weer kon dansen.

Tijdens de kermis kregen jongens en meisjes verkering, dronk het manvolk veel te veel, was er veel leut en gezelligheid, hier en daar doorspekt met een stevig partijtje knokken. Maar de andere dag ging men met het “lampje donker” (blauw oog) weer even vrolijk met zijn allen naar de kermis en “naor Tinusse” (café van Tinus Berende op het Sandoel).

Moeders gingen met de kleintjes naar de “mallemeulen” (draaimolen). Kochten een kaneelstok en nougat voor “oos allemaol”, gingen onderweg naar huis ook nog even naar “d’n urgel” voor een paar walsjes. Daarna op huis aan om eten voor het gezin te maken.

Op deze drie dagen van ontspanning teerde men het hele jaar, floot en zong men de kermisliedjes, vertelde elkaar de kermisverhalen, deed het met de herinnering van de afgelopen kermis, maar keek alweer uit naar de kermis van volgend jaar.


Na de Tweede Wereldoorlog. Schippers en Buitenlui

Kermis 1956. Op de foto staat o.a. Koosje de Jong.

De Veerse kermis was altijd al populair bij de plaatselijke bevolking, maar bereikte zijn hoogtepunt in de jaren vijftig, zestig en zeventig van de vorige eeuw. De crisis van de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog waren voorbij. Mensen wilden eindelijk, na alle armoede, ziekte en met gebrek aan alles, deze sombere grijze jaren achter zich laten, helen, genezen van alle ellende. Nederland, dus ook Raamsdonksveer, krabbelde op met een ongekende veerkracht. In deze blije tijd werd de “babyboom” generatie geboren. Onder invloed van onze “medebevrijders”, de Amerikanen en de Canadezen, droegen vrouwen, eind jaren veertig/vijftig New-Look: (kuitlange vrolijke fladderjurken) en een “permanent-wave” in hun haar. In veel huiskamers kwam een radio en zelfs een pick-up. De jongeren “twistten, swingden” en schuifelden op de muziek van Glenn Miller, Doris Day, Chubby Checker, Elvis Presley, Roy Orbison en vele andere Amerikaanse artiesten. Men ging naar de bioscoop en keek naar Amerikaanse films, vaak waren dat Westerns. De invloed op de jeugd, op hun leven, hun denken en doen was enorm. De babyboomgeneratie na WO II werden “teenagers”. Jongens droegen strakke broeken, vetkuiven, rookten sigaretten net als in de film. Ze reden op een brommer en werden “nozem” genoemd, daar kwam niets van terecht! Meisjes zagen eruit als filmsterren, met petticoats wijduitstaande lieve jurkjes, “queenies” (schoenen met lage spitse hakjes) hoog opgestoken haar, mascara, eyeliner en lipstick. Speciaal voor de kermis, werd de “look” extra aangezet.

Kermis. 3e van links: Mien van Strien, 4e Nol v.d. List, 6e Nol Leijten en 7e Jan Buijks sr.

In die tijd was ’t Veer, op de Keizersdijk, één groot uitgaanscentrum met cafés, bars en dancings. Uit de verre omtrek bezochten jongelui op zondagen de kroegen. Daar waren ook veel jongens van boven de rivieren bij. Daar heerste nog zondagsrust en was alles gesloten.

Maar in Raamsdonksveer waren de cafés open en gingen jongelui op zondagmiddag uit, om elkaar te ontmoeten en om samen wat te drinken. Zeker op de kermiszondag kon je op de Keizersdijk over de koppen lopen.

Flaneren over de Kermis, als jonge tiener stiekem dansen bij Limaja, stoer naar binnen bij bars, waar jongeren kwamen, ook al klopte - bij de meisjes - het hart in de keel van zoveel spanning. Het was het aloude spel van zien en gezien worden. Het was vaak het prille begin van een verkering.


Er was een Marechaussee- en Pontonnierskazerne op Keizersveer. De marechaussees en pontonniers bezochten graag de kermis, tot er op de kermiszondag van 1954 een grote vechtpartij plaatsvond. De marechaussee greep in en kermis zat er de eerste jaren voor de pontonniers niet meer in.

Biesboschwerkers en mensen die buitenaf werkten kwamen naar huis voor de kermis. Ook schippers kwamen met hun schip naar de thuishaven gevaren. Veel van hen kwamen slechts twee keer per jaar naar huis, met KersTmis en met kermis. Bij Van Suijlekom, Anton Stoops en de oude Haven lag het vol met schepen waar trots “Raamsdonksveer” op stond. Schippers die op het Sandoel hun wortels/familie hadden, lagen in het Zuidergat. Ook in de schipperswereld zag je de scheiding tussen het Sandoel en de Kaant. Schippers leefden met vrouw en kinderen in piepkleine roefjes, (daarbij vergeleken waren de huisjes op het Sandoel nog ruim bemeten). Het waren grote schippersfamilies. In de haven lagen zij zoveel als kon bij elkaar. Op kermiszondag kwamen de schippers in groepjes vanaf Anton Stoops en Van Suijlekom, gearmd, naast elkaar lopend, over de Keizersdijk naar familie, kermis en matinee. De gebruinde schippers in een kraakhelder wit bazeroen, de vrouwen het haar keurig gekapt en in een fleurig jurkje. Kermis was de belangrijkste gebeurtenis in het hardwerkende leven van al deze mensen.

Kermis bij café Luppens. Coba en Jos Kievits, Liza en André Keijzers, Wout en Tonia van Duren, Tony van Duren en Riny Luppens.


Schippers en buitenaf-mensen kenden geen vrije weekenden of vakanties. Zij konden niet naar het koor, het toneel, biljarten of bij een club van de kerk zoals de H. Familie. De vrouwen konden nooit eens even naar hun ouders, zus, broer of vriendin. Soms lukte het om een praatje te maken met een naast hen gelegen schipper, maar ze kwamen nauwelijks van boord. Zelfs het boodschappen doen ging bij parlevinkers en winkeltjes op sluizen. Post werd nagestuurd naar een sluis of bij een expediteur aan de grens. Toen bij een winkelier in de straat een telefoontoestel kwam, werd er af en toe vanaf een sluis gebeld, “roep even, Ma, zus of kind, dan bel ik straks op de volgende sluis even terug”. Deze mensen die veel in het buitenland waren, werden al melancholiek bij het zien van de Nederlandse vlag, huilden zachtjes en zongen: “Hollands vlag je bent mijn Glorie”. Het heimwee knaagde altijd een beetje. Voor hen was de kermis het hoogtepunt van het jaar. Met de kermis was het feest en zagen zij eindelijk hun familie en vrienden weer.


De Jeugd had de week vóór de kermis meer oog voor de kermis en de kermismensen, die bezig waren met het opbouwen van de attracties, dan voor school. Ze speelden verstoppertje (oitkroiperke), joelden, waren uitgelaten, vulden plastic flesjes met water in het schoolpad achter het gemeentehuis en spoten elkaar nat. (In de dop van de flesjes werd een gaatje gemaakt, als je dan op het flesje kneep, spoot het water meters ver weg). Ze hadden, net als vroeger, voor de kermis begon al een geweldige week gehad.

Kermis 1956 Adrie, Adje, Annie en Bert Leijten, Sjaan Buijks, Cees Leijten en baby Nellie Buijks.
Melkboer Jan van Strien met zijn gezin op de kermis.

Dan was het eindelijk de laatste zondag van juni en begon de kermis. (Later begon de kermis op zaterdag en tegenwoordig al op vrijdagavond). Het was een vrolijk gekleurde mensenmassa op de Keizersdijk, de Hoofdstraat, Sandoel, de Grote Kerkstraat en op het Heereplein bij de kermisattracties. De kleintjes in de mallemolen, touwtje trekken, ballen gooien en de snoepkraam. Jonge tieners, soms met een dagkaart bij de Jimmy (Lunapark), de botsautootjes en de schommels. Het eerste schuchtere kusje, als de kap dicht ging, in de rups. Nog wat ouder, met de mèèt en vrijer bij gokkast en de schiettent, laten zien hoe goed je kon schieten, om daarna met een roos in het knoopsgat te pronken. De vele cafés waren overvol, er werd veel, heel veel bier gedronken.


Schippers van het Sandoel verbleven meest bij Tinus en Kees Berende. De andere schippers hadden hun stamcafé bij Willem en Trui Luppens in de Grote Kerkstraat en bij Kees Heessels op het Heereplein. De dagindeling was zwaar, heel zwaar, van 10.00 tot 13.00 uur “Matinee” bij De Witte Leeuw, Den Deijl, Boelaars of Lou Hooijmaijers, thuis eten, slaapje, naar familie, de kermis of het café, al naar gelang je leeftijd. Avondeten thuis, daarna nog even naar de kermis, dansen en sjansen. Als de cafés hun deuren dicht deden, nog even naar Timmy’s om wat te eten.

Kermis vieren was een vermoeiende bezigheid.

Kermis 2013 Ralf van Loon, Nicky Kieboom en Davy Kieboom bij de schiettent.

Bij Tinus Berende is er nog lang gewalst op muziek van “d’n urgel”. Nog steeds kregen jongens en meisjes met de kermis verkering. Nog steeds was er af en toe een flinke vechtpartij. En nog steeds ging men de andere dag met het blauwe oog weer naar de kermis.

Tot de jaren ‘80 was de kermis een belangrijke gebeurtenis in het Veerse leven. Maar langzaamaan werd de kermis overgenomen door carnaval en de auto. De Veerenaar ging op vakantie, op reis en heeft ondertussen de wereld ontdekt. Het leven werd rijker, drukker, elke week wat anders te doen, braderieën en jaarmarkten. De kermis werd minder belangrijk in het leven van de Veerse mens. De kermis wordt minder bezocht. Ingehaald door de nieuwe tijd. En het was vroeger niet beter, het was anders maar het had zijn charme. Het was voor alles een onvergetelijk, onvergelijkbare, onwaarschijnlijk mooie tijd.

Heeft u meer informatie of opmerkingen? opdekaart@veerserfgoed.nl