1940-1945; Verzetsstrijder Jacob Koster: verschil tussen versies

Regel 40: Regel 40:
  
 
==Oorlogsgeweld==
 
==Oorlogsgeweld==
[[Bestand:8012 - wiki.jpg|thumb|300px|right|Cor Hageman]] De oorlog spitste zich toe; er werd niet meer gewerkt. Het Duitse leger leed na de landingen in Frankrijk nederlaag op nederlaag. Maar stromen van bloed vloeiden, van soldaten en burgers, vrouwen en kinderen.
+
[[Bestand:8012 - wiki.jpg|thumb|200px|right|Cor Hageman]] De oorlog spitste zich toe; er werd niet meer gewerkt. Het Duitse leger leed na de landingen in Frankrijk nederlaag op nederlaag. Maar stromen van bloed vloeiden, van soldaten en burgers, vrouwen en kinderen.
 
Op een septemberzondag ziet de lucht zwart van de Engelse vliegtuigen en vinden de luchtlandingen in Arnhem en Oosterbeek plaats, wat in een afschuwelijk drama zal eindigen.  
 
Op een septemberzondag ziet de lucht zwart van de Engelse vliegtuigen en vinden de luchtlandingen in Arnhem en Oosterbeek plaats, wat in een afschuwelijk drama zal eindigen.  
 
Spitsen van de Duitse Armee trekken door ons dorp en wij bereiden ons voor op.... ja op wat? De bevrijding, maar we hebben geen flauwe notie van de wijze waarop die zich voltrekken zal.  
 
Spitsen van de Duitse Armee trekken door ons dorp en wij bereiden ons voor op.... ja op wat? De bevrijding, maar we hebben geen flauwe notie van de wijze waarop die zich voltrekken zal.  

Versie van 20 nov 2019 om 20:23

Jacob en Agaath Koster - van der Graaff

Jacob Koster wordt geboren op 13 maart 1912 te Vlaardingen. In 1932 ontmoet hij zijn toekomstige vrouw, Agaath van der Graaff en ze trouwen op 29 april 1937. Na enige tijd verhuizen ze naar Raamsdonksveer en starten daar een schildersbedrijf.

Verzet

Kort daarna komt Nederland terecht in een Tweede Wereldoorlog, die zeker niet zomaar voorbijgaat aan Jacob Koster en zijn gezin: Jacob schrijft hierover in de familiekroniek:

“”Elke avond groeven we in de tuin van de Fam. Hageman de radio - welke inmiddels verboden was en ingeleverd had moeten worden - uit een zinken kist op en luisterden heimelijk naar de Engelse zender die ons opriep niet te versagen. In de loop van dat jaar kregen we als leden van de Antirevolutionaire Partij - die inmiddels ook gewipt was - bezoek van de Heer van Ruller uit Barendrecht, een medewerker van het dagblad De Rotterdammer. Hij kwam met het verzoek mee te werken levensmiddelenpakketten en pakjes voor krijgsgevangenen in te zamelen.

Dat was het eerst nog geoorloofde en onschuldige begin. Maar de bezetting werd terreur en de terreur riep het verzet op. Niemand onzer had het gezocht, noch begeerd. Toch kwam het over ons, zonder dat we beseften wat we ondernamen. Het was een ongelijke strijd die we, desondanks dat, aangingen en niet wensten te staken. Ook in de familie waren er die de rechtsverkrachting en vrijheidsberoving wensten te weerstaan.

L.O.(1)

Legitimatie L.O. Jacob Koster

Het verzet van de L.O. waar ik deel van ging uitmaken, werd ook in Brabant door Ds. Slomp (Frits de Zwerver)(2) in het huis van Ds. van Lummel (Jan) in Sprang goed georganiseerd, althans verdeeld. Ik kreeg een deel van West-Brabant, bestaande uit: Terheijden, Wagenberg, Hoge-en Lage Zwaluwe, Made en Drimmelen, Geertruidenberg, Raamsdonk en Raamsdonksveer, met kontakten naar Karel de Geus in 's-Gravenmoer en Jos van Wijlen (André) in Sprang-Capelle. Het regionale commando beruste bij Cor van der Hooft in Breda.

Naarmate de oorlog langer duurde, werd het geweld van de bezetter agressiever en het verzet heviger. Het werk liep terug. Toch aten we, al was het sober, het was genoeg. Aardappelen, tarwe, rogge, koolzaad en andere veldvruchten kochten we tegen een redelijke prijs bij Van Woerden op het Sandoel, maar vooral bij de familie de Bont in Raamsdonk en waar we het maar te pakken konden krijgen.

In Raamsdonksveer kwamen steeds meer mannen en jongens die ervoor bedankten in Duitsland te gaan werken om het oorlogspotentieel van de vijand te versterken. Dat bracht me steeds meer in aanraking met de katholieke bevolking, maar ook met de geestelijkheid. Er groeide iets van de Una Sancta. Ook in Gereformeerde kring waren er onderduikers - want zo werden ze genoemd - en boven in de kerkeraadskamer maakten we een luik in het plafond, waar langs ze tijdens de kerkdienst - als de Sicherheidsdienst ze soms overvallen wou - zich konden verstoppen of ontsnappen. 's Avonds is alles verduisterd en horen we hoog in de lucht de geallieerde vliegtuigen, op weg naar Duitsland om te bombarderen. Nooit keerden ze allen weer, altijd werden er neergeschoten, waar wij ook in de praktijk mee te maken hebben gekregen.

Collega’s in het verzet

Als voorjaar 1943 is aangebroken, krijg ik een jongen uit Rossum in Gelderland met een wachtwoord dat betrouwbaar blijkt. Hij heet Jan van der Zalm. Hoe het komt weet ik niet, maar hij maakte op mij een zeer goede indruk. Al spoedig liet ik tegenover hem, wat ik bij niemand deed, mijn grote voorzichtigheid varen en werd hij, met Jaantje van Dongen (Tante Marie), mijn vertrouwde in het komplot. Jaantje van Dongen, vrouw van ongeveer 60 jaar, van huis uit Nederlands Hervormd, daarna overtuigd katholiek geworden, had een boekhandel in de Prins Hendrikstraat nr.1. Niets was deze dappere dame te dol en in het kleine achterkamertje van haar winkel zijn heel wat snode plannen uitgebroed.

Boekhandel Jaantje van Dongen
Jan van der Zalm, koerier

Jan van der Zalm was mijn koerier en onderhield voor een groot deel de kontakten met Cor van der Hooft in Breda en de medewerkers in de regio. Een levensgevaarlijk werkje. Agaath en ik weten niet meer waar wij destijds van geleefd hebben. Kapitaal hadden we niet, het verzet werd niet beloond, alleen door de bezetter en die beloning was ongezond. Bonkaarten hadden we genoeg en goede vrienden hielpen ons aan eten. We draaiden van koolzaadolie vet, bakten visjes in de lijnolie -een kost brood erin om de onzuivere bestanddelen aan te trekken - en Agaath bakte ons eigen brood.

Vader Van der Graaff had een metalen oventje gemaakt, dat op fornuis of petroleumkookstel geplaatst, uitstekend functioneerde. Ons huis was daarbij een duiventil en mijn lieve vrouw onvermoeibaar. Op de meest rare tijden, soms heel laat in de avond - er was avondklok - werd er aangebeld en klonk keihard de stem van Cor: “Agaath, we hebben hongerrrrr……” en natuurlijk waren er vreemde vogels uit Amerika of Engeland bij. Dan Agaath maar weer aan 't eten klaar maken en altijd werd er weer een beroep op haar gastvrijheid gedaan. Door haar tegenwoordigheid van geest redde ze, Pijenbroek (Puik), Chiel Rombouts (Rob), Jan en mij het leven, door soldaten die ons huis binnen kwamen om beslag op onze auto met houtgenerator te leggen, te woord te staan en ons voor een schietpartij te behoeden. En dat zou echt niet de laatste keer zijn.

Particulieren laten dan nauwelijks meer schilderen. Van tijd tot tijd zijn er door oorlogsgeweld gehavende schepen die een verfje moeten hebben, of binnenvaartuigen die in opdracht van de Kriegsmarine gerepareerd werden. In de loop van dat jaar moet ook mijn broer Koos in Duitsland gaan werken, maar hij vergist zich, stapt in de verkeerde trein en belandt in Raamsdonksveer, wordt schilder en zal er zijn hele leven blijven.

Inmiddels loopt het Duitse Afrika-offensief verkeerd af en moet Hitler, nadat hij Rusland is binnengevallen, ervaren evenals Napoleon dat hij zich vergist heeft. 's Avonds luisteren we naar de Engelse zender en putten moed uit de berichten van Radio Oranje en soms de stem van Hare Majesteit Koningin Wilhelmina en heimelijk verspreiden we foto's van haar en haar kinderen, terwijl de illegale pers steeds intensiever gaat draaien. We beleefden een tijd van grote spanningen, soms angst en tegelijk grote levensvreugde en vriendschap tot in de dood. Hoe was het mogelijk. Toch was het realiteit.

Onderduiken

In 1944 dreigt het verkeerd te gaan. Agaath verwacht een baby. In ons huis bevinden zich twee manschappen van de Royal Air Force. Jan (van der Zalm) wordt door de Sicherheidsdienst gegrepen met een briefje van Karel (dat was ik) aan Cor en toen zat de poes in de gordijnen. Hij werd zwaar mishandeld, zweeg tegenover zijn beulen als het graf, maar moest bevrijd worden. Dat geschiedde door een schietpartij in Breda (3). Hij werd bevrijd, waarna de Sicherheitsdienst belangstelling kreeg voor Raamsdonksveer. Met behulp van de geweldige familie Hageman maakten we ons klaar voor vertrek en nadat de vliegers in veiligheid waren gebracht, ging het via het Langstraat-treintje op Zevenbergen aan. Hoe we in Klundert gekomen zijn - ik meen met de bus - weet ik niet precies, maar in het gezin van de familie Frans en Heil van Drimmelen, de gemeentesecretaris, werd ons hele gezin gastvrijheid verleend. Avonds lachten we ons slap om de Duitsers geleverde poets en 's nachts 24 juli 1944 werd onze dochter Cornelia, (Corrie), met hulp van de geweldige dokter Van Schaik geboren. Het was een lief, blozend en mollig jong, dat niets van het verzet geleden had. En ….hoe was het mogelijk, voor alles was gezorgd. Onvergetelijke dagen en onvoorstelbare trouwe vriendschap hebben we daar ervaren. Toen de kust weer veilig was, keerde Agaath met Arie, Jan en Corrie die in Klundert 's zondags door Ds. Ras, illegaal gedoopt was naar huis terug. (Corrie werd alleen met vermelding van haar voornaam gedoopt. Zij werd de allerjongste onderduikster.)

Oorlogsgeweld

Cor Hageman

De oorlog spitste zich toe; er werd niet meer gewerkt. Het Duitse leger leed na de landingen in Frankrijk nederlaag op nederlaag. Maar stromen van bloed vloeiden, van soldaten en burgers, vrouwen en kinderen.

Op een septemberzondag ziet de lucht zwart van de Engelse vliegtuigen en vinden de luchtlandingen in Arnhem en Oosterbeek plaats, wat in een afschuwelijk drama zal eindigen. Spitsen van de Duitse Armee trekken door ons dorp en wij bereiden ons voor op.... ja op wat? De bevrijding, maar we hebben geen flauwe notie van de wijze waarop die zich voltrekken zal.

Onze jonge vriend en buurman, Cor Hageman, pas getrouwd, koeriert voor Cor van der Hooft; bezorgt mij waar ik om gevraagd heb, maar wordt bij zijn vertrek op de fiets door Duitsers, die overal zijn en alles in beslag nemen, op de vlucht neergeschoten. Zijn vader en ik zagen het machteloos aan. Je zou alles willen doen maar staat machteloos tegenover geladen karabijnen. Ik ben de oorlog gaan haten. Je moet het mee gemaakt hebben, dat mensen geestelijk en lichamelijk uiteen gescheurd worden, bij duizenden en miljoenen. Ik heb Jezus woorden zien waar worden "Die het zwaard nemen, zullen door het zwaard vergaan".

Bevrijding

Op 31 oktober 1944 komt voor Raamsdonksveer, de bevrijding, met geweld. Het Engelse Afrikakorps rolt met donderend geweld over de Duitsers heen. Voor 't eerst van ons leven horen we van zeer nabij het geschut, het gieren van granaten en de fatale inslagen van projectielen. De vreugde van de bevrijding wordt getemperd door het oorlogsleed dat daarmee gepaard gaat.””

Zoons Arie en Jan Koster vertellen over hun vader

Keizersdijk 71.

De broer van Jacob, Koos woonde in Amsterdam toen hij werd opgeroepen voor de Arbeidseinsatz in Duitsland. Jacob vertrok naar Amsterdam en kocht geen treinkaartje naar Duitsland voor zijn broer, maar een treinkaartje naar Raamsdonksveer. Koos dook bij zijn broer op de Keizersdijk nr. 71 onder. Op de foto pand rechtsonder.

In oktober 1944 was zoon Arie 6 jaar oud. Hij kan zich herinneren dat er bij de bevrijding een gat in de muur van het onderhuis was gemaakt. Zo konden ze van Koster naar buurman Hageman en vice versa. De ochtend na de bevrijding mocht Arie van vader naar de bovenverdieping om de chaos en de verwoestte kerk te zien. Ook herinnert Arie zich Kerstmis 1944. Kinderen mochten bij café Boelaars eten: rijst met krenten en ze kregen een sinaasappel. Hij weet ook nog dat de vliegtuigen voor operatie Market Garden richting Arnhem vlogen: de lucht zag zwart van de vliegtuigen. Hoewel Arie Koster op de Emmaschool zat, kreeg hij tijdens de oorlog les in het Fraterhuis. De reden hiervan is hem onbekend.

Na de bevrijding, eind 1944, stonden de Engelse tanks ter hoogte van Stassar op de Keizersdijk opgesteld. Daar werden onder andere granaten ingeladen. ’s Avonds trokken deze tanks naar Keizersveer en begonnen de gevechten met de Duitsers in het Overland weer. Dit was voor de inwoners aan de Keizersdijk gevaarlijk; zo werd het huis van Betsie Tak verwoest. Moeder Koster vertrok dan ’s avonds in de donkerte met Arie en Jan naar het Sandoel, waar ze bij boer Van Woerden overnachtten. De volgende ochtend keerden ze dan weer naar huis.

Bij café Kamp (Keizersdijk 36) was een gaarkeuken ingericht, bedoeld voor Engelse en Poolse soldaten. De kinderen Koster aten er ook wel eens. Niet omdat ze niet genoeg eten hadden, maar omdat het “spannend” was. Arie en Jan merken op dat het Zweeds wittebrood met jam heerlijk was! Zweeds wittebrood: het neutrale Zweden leverde per schip broodmeel aan Nederland. Mensen in West-Nederland kregen dit gedurende de hongerwinter rond februari 1945.   Zoon Jan Koster vermoedt dat vader zich rond 1941 bij het verzet heeft aangesloten. De kinderen Koster hebben persoonsbewijzen in bezit waarop de verzetsnaam van hun vader is vermeld: (Christiaan van Turnhout) met als functie ambtenaar bij het Departement van Landbouw en Visscherij.

Voorzijde legitimatiebewijs Christiaan van Turnhout (Jacob Koster)
Achterzijde legitimatiebewijs Christiaan van Turnhout (Jacob Koster)

Zijn koerier was Jan van der Zalm. In juli 1944 werd Jan A. van der Zalm opgepakt en gemarteld in Breda. Jan heeft ondanks de martelingen nooit namen van verzetslieden genoemd. Via een cipier wist hij zelfs een briefje te bezorgen bij familie Koster met als boodschap “ga haastig op vakantie”. De boodschap van Jan was duidelijk en familie Koster vluchtte op 23 juli naar Klundert. Jan werd door een knokploeg bevrijd en dook onder in België. Na de oorlog is hij politieman in Raamsdonksveer geworden en woonde met zijn vrouw Bets Timmers aan de Prins Hendrikstraat 25.

Als districtsleider van Raamsdonksveer heeft Jacob onder andere een bijdrage geleverd aan het transporteren van piloten die vanuit de Biesbosch werden overgebracht naar België. Daarnaast werden er bonkaarten en valse persoonsbewijzen geregeld. Ook heeft Jacob Koster voor familie Heere een onderduikadres in Sprang-Capelle geregeld. Het contact tussen de families Koster en Heere werd na het einde van de oorlog in stand gehouden. Ook had Jacob nauwe contacten met Andries de Bont uit Raamsdonk. Hij was plaatselijk leider van de LO in Raamsdonk. Op 8 december 1944 overleed Andries aan een ziekte, mede t.g.v. zijn verzetswerk.

Plaatsvervangend voorzitter Tribunaal Breda:

Legitimatiebewijs Tribunaal Breda Jacob Koster

Na de oorlog werd Jacob gevraagd voor de functie van plaatsvervangend voorzitter bij het Tribunaal in Breda. Hier sprak hij recht over NSB’ers, collaborateurs etc. Om deze functie uit te mogen oefenen, had hij justitiële bevestiging gekregen. De kinderen Koster beschikken over een legitimatiebewijs dat vader plaatsvervangend voorzitter van het Tribunaal voor het Arrondissement Breda was.

Vader had indertijd geen vervoer om bij het Tribunaal in Breda te komen. Van hogerhand werd daarom vervoer van familie Hitters uit de Oranjestraat gevorderd, zodat hij toch naar Breda kon rijden.

Onderscheidingen

Na de oorlog hebben zowel vader als moeder Koster en Jan van der Zalm op de KMA Breda van Prins Bernard het Verzetsherdenkingskruis ontvangen, uitgereikt door Z.K.H. Prins Bernhard.

Ook werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau op 25 oktober 1977.*

Uitreiking verzetsherdenkingskruis door Prins Bernard
Orde van Oranje Nassau Jacob Koster

Beschrijving karakter/persoonlijkheid Jacob Koster

Jacob Koster wordt door zijn zonen omschreven als een rechtvaardig man, met een sterke vrijheidsroeping. Daarnaast maakte hij makkelijk contact. Vanuit zijn gevoel voor rechtvaardigheid kon hij niet achter de LKP staan. De LO was fel tegen het als straf of vergelding kaalscheren van vrouwen die “fout” zouden zijn geweest in de oorlog. Arie Koster heeft dit kaalscheren in de Koningsstraat met eigen ogen zien gebeuren. Vader stond altijd voor een eerlijk gerecht in plaats van het recht in eigen handen nemen. Zijn latere functie als voorzitter van het tribunaal was om die reden ook erg belangrijk voor hem.

Bestand:P 0028.jpeg
Legitimatiebewijs rechercheur K.B.S. Jacob Koster
 (1)De Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) was tussen medio 1942 en mei 1945 een Nederlandse verzetsbeweging in de Tweede Wereldoorlog.
 (2)De tussen () vermelde persoonsnamen zijn namen die werden gebruikt in het verzet (schuilnamen).
 (3)De LKP is de gewapende tak van de LO die overvallen pleegt om bonnen en persoonsbewijzen voor onderduikers te verkrijgen. Ook liquideert de LO/LKP Duitsers en collaborateurs en plegen ze sabotage.
Heeft u aanvullingen of wijzigingen bij dit artikel? opdekaart@veerserfgoed.nl