1940-1945; Verwoesting van de R.K. Kerk O.L.V. Hemelvaart: verschil tussen versies

(Nieuwe pagina aangemaakt met 'Verteld door Jacques Weterings. Het was dinsdag 31 oktober 1944, 's morgens om ongeveer 9.00 uur toen de toren van de Onze Lieve Vrouw Hemelvaartkerk te Raamsdonks...')
(geen verschil)

Versie van 8 okt 2019 om 22:05

Verteld door Jacques Weterings.

Het was dinsdag 31 oktober 1944, 's morgens om ongeveer 9.00 uur toen de toren van de Onze Lieve Vrouw Hemelvaartkerk te Raamsdonksveer werd opgeblazen door de Duitse bezetters. In de nacht daarvoor waren er, vanuit het St. Theresia ziekenhuis door mensen van de EHBO, Duitse soldaten waargenomen die met een bijl op de zijdeur van de kerk stonden te slaan. Door deze zijdeur kwam men in een gang naar het priesterkoor. In deze gang was ook een deur met daarachter een trap die naar een ruimte leidde met uitzicht op dat priesterkoor en waar men de Heilige Mis kon volgen. Via de genoemde trap kon men ook de buitengalerij in de grote toren bereiken. De actie op de zijdeur had niet het gewenste resultaat en de Duitsers vertrokken weer, doch later bleek dat er 's nachts of 's morgens toch springladingen waren aangebracht. In zekere zin was dat vakkundig gebeurd want de muren van de toren waren in elkaar gezakt en de spits was op het dak van het schip gevallen en daar doorheen gezakt.

Het Mariabeeld

Het bovenste gedeelte van de spits met daarin het Mariabeeld (nagenoeg ongeschonden) stond rechtop, enigszins voorover, boven op het puin van metselwerk en gewelven en het houtwerk van de kap. De ravage in de kerk was enorm maar de muren van het schip en de zijbeuken stonden nog overeind, doch wel zwaar beschadigd. Naast de kerk lagen grote brokken puin, blokken natuursteen, glas en kapotte leien. De stofwolken waren nog niet opgetrokken of van alle kanten kwamen mensen aanlopen die met verbijstering en tranen in hun ogen naar de ruïne stonden te staren. Velen konden hun emoties niet te baas maar in een mum van tijd snelden allen weer naar huis want er werd weer volop geschoten. Het oorlogsgeweld kwam steeds dichterbij.

Opruiming

In de nacht van 31 oktober op 1 november 1944 zijn wij bevrijd, d.w.z. de Duitse bezetters zijn toen verdreven naar Geertruidenberg en over de Bergse Maas. Het "gewone leven" moest weer worden opgenomen en men ging niet bij de pakken neer zitten. Hoe het allemaal geregeld is, wie het initiatief heeft genomen en wie opdracht heeft gegeven is mij niet bekend, maar vrij snel werd door de aannemers Mertens & Weterings begonnen met de opruimingswerkzaamheden. Van het verloop van dit werk zijn geen gegevens bekend, alleen wat herinneringen van zestig jaren geleden en een nog wel aanwezige loonadministratie van het aannemersbedrijf. Hieruit blijkt dat reeds op 9 november de eerste mensen werden aangenomen en de opruiming begonnen is. In de daaropvolgende maanden werden meer mensen te werk gesteld en in het voorjaar van 1945 waren er al 25 werkzaam. Het opruimen en gedeeltelijk slopen moest met handkracht gebeuren, d.w.z. met handgereedschap zoals breekijzers, stootijzers, mokers, voorhamers, koevoeten e.d. De afkomende stenen werden schoon gebikt en het hout gereed gemaakt voor hergebruik. Houtafval zal o.a. naar de werknemers zijn gegaan want het verkrijgen van stookmaterialen, zoals kolen, was heel de bezettingstijd al een groot probleem. Het puin is waarschijnlijk afgevoerd door boeren met tweewielige "kiepkarren" en gestort op de z.g. "hekkendammen" en slechte, modderige en niet verharde polderwegen. Het laden gebeurde met een puinriek en een ballastschop. Zonder twijfel is het voor de mensen zeer zwaar werk geweest maar machines waren er toen niet.

Noodkerk

Door de vernieling van de kerk konden de diensten zoals H. Missen enz. niet plaatsvinden en daar moest een oplossing voor komen. In de speelzaal onder de kleuterschool in de Grote Kerkstraat werd al snel de H. Mis opgedragen en het Henricusgebouw in het Schoolpad (Mistergangeske) werd voor de diensten gereed gemaakt. Voor het aantal gelovigen waren deze locaties te beperkt en door meerdere diensten te doen werd dat opgelost, maar er moest snel een noodkerk komen. In de archieven van de parochie kan men hierover het e.e.a. terugvinden, te beginnen met een Rapport van C.H.de Bever, Architect B.N.A. uit Eindhoven, van februari 1946. Om praktische en financiële redenen besloten de betrokkenen van de restanten van de oude kerk een noodkerk te maken. Het priesterkoor was zwaar beschadigd en niet meer te gebruiken, dus werd er aan het einde van het schip een nieuwe gevel van oude stenen gemaakt. De daken van de zijbeuken werden hersteld en de kap van het schip werd lager gemaakt tot een nokhoogte van 17 meter. Waar de toren heeft gestaan werd een tentdak gemaakt met de punt op 21 meter boven de vloer. Voor het uitvoeren van de timmerwerken aan spanten, gordingen en dakbeschot werd het nog bruikbare hout gebruikt, aangevuld met nieuw hout. Dit laatste was echter niet zo gemakkelijk, want na jaren bezetting was ons land leeg en bouwmaterialen waren alleen verkrijgbaar op toewijzing van het College van Alg. Commissarissen van den Wederopbouw in 's-Hertogenbosch. Voor hout, cement, kalk en ijzerwaren moest de aannemer regelmatig naar dat kantoor om weer wat los te krijgen. Omdat de kerk later toch gesloopt moest worden werden de herstelwerkzaamheden tot een minimum beperkt. Ernstige beschadigingen aan het metselwerk van de muren werden gerepareerd en de ramen van glas voorzien. De dakbedekking met leien werd uitgevoerd door Jan Broeders, leidekker uit Oosterhout.

Het interieur van de kerk was natuurlijk ook zwaar beschadigd en veel moest gerepareerd of vernieuwd worden. Het hoofdaltaar moest worden verplaatst evenals de kluis en het tabernakel. Vlonders repareren, kerkbanken herplaatsen, nieuwe banken maken en andere repareren. Communiebanken, biechtstoelen en kaarsenbanken maken. Lichtkronen herstellen en reparatie aan de centrale verwarming en het uurwerk. Maar Kerstmis 1945, veertien maanden na de fatale dag werd de noodkerk in gebruik genomen. Veel werk was er verzet, zowel bij de opruiming van de ravage als tijdens de opbouw van de noodkerk en in hoofdzaak verricht door de mensen uit de eigen parochie.

Helaas was er ook een zwarte dag in mei 1945. Een oudere werknemer werd, tijdens het stenen schoon bikken, aan zijn hoofd getroffen door een wegspringend stuk steen en overleed aan verwondingen. Diep triest voor de andere mensen en bijzonder voor de familieleden die daar ook werkten. Jammer dat zo'n tragisch ongeval het werk overschaduwde. De noodkerk was een tijdelijke oplossing en als zodanig wel te accepteren maar in de wintermaanden was het er niet erg aangenaam. Na een paar jaren werd besloten om een plafond aan te brengen bestaande uit houten balken met daarop Oosterhoutse Bouwplaten. (Door ijzerdraad samengebonden elementen van 5 cm. dik en diverse afmetingen). De balken en ribben werden beneden bewerkt en rood gebeitst en de platen werden aan de zichtzijde witgeschilderd. Boven het schip, op 14 meter hoogte, werd het plafond zonder steiger aangebracht met behulp van een handlier en acrobatische handelingen van timmerlieden die (te) veel riskeerden, maar gelukkig is het allemaal goed gegaan.

In 1956 werd begonnen met de bouw van de nieuwe kerk die op het einde van 1957 gereed was. Deze werd gebouwd naast de noodkerk op grond van de "Engelse tuin" van de familie Heere en de daar achter gelegen tuinderij. Twaalf jaren heeft de noodkerk dienstgedaan en in 1958 werd het slopen aanbesteed. De hoogste inschrijver wilde van het Kerkbestuur f. 7500,- ontvangen en de laagste betaalde aan het Kerkbestuur f. 300,-voor hetzelfde werk. Conform het bestek is het slopen uitgevoerd door J. Everaard uit Roosendaal en hiermede verdwenen de resten van een zeer markant punt uit ons dorp. Vele jaren was in de wijde omgeving te zien waar Raamsdonksveer lag, dankzij de mooie spitse toren met het Mariabeeld. Beelden uit het verleden staan soms nog helder op ons netvlies, maar na zestig jaren zijn er velen vervaagd of helemaal verdwenen.

Jacques Weterings, Raamsdonksveer 2005

Heeft u aanvullingen of wijzigingen bij dit artikel? opdekaart@veerserfgoed.nl