1940-1945; Ruilen: een waargebeurd verhaal: verschil tussen versies

(Nieuwe pagina aangemaakt met 'Als er een gebrek aan van alles en nog wat komt, worden mensen vindingrijker, doen dingen die ze onder normale omstandigheden nooit zouden doen. Er waren tijdens...')
(geen verschil)

Versie van 8 okt 2019 om 21:23

Als er een gebrek aan van alles en nog wat komt, worden mensen vindingrijker, doen dingen die ze onder normale omstandigheden nooit zouden doen.

Er waren tijdens de oorlogsjaren weinig katten op het Sandoel en misschien zelfs wel heel weinig katten op ’t Veer. Katten werden gevangen op het Sandoel, geslacht en zonder kop - als zijnde konijn - aangeboden als ruilwaar aan schippers die geladen met kolen (brandstof) naar de Dongecentrale in de Donge kwamen om te lossen. Deze schippers ruilden dan kolen tegen - naar zij dachten - een konijn. In werkelijkheid kregen zij een kat.

Maar het liefst ruilden deze mannen hun “konijnen” bij schippers die met suiker geladen van of naar de Suikerfabriek aan de Statendam kwamen. Een gedeelte van de geruilde suiker werd gebruikt om drank van te maken. Men leende dan bij: Graanhandel Kleijn of bij boeren in de buurt gerst of tarwe. Daarna deden ze suiker, gerst of tarwe, samen met wat water, in glazen “stopflessen” om daarna het mengsel enige tijd te laten gisten. Door dit proces ontstond een soort gerstwijn van ca. 10% alcohol.

Iedereen tevreden, schippers hadden “konijn” in de pan en de mensen op het Sandoel hadden brandstof, suiker en een borreltje.

Heeft u aanvullingen of wijzigingen bij dit artikel? opdekaart@veerserfgoed.nl