1940-1945; Dwangarbeid: Marinus Keijzers: verschil tussen versies

(Nieuwe pagina aangemaakt met ''''Het verhaal van Marinus Keijzers als dwangarbeider''' Ria van Pelt- Keijzers (1941), vertelt het verhaal van hun gezin tijdens de oorlogsjaren en de zoektocht n...')
(geen verschil)

Versie van 8 okt 2019 om 22:17

Het verhaal van Marinus Keijzers als dwangarbeider

Ria van Pelt- Keijzers (1941), vertelt het verhaal van hun gezin tijdens de oorlogsjaren en de zoektocht naar de plaats en de omstandigheden van de dwangarbeid van haar vader Marinus Keijzers. Het gezin Keijzers bestond uit: pa Marinus (Rinus) Keijzers 1907, ma Adriana Sjana Keijzers-Klavers 1906, dochter Jo, zoon Bertus, zoon Janus, zoon Rinus, dochter Ria, dochter Adrie.

Tijdens de oorlog werkte ons pa als grondwerker, bij een bouwonderneming in Rijen. Tijdens zijn werk werd hij in mei 1942, samen met nog andere mannen, door Duitse soldaten opgepakt en met onbekende bestemming voor de dwangarbeid weggevoerd.

Ons ma bleef, niet wetend waar ons pa was, zwanger en met vijf kinderen, zonder geld achter. Later kreeg ze via het “arbeidsbureau” een beetje geld om met haar gezin van te kunnen leven.

Nadien blijkt dat pa per trein naar Brest werd gebracht waar hij aan een stuwdam heeft gewerkt. Daarna is hij per schip naar een eiland voor de Franse kust gebracht. Hoe hij daar moest werken of zelfs wat voor werk hij daar deed, bleef lang onbekend. Na acht maanden, rond de Kerst van 1942, wist pa te ontsnappen en zich te verstoppen op een kolenschip dat van het eiland voor de Franse kust naar Antwerpen voer. Dat was in oorlogstijd nog een gevaarlijke onderneming, want het schip dat voor hen voer werd getorpedeerd en is met man en muis vergaan. Na aankomst in Antwerpen is hij ontsnapt en te voet verder terug naar huis gevlucht. Mijn oudste zus Jo, toen 10 jaar oud, zag hem met een zak op zijn rug aan komen lopen, maar pa was zo veranderd dat ze hem niet meer herkende.

Als bij de Duitsers bekend wordt dat pa gevlucht is, wordt er - om hem te zoeken - een razzia gehouden. Maar pa had, vanaf beneden niet zichtbaar, zich bovenin op een piepklein zoldertje van de duivenkooi verstopt. Onbewust de spanning aanvoelend, hielden wij, de kinderen ons doodstil. De Duitsers kwamen bij ons thuis om pa te zoeken en schreeuwden ma snauwend en grauwend bevelen toe. Maar ma, normaal een bescheiden vrouw, was in doodsangst en op van de zenuwen, zette een grote mond op tegen de Duitsers, dat ze hoogzwanger was en dat zij (de Duitsers) haar man hadden weggehaald en zij hier alleen met haar grote gezin zat. De Duitsers geloofden haar en vertrokken weer. De mannen die tijdens deze razzia wel opgepakt werden, gingen daarna naar het concentratiekamp.

Pa was gelukkig wel terug thuis, toen onze baby Adrie op 9 januari 1943 geboren werd.

Het zwijgen van ons pa, Rinus Keijzers.

Er was veel, te veel gebeurd in het leven van ons ma, maar zeker in dat van ons pa. Nooit, maar dan ook nooit sprak hij over wat er gebeurd was, hij sprak zelfs nooit over waar hij tijdens zijn dwangarbeid geweest was. Destijds was overal het motto: “Niet klagen maar dragen”, dat maakte het er niet gemakkelijker op.

Later, toen pa en ma samen met de grootste kinderen naar de “Bonte Dinsdagavondtrein” op de radio zaten te luisteren, kwam er een verzekeringsagent uit Raamsdonk op bezoek om samen met pa de verzekeringspolissen eens door te nemen. Pa ging met de man aan tafel zitten en zij hadden samen een gesprek en dat ging niet alleen over de polissen. Ma en de oudste kinderen probeerden met gespitste oren mee te luisteren, zij hoorden flarden van het gesprek, over de tijd dat pa als dwangarbeider in Frankrijk was, maar de juiste toedracht kregen ze niet mee. Van mijn oudere broers en zus, hoorden wij later dat pa na thuiskomst erg was er veranderd. Hij was heel stil geworden en had altijd hoofdpijn, hij kon niets meer verdragen. Dat is zijn verdere leven zo gebleven! Daar kwam nog bij, dat het jongste kindje, geboren in januari vlak nadat pa thuis was gekomen, op 2,5-jarige leeftijd, vlak na de bevrijding op 18 juli 1945 overleed.

Over “toen” werd nooit meer gesproken. Wij leefden om ons pa een “stil” leven. Wij mochten géén radio aan, niet lachen, geen herrie maken en het liefst geen familie of vrienden bij ons thuis. Ma en wij, de kinderen, zijn heel eenzaam door het leven gegaan! Of ons ma wist wat haar man was overkomen is ook nog maar de vraag. Wij wisten alleen dat hij naar Frankrijk getransporteerd was en ooit kwam ergens boven water dat hij waarschijnlijk op het eiland Guernsey zijn dwangarbeid had verricht. Op zijn sterfbed zei Pa: “Ik heb mijn hele leven niet veel gepraat, nu zou ik het nog wel willen, maar nu kan ik het niet meer.

De zoektocht

Wij, de kinderen, bleven ons altijd afvragen, waar ons pa was geweest en welke arbeid hij daar op Guernsey had moeten verrichten. In 2007 beginnen mijn - in 1947 geboren - zus Jeanne en ik dan aan een zes jaar durende zoektocht.

Over de Nederlandse dwangarbeiders in Frankrijk, maar zeker over de dwangarbeiders die op de Kanaaleilanden gevangen werden gehouden, was nauwelijks iets bekend. Dat hield ons niet tegen te zoeken naar waar ons pa naartoe was geweest en wat hem allemaal was overkomen.

- We starten via het Gemeentehuis van Raamsdonksveer - Die stuurde ons door naar het Ned. Rode Kruis in Den Haag. - Vandaar gaan we naar het Regionaal archief in Tilburg. - Die stuurde ons door naar het CWI (Centrum voor Werk en Inkomen in Oosterhout. - Dan naar het NIOD in Amsterdam - Daar kregen we het adres van Hans de Vries, - Via het NIOD naar het Nationaal Archief. - Om terecht te komen bij de “Organisation Todt” - Schrijver Pim Mulder - Telefoongesprek met Raymund Schutz om navraag in Duitsland te doen.

Na vele mails krijgen we eindelijk bij het NIOD, de naam van Hans de Vries en met hem informatie over Guernsey. Hij vertelde dat veel arbeiders voor de eilanden bij aannemers en bouwfirma’s werden geronseld (lees: opgepakt en weggevoerd). Hij stuurde ons ook krantenartikelen over de “Organisation Todt”, de werkers en het werk op Guernsey. Organisation Todt was een Duitse bouworganisatie, die een meer dan 5000 km lang kustverdedigingswerk langs de Noordzee en de Atlantische Oceaan, vanaf Spanje tot aan de Russische grens in Noorwegen, de “Atlantikwall” bouwde. Op de eilanden Jersey en Guernsey bouwden ze een ondergronds gangenstelsel van drie vierkante kilometer groot, voor de opslag van wapens, water en brandstof. Op Guernsey, in de parochie Saint Andrews, bouwden de Duitsers of liever gezegd, de dwangarbeiders een enorm ondergronds hospitaal. Hiervoor moest 60.000 ton rots worden verplaatst, uitgehakt, gedrild, geboord, met een spade in en uit kruiwagens geladen. Allemaal heel zwaar handwerk om 20 meter onder de grond 500 ziekenhuisbedden neer te kunnen zetten.

Hier werden de Brabanders, dus ook pa die in Rijen samen met de mannen die op het vliegveld van Gilze-Rijen zijn opgepakt en die hier naartoe gebracht werden, gevangen gehouden. Hier verrichtten zij onder erbarmelijke omstandigheden hun dagelijkse zware dwangarbeid. Het is achteraf gezien geen wonder, dat ons pa geen lawaai meer aan zijn hoofd kon verdragen.


Later kregen we ook contact met de schrijver, Pim Mulder. Hij heeft meerdere artikelen over de dwangarbeid op Guernsey geschreven voor de lokale krant “De Stelling”. Beide mannen, Hans de Vries (1) en Pim Mulder, komen uit het noorden van Nederland. Zij deden ook onderzoek naar de dwangarbeid van hun familie op Guernsey, van hen kregen wij de meeste informatie. Pim Mulder schreef een boek over zijn dorpsgenoten. Voor een project over de oorlog op school is Ingrid, de dochter van mijn zus Jeanne, samen met haar dochter, de 16-jarige Florien Vinkoert naar het eiland Guernsey geweest. Florien heeft de prachtige poster over haar over-opa en ons pa Marinus Keijzers gemaakt.

Ondanks alles, zijn wij blij, deze zoektocht naar de oorlogsgeschiedenis van ons pa gemaakt te hebben. Het laat je zien waartoe de mens en de mensheid in staat is. Goed en Kwaad.

 1) Citaat Hans de Vries: “Hier op Guernsey, werden mannen uit Raamsdonksveer en omgeving als dwangarbeider vastgehouden! Sommige van hen konden ontsnappen, anderen vonden de dood, doordat de schepen waarop ze zich verstopten, om te vluchten tot zinken werden gebracht. Slechts enkelen wisten behouden terug te keren in Nederland, waar sommige van hen door razzia’s weer werden opgepakt!”
Heeft u aanvullingen of wijzigingen bij dit artikel? opdekaart@veerserfgoed.nl