1940-1945; Dagboekverslag Zusters St. Theresia Gesticht net voor bevrijding: verschil tussen versies

(Nieuwe pagina aangemaakt met '==Vrijdag 27 October== 's Morgens onder de Heilige Mis komen Duitsers om de school op te eisen. Direct begonnen met uitruimen; goed half twaalf kwamen ze. 't Waren...')
(geen verschil)

Versie van 8 okt 2019 om 22:00

Vrijdag 27 October

's Morgens onder de Heilige Mis komen Duitsers om de school op te eisen. Direct begonnen met uitruimen; goed half twaalf kwamen ze. 't Waren meestal Tartaren en Russen uit de Kaukasus, alleen gewapend met schoppen. Zevende klas werd “Handwerkerstube" (schoenmakers lieten er bun sporen achter); lokaal daarnaast voor de verpleging; in de andere lag stro voor de logés. Op de speelplaats de keukenwagen; een Hollandse koe en 2 Hollandse paarden stonden er op stro, dat er zeer Hollands uitzag. De grote spreekkamer diende voor administratie en voedselvoorziening en er logeerden ook een paar "mindere godheden". De Tartaren bleken kunstzinnig van aanleg: de schoolborden prijkten met tekeningen en al gauw hadden ze ons schoolorgeltje te pakken; met 'n zoet lijntje kregen we dat toch weer terug.

In ons "Rode Pannenhuis" (bewaar-, naai- en ULO-school) was enige wekenlang een "Wehrmachtswurstmacherei" geweest, waar menig Nederlands koetje en zwijntje tot worstvulsel werd vermalen. Het kleine kamertje naast de speelzaal werd door die vernuftige luitjes tot rookschouw omgetoverd. Na afloop waren de muren en deuren en ramen helemaal bruin geblakerd en de rooklucht raken we in geen jaren kwijt. In de vloer van de speelzaal maakten ze een zinkput voor den afvoer van het vuil. Toen de Tartaren kwamen, waren de meeste slagers al vertrokken: dikke vette kerels met gouden tanden in de mond; de leider van de Tartaren wilde in 't Rode Pannenhuis een vertrekje hebben voor administratie, maar die vlieger ging niet op: de worstmakers wilden niets van de schopjesdragers weten. De halve schoolinventaris (de rest hadden de schoolkinderen mee naar buis genomen) lag opgestapeld in de gang bij de refter. Tot laat in den avond hebben we eraan gewerkt om dat op te ruimen.

Zaterdag 28 October

's Morgens onder het ontbijt komt het Duitse Rode Kruis in ons ziekenhuis. Dat was, enige weken tevoren daar al voor opgeëist en gedeeltelijk ontruimd. Van de Tartaren uit de school lagen er 'n paar ziek op kamer 21, maar toen de Rode Kruisheren kwamen moesten ze “hinaus". Om plm. half negen hadden we een H. Mis in de kapel van den aalmoezenier Dr. Stöckl. Bij deze groep waren ook nog de volgende priesters:

  • Pater Carl Fischer (Unteroffizier) van de Kruisheren van St. Agatha.
  • Pater Damiaan Schäfers (Unteroffizier) van de Paters v. d. H.H. Harten (Picpus).
  • Kaplan Frank Bütfering.

Deze priesters droegen altijd Ons Heer bij zich en zijn voor menig stervende en zwaargewonde een grote steun en troost geweest. Een van deze priesters las die dag nog om half twaalf en de andere om half twee H. Mis. Tussen kerk en huis en ook achter bij het ziekenhuis stond het vol Rode Kruiswagens voor de af- en aanvoer van gewonden. Ons ziekenhuis was doorgangshuis: de gewonden werden bij ons geholpen en verder getransporteerd. Heel wat oorlogsellende hebben we in die paar dagen gezien: armen en benen amputeren was de gewoonste zaak van de wereld; de dokters zagen eruit als slagers met leren schorten voor; ze stelden er een eer in om in de kortst mogelijke tijd hun operaties te verrichten. Nog nooit heeft er ons ziekenhuis zo uitgezien: gangen en trappen vol bloed. Overal wrakken van mensen, krimpend van pijn, maar geen gekerm hebben we gehoord. De transportkolonne, waaronder zeer veel Italianen, lagen in de bouw van de bewaarschool, daar sliepen ze. Bij de boerderij stond de keukenwagen: bij de varkens schilden ze hun aardappelen en hadden daarbij de hulp van een Nederlandse "dame", die blijkbaar bij de soldaten hoorde. Twee Italianen wilden met geweld op de boerderij slapen, maar ze mochten niet van hun baas. In de nacht van 28 op 29 October zijn de Tartaren uit onze school weer vertrokken en de Rode Kruisheren maakten die nacht ook aanstalten om te vertrekken, maar ze bedachten zich. 's Zaterdagsavonds om 7 uur na het Lof waren de branden van Waspik en Raamsdonk hier duidelijk te zien: het oorlogsgeweld naderde steeds meer. Er werden burgergewonden vandaar bij ons gebracht. (De allereerste burgergewonden zijn hier al binnengebracht op Zondag 17 September). Ze vielen bij het beschieten van de schepen die in de omtrek lagen.

Zondag 29 October - Feest van Christus Koning

’s Morgens hoorden we het gebulder naderen. Er werden veel Duitse gewonden binnengebracht. Toen we uit de Hoogmis kwamen (de laatste in onze kerk) kwam er juist een nieuw transport binnen. Aan de deur van het ziekenhuis stond een gewonde Pool, die aan het hoofd verbonden was. Er waren nog 3 Polen meer, die gewond en krijgsgevangen waren. Een van de Rode Kruiswagens, die van hier gewonde Duitsers verder vervoerden, werd Zondagmiddag bij de Made in brand geschoten: chauffeur dood. Twee gewonden verbrand, de anderen door Pater Schäfers nog uit de brandende wagen getrokken; Pater ongedeerd. In de nacht van Zondag op Maandag zijn de Duitse Rode Kruis mensen om 2 uur vertrokken. Omdat we de granaten al hoorden fluiten, waren sommige Zusters van de bovenzaal opgestaan om een veiliger heenkomen te zoeken. Van de gewonde soldaten bleven alleen de 3 Polen achter; één Pool was gestorven en hier begraven met nog 6 gesneuvelde Duitsers. In de nacht van Zondag op Maandag 29-30 October is ook het openluchtstation van de P. N. E. M. opgeblazen.

Maandag 30 October

Grote sjouwpartij om alle patiënten van zieken-en gasthuis naar beneden te brengen: zieke Zusters in de rode gang, vrouwtjes in het washuis, de rest in het souterrain van het ziekenhuis. De Zusters van het huis in vleeskamer, bijkeuken en doorloop van de kelder. Plm. 11 uur springt de Dongebrug, waarbij enige gewonden vallen. Eerste keldernacht tamelijk rustig verlopen. In de kerk is het slot van de zij-ingang doorgezaagd, waarschijnlijk door de Moffen die opdracht hadden de kerk op te blazen. Vroeg in de morgen kloppen zeven druipnatte Duitsers aan het ziekenhuis om even te rusten en zich te drogen. Zij gaven voor ontvluchte krijgsgevangenen te zijn, die de Donge waren overgezwommen. Vroeg in de morgen waren ze weer spoorloos verdwenen.

Dinsdag 31 October

Even vóór negen gaat het bericht door het huis: “De toren zal vallen!”. Zes kerkverwoesters klommen na de Mis van acht uur den toren in, munitie op den rug. Het alarmsignaal ratelt door het huis. De meesten vluchten de kelder in, want de kerk staat zo angstig-dicht bij ons huis. Een geweldig gekraak en …... onze mooie kerk was één puinhoop. Wat men bij zulk een heiligschennis, bij zulk een gans nodeloze verwoesting voelt is niet onder woorden te brengen en men vraagt zich af: “Zijn degenen, die zulke wandaden bedrijven of doen bedrijven nog wel mènsen te noemen?" Rondom het huis hing een wolk van stof en gruis, zodat we de boerderij en de bomen in ons binnen tuintje helemaal niet meer zagen staan. De schade aan ons huis was ook aanzienlijk. Grote brokstukken van de kerk waren tegen de voorkant van het huis gevallen. Ongeveer alle ruiten aan voorkant en in 't ziekenhuis stuk. Ook de grote operatiekamer. De slaapzaal van vrouwtjes en dienstmeisjes ingedeukt. Verwarmings-en waterleidingbuizen afgeknapt. Panelen uit de deuren enz. enz. We stonden verslagen! En de aanblik van de kerk: meer dan treurig! De spits van de toren met het beeld van Maria nog erin stond rechtop midden in de kerk. De aanstichters van dit onheil kwamen waarachtig na afloop nog met een zoetsappig gezicht vragen of er ook gewonden in het huis waren. Nee gelukkig niet, O. L. Heer had ons allen zonder het minste letsel gespaard. Laus Deo! In de namiddag begonnen de Engelsen te vuren en de Duitsers dienden van antwoord, lang niet mals. Zeer onrustige nacht in de kelders. Sisca van Loon, dochter van den directeur van de boterfabriek van Raamsdonk, die daags tevoren op vlucht uit hun huis zwaargewond was, werd bediend. In de sectiekamer werd Tommie Stoop geboren en Zr. Appelhof diende in No. 3 de nooddoop toe. Er werd geweldig geschoten. Omstreeks half twee kwamen er herauten van de O.B. door de kelder met de boodschap “We zijn Engels". 't Was te mooi om waar te zijn, maar toen even daarna Jan Broeders het bevestigde en zei dat hij al enige van onze bevrijders de hand gedrukt had, geloofden wij het en we baden een dankbaar Te Deum. Zonder enig persoonlijk letsel waren we vrij! Onder de burgers vielen die dag zes slachtoffers, waaronder ook Lientje Broeders, een kind van onze school.

Woensdag 1 November

Een vreemd Allerheiligenfeest, geen Gezongen H. Mis. 's Middags tussen 1 en 3 uur kwamen de eerste Tommies in het ziekenhuis. Om 3 uur begon het Lof. Mensen in de kapel waren met oranje getooid. Er komen enige vliegmachines over en even daarna gaan er vier of vijf zo'n geweldige klappen, dat allen verschrikt de kapel uit hollen naar de kelder. Bij de deur tussen huis en school stond een angstig gillende menigte afkomstig uit de schuilkelder van de bewaarschool, waar Lof voor de parochie was geweest. De Pater, die Ons Heer van het Altaar had willen nemen, werd plotseling geroepen voor een bediening in die schuilkelder. Moeder Lamberdine, die nog even in de Kapel keek zag daar de uitgestelde monstrans staan. Dr. Koot was er ook bij en ..... even later kwam de dokter met Ons Heer in de monstrans, begeleid door Moeder en Zr. Elisabeth met ieder een brandende kaars in onze schuilkelder. Daar stonden of knielden we als bange kinderen rond onzen Vader: Kapelaan Brocken gaf ons allen de Generale Absolutie. Wat was er nu eigenlijk gebeurd? Toen alles weer wat rustiger werd, konden we de verwoesting zien: enige voltreffers midden op de bewaarschoolbouw. Het middelste lokaal (naaischool) totaal vernield, een grote gaping midden in het dak. Plafond van de gang helemaal omlaag gestort. De andere lokalen ook gehavend behalve het Mulo-lokaal. Speelzaal en schuilkelders ongeschonden; één man aan hartverlamming gestorven. Overigens niemand gewond, ofschoon het Lof in volle gang was. Wat God bewaart, is wèl bewaard. Vol onrust gaan we die avond naar bed. Er gingen geruchten dat onze school en een gedeelte van het huis in de weg stonden voor de beschieting van Geertruidenberg. Gelukkig bleek deze vrees ongegrond. Volgens wijze raad sliepen we die nacht niet op de strozakken, maar zochten we, gekleed en wel, een zitplaats. Er heeft zelfs een Zuster boven op de meelzakken geslapen.

Heeft u aanvullingen of wijzigingen bij dit artikel? opdekaart@veerserfgoed.nl