1940-1945; Burgemeester van Raamsdonk tijdens oorlogsjaren: verschil tussen versies

(Nieuwe pagina aangemaakt met 'Mr. Theo Heere wordt op 1 september 1938 op 36-jarige leeftijd geïnstalleerd als burgemeester van Raamsdonk. Twee jaar later zit hij als burgemeester midden in de...')
(geen verschil)

Versie van 8 okt 2019 om 21:33

Mr. Theo Heere wordt op 1 september 1938 op 36-jarige leeftijd geïnstalleerd als burgemeester van Raamsdonk. Twee jaar later zit hij als burgemeester midden in de gruwelen van de oorlog.

Onderduiken

In februari 1943 gelast minister-president Gerbrandy via Radio Oranje het gehele overheidspersoneel - de burgemeesters incluis - alle maatregelen ‘welke ten doel hebben, de Duitse oorlogsmachine met Nederlandse goederen of Nederlandse onderdanen te voeden' tegen te werken.

De burgemeester is tijdens de Tweede Wereldoorlog anti-Duits. Op 12 februari 1944 krijgt hij bezoek van de Duitse majoor Ludwig, die hem komt vertellen om zijn mensen ter beschikking van de bezetters te stellen. Als hij - net zoals zijn collega in Geertruidenberg - categorisch blijft weigeren om zijn mensen ter beschikking te stellen voor het graven van tankgrachten bij Geertruidenberg voor de Duitsers, ontsteekt de Duitse majoor Ludwig in woede en vertrekt. Heere, die kan raden dat het niet goed met hem zal aflopen, vlucht door een achterdeur en duikt onmiddellijk onder op verschillende adressen, o.a. dichtbij het militaire vliegveld in Gilze-Rijen. Tot 31 oktober 1944 blijft hij ondergedoken. Dat hij daaraan goed doet, blijkt uit het feit dat de Duitsers hem bij verstek veroordelen tot de strop. Het vonnis moet ten uitvoer worden gebracht aan de lantaarnpaal voor het gemeentehuis.

Het voorval met de Duitse majoor Ludwig betekende voor de gezinsleden van burgemeester Heere dat ook zij in gevaar waren. Via de ondergrondse kregen mevrouw Heere en de kinderen de boodschap ook onder te duiken, daar de Duitsers er waarschijnlijk op uit waren het hele gezin van de onwillige burgemeester achter het prikkeldraad te zetten. Mevrouw Heere verbleef toen met haar kinderen in het Theresiaziekenhuis daar hun huis door de Duitsers was gevorderd en van de inboedel ontdaan. Mevr. Heere moet samen met haar kinderen het huis binnen vier uur verlaten zodat het als hoofdkwartier kon dienen. Buiten wat kleding, mochten ze niets meenemen.

Hun dochter, Mieke, was daarbij ook nog ziek van een longontsteking en moest daarom op een brancard met huif naar het ziekenhuis vervoerd worden. Daar kreeg de familie twee kamers aangeboden waar ze dan zolang konden wonen. Na enige tijd kwamen er twee officieren voor mevrouw Heere om haar mee te nemen naar Breda, ze zou daar de sleutel van het huis terugkrijgen. Een smoes natuurlijk, dat doorzag iedereen, dus moesten de kinderen weg zijn voordat de Duitsers terugkwamen om ook die op te halen. Kees de Jong en Bert de Bont zorgden ervoor dat ze op onderduikadressen terecht kwamen. De jonge Theo Heere, toen ongeveer 2 jaar oud, werd korte tijd ondergebracht in Schijndel om later naar Eersel in de Kempen te verhuizen, waar hij verborgen werd gehouden onder de naam Jozef Jansen.

De kinderen kunnen worden weg gesmokkeld, maar hun moeder wordt op 8 april 1944 door de Duitsers opgepakt en in het concentratiekamp Vught opgesloten.

Mr. Heere is ondergedoken met een vals persoonsbewijs op naam van landarbeider Hendrik Zijlmans. Hij helpt mee op het land, maar is natuurlijk géén echte landarbeider. Dat is bijvoorbeeld te zien aan zijn handen. Op een dag roept een jonge Duitse soldaat hem en vraagt zijn persoonsbewijs. Theo Heere toont het, waarop de soldaat de handen van de 'landarbeider' eens goed bekijkt. De Duitser krijgt argwaan, kijkt de burgemeester aan, geeft het persoonsbewijs terug en zegt: "sie sind nicht von hier" en vertrekt.

Terug naar huis

De kinderen Heere worden op verschillende plekken bij familie zijn ondergebracht, echter dat was allemaal niet veilig genoeg omdat het binnen de familie bleef. Daarom gaan ze in de zomer van 1944 naar een boerderij in Raamsdonk, Bergenstraat 9.

Op 13 september 1944 kwam het bericht dat hun moeder in Vught, samen met vele anderen, was vrijgelaten. Vervoer naar Raamsdonk had ze niet maar ze wist een Bosschenaar zo ver te krijgen dat deze haar per auto naar Raamsdonk wilde brengen. De auto was echter gedurende de oorlog verborgen geweest en had natuurlijk al die jaren niet meer gereden. Stoppen durfde de eigenaar niet als het voertuig eenmaal liep en mevrouw Heere kreeg de waarschuwing mee dat ze in Raamsdonk maar uit de auto moest springen daar hij niet zou stoppen. De burgemeester voegt zich in de middag van 31 oktober 1944 bij hen in het onderduikadres in Raamsdonk. Het huis trilt van het gedonder van tank- en pantservoertuigen die voorbijrijden richting Raamsdonksveer. In de avond opent plotseling de kelderdeur en daar staat een hoge officier van de Engelse Intelligence Service, die mr. Heere met onmiddellijke ingang herstelt in zijn ambt als burgemeester van gemeente Raamsdonk.

Heeft u aanvullingen of wijzigingen bij dit artikel? opdekaart@veerserfgoed.nl