Zuivelfabriek Udenhout

Zuivelfabriek

Zuivelfabriek.JPG

De zuivelfabriek in Udenhout

Binnen het bestuur van het toenmalige bestuur van de Boerenleenbank werd in 1907 al gesproken over de oprichting van een stoomzuivelfabriek. Woorden worden daden als in 1915 door de Boerenbond de benodigde bouwgrond wordt geschonken. Ook de bank verstrekt een bijdrage in de oprichtingskosten. De formele oprichting vindt plaats bij notariele acte op 3 maart 1916. Door burgemeester Henricus van Heeswijk, kapelaan Antonius Mooren en negentien vooruitstrevende boeren wordt vervolgens het startsein gegeven voor de bouw van de Cooperatieve Zuivelfabriek "St.-Isidorus". Het eerste bestuur bestaat uit Hannes Willems (voorzitter), Jan Vermeer Pzn (ondervoorzitter), Peer Heijmans (secretaris) en de bestuursleden Kees van Balkom en Janus Pijnenborg. In de Raad van Toezicht worden gekozen burgemeester Van Heeswijk (voorzitter), Kobus van Roessel (ondervoorzitter) en Willem Versteijnen (secretaris). Kapelaan Mooren wordt benoemd tot geestelijk adviseur. Met ingang van 1 januari 1917 werd Jan Besselink uit Schaijk aangesteld als directeur met een jaarsalaris van fl. 3.760,- plus vrije woning, vuur en licht. Bouwtekeningen en bestek werden voorbereid door de bouwkundige L. van Berkel uit Schaijk. De stichtingskosten belopen circa fl. 100.000,-, waarvan ongeveer fl. 45.000,- voor grond en gebouwen en fl. 55.000,- voor machinepark en verdere inventaris. Op 18 mei 1917 kan worden begonnen met de ontvangst en verwerking van de eerste melk.

Tot de oorlogsjaren ging het de fabriek voor de wind. Onder leiding van directeur Janssen wordt er na de oorlog gemoderniseerd en uitgebreid. De zuivelfabriek van Haaren wordt overgenomen en in Udenhout verrijst een gehele vernieuwde fabriek. DE concentratie in de zuivel heeft tot gevolg dat in 1965 wordt gefuseerd met de CTM, de Cooperatieve Tilburgsche Melkinrichting.

Het gebouwencomplex herbergt sinds 1986 een supermarkt.