Zonnewijzer

Toren van de Geertruidskerk zijde Brandestraat 1789

UeK IMGP8534.JPG

Aan de zuidzijde van de toren bevindt zich een zonnewijzer. De zonnewijzer heeft uurlijnen van VI tot VI, van zes uur ’s ochtends tot zes uur ’s avonds, met een onderverdeling in halve uren. Landmeter Cornelis van der Teen plaatste in 1789 de zonnewijzer op de toren en stelde deze correct op het zuiden af. Een goed geplaatste zonnewijzer geeft de lokale zonnetijd aan: om 12 uur ’s middags staat de zon op zijn hoogste punt en dan valt de schaduw van de wijzer precies in het midden tussen VI en VI. Dat wil echter niet zeggen dat het dan ook daadwerkelijk 12 uur is in onze huidige tijdrekening. Sinds 1908 kent Nederland een voor het hele land geldend tijdsysteem, waarbij ongeacht de plaatselijke zonnetijd het overal even laat is. Deze nationale tijd werd vastgesteld op de zonnetijd van de Westertoren in Amsterdam. Aangezien Geertruidenberg ten oosten daarvan ligt, loopt de zonnetijd van Geertruidenberg in de winter veertig minuten en in de zomer honderd minuten voor op ons horloge. In het verleden liepen torenuurwerken nog niet zo regelmatig en ze moesten dan ook op gezette tijden worden gelijkgesteld aan de werkelijke lokale tijd, aangegeven door de zonnewijzer, vandaar dat vaak op torens behalve een uurwerk ook een zonnewijzer aanwezig is. De uurverdeling op deze zonnewijzer loopt van ’s ochtends 7 (VII) tot ’s avonds 5 uur (V) met een aanduiding (x) voor de halve uren.

Informatiebron

F.J. de Vries, “Drie zonnewijzers in Geertruidenberg”, in De Dongebode, XIII (1987) p. 63-66.