Willebrordus Antonius Dams

Willebrordus Antonius Dams (Tilburg 1765 - Tilburg 1846) was wollenstoffenfabrikant en bekleedde tijdens de Bataafse Republiek en de Franse overheersing verschillende magistraatsfuncties. Hij werd in 1795 lid van de Municipaliteit (gemeentebestuur). In 1796 werd hij door de Raad van Brabant vervolgd wegens verstoring van een kiesvergadering. In 1797 werd Dams gekozen tot plaatsvervangend afgevaardigde voor Tilburg in de Tweede Nationale Vergadering, die op 1 september 1797 bijeenkwam. In 1798 volgde zijn benoeming tot representant. Hij had zitting tot de Omwenteling van 12 juni 1798. In 1803 volgde zijn benoeming door het Departementaal Bestuur van Brabant tot schout-civiel van Tilburg en Goirle. Hij bleef dit tot de instelling van het vredegerecht in juni 1811 en werd toen waarnemend griffier. Bij keizerlijk decreet, gedateerd St. Cloud 15 november 1811, werd hij benoemd tot ‘maire’ (burgemeester), als opvolger van zijn zwager Martinus van Dooren. Met de nederlaag van de Fransen bij Waterloo (1815) was zijn politieke loopbaan voorlopig ten einde en wijdde hij zich weer geheel aan zijn fabriek. Later was Dams plaatsvervangend vrederechter (1823-1826), secretaris van Tilburg (1826-1832) en provisioneel stedelijk ontvanger (vanaf 1832). In 1830 wordt hij als kerkmeester van de parochie ‘t Heike genoemd.