Wetenschappelijke integriteit

BalkTiu.jpg

Stapelaffaire

Wetenschappelijke integriteit staat hoog in het vaandel van universiteiten. De toegenomen aandacht voor dit onderwerp vloeit ook voort uit een aantal geruchtmakende zaken. De zaak die zonder twijfel de meeste aandacht trok is die van de sociaal psycholoog Diederik Stapel. In 2011 werd duidelijk dat hij op grote schaal data had verzonnen. Daardoor kon hij in zijn onderzoek conclusies trekken die te mooi waren om waar te zijn. Uiteindelijk werd hij in Tilburg ontmaskerd mede door het speurwerk van enkele klokkenluiders. Deze jonge onderzoekers konden niet geloven dat Stapel in zijn experimenten zoveel mooiere resultaten kon boeken dan zijzelf toen zij enkele onderzoeken herhaalden.

Commissie Levelt

De Stapelaffaire leidde tot massale aandacht in de media en tot een deuk in de reputatie van Tilburg University, hoewel de universiteit in de ogen van de commissie-Levelt (die de affaire onderzocht) weinig te verwijten viel. Naar aanleiding van de affaire presenteerde een KNAW-commissie in 2016 het ‘Adviesrapport Commissie Verkenning Herziening Gedragscode Wetenschapsbeoefening’ met het advies tot een nieuwe gedragscode te komen. Die code dient volgens de commissie “van toepassing te zijn op al het publieke en publiek-private wetenschappelijk onderzoek in Nederland” en geactualiseerd te worden waar het gaat om waarheidsvinding, het repliceren van onderzoek, het langdurig bewaren en beschikbaar stellen van onderzoeks-data en het publiceren van resultaten en de academische vrijheid in de keuze van onderzoeksonderwerpen. Verder beveelt de commissie aan dat elke instelling een vertrouwenspersoon aanstelt en een Commissie Wetenschappelijke Integriteit, wat aan TiU is gebeurd.

Code of conduct

De Stapelaffaire met gefingeerde data is uitzonderlijk. In de praktijk gaat het bij wetenschappelijke integriteit meestal om systematische aandacht voor het correcte verloop van het onderzoek. Wezenlijke uitgangspunten, zoals eerlijkheid, zorgvuldigheid, betrouwbaarheid en onafhankelijkheid, dienen in acht te worden genomen. Onderzoekers, docenten en studenten dienen deze waarden te respecteren en onder alle omstandigheden elkaar aan te spreken op dubieus gedrag. Dat is uiteindelijk gebeurd in het geval van Stapel. Maar het voorkomen van dergelijk gedrag is beter, en heeft intussen een grotere plek gekregen in het onderwijs. Een en ander is vastgelegd in het integriteitsbeleid, waarin zaken rond bijvoorbeeld dataopslag zijn geregeld en het ondertekenen van een code of conduct.