Walker, Ronald Arthur
Geef de oorlog een gezicht!
Kun jij ons helpen met het schrijven van het levensverhaal van deze persoon?
Hoewel het 80 jaar geleden is dat er een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog blijft het belangrijk de slachtoffers te herdenken. We willen door hun verhaal te vertellen de slachtoffers eren en de herinnering levend houden
Alle Tilburgse oorlogsslachtoffers zijn opgenomen in de Wiki Midden-Brabant en we streven er naar van ieder een levensbeschrijving en foto op te nemen.
Helaas hebben we van sommigen maar beperkte of soms helemaal geen informatie. We hebben jouw hulp nodig deze levensverhalen vast te leggen door ontbrekende informatie aan te vullen met verhalen of foto’s. We ontvangen je reactie graag via info@regionaalarchieftilburg.nl o.v.v. Wiki Oorlogsslachtoffers.
Walker, Ronald Arthur (geb. 09-10-1922 Wigan (GB), gest. Tilburg 09-07-1944), leerling-monteur, piloot. Zoon van Horace Thomas Walker (1892-1977) en Ethel Woodman (1891-?). Walker wordt op 09-07-1944 doodgeschoten te Tilburg.
Inhoud
Achtergrond
Ronald Arthur Walker wordt geboren op 9 oktober 1922 in Wigan. Hij is de zoon van Horace Thomas Walker en Ethel Woodman. Ronald wordt gedoopt in de St. Andrew’s church in Springfield op 26 November 1922. Hij heeft nog een jongere zuster en broer: Dorothy (1924) en Alan (1931). Ronald gaat naar school op het Gidlow Senior School en the District Mining and Technical College in Wigan[1].
In de volkstelling van 1939[2] is het gezin woonachtig aan de 170 Thicknesse Avenue in Wigan. Ronald is dan werkzaam als leerling monteur bij Leyland motors Ltd. in Wigan. Vader Horace is naast zijn gewone werk als deurwaarder ook actief bij de luchtbeschermingsdienst van Wigan.
| Ronald Arthur Walker. | ||
| ||
| Deze foto is gemaakt in het begin van zijn opleiding tot piloot.
Bron: www.wiganlocalhistory.org/ |
Diensttijd
Onbekend is wanneer precies Walker in dienst bij de R.A.F. komt. Aan de hand van zijn servicenummer welke hij in eerste instantie krijgt: 1077298, zou hij na september 1939 in Padgate onder de wapenen komen. Na zijn basisopleiding vertrekt hij naar de Verenigde Staten om aan zijn pilotenopleidingen te gaan beginnen. Uiteindelijk komt hij bij het No. 1654 Heavy Conversion Unit terecht op vliegbasis Wigsley. Hier gaat hij met zijn bemanningsleden trainen op de Lancaster, een viermotorige zware bommenwerper. Op 6 juli 1943 wordt Walker gepromoveerd tot Pilot Officer en krijgt een nieuwe servicenummer: 149550[3].
No. 61 Squadron
Op 5 augustus 1943 wordt Walker samen met zijn bemanning, waarmee hij zijn komende missies boven vijandelijk gebied gaat uitvoeren, gestationeerd bij het No. 61 Squadron.[4] Het No. 61 Squadron heeft zijn thuisbasis op vliegbasis Syerston en vliegt met de Lancaster bommenwerper. Walker, hij is dan nog sergeant, vliegt zijn eerste missie met zijn bemanning in de nacht van 14 op 15 augustus. Die nacht wordt, tijdens een negen uur durende vlucht, de Italiaanse stad Milaan aangevallen. In totaal vliegt Walker 17 missies bij het No. 61 squadron, waarna hij op 10 december tijdelijk met verlof gaat. Hierna meldt hij zich bij het No. 83 squadron.
| Ronald met zijn familie. | ||
| ||
| Ronald met zijn ouders, broer en zus in de tuin van 170 Thicknesse Avenue in Wigan.
Bron: www.wiganlocalhistory.org/ |
No. 83 Squadron
Ronald wordt per 1 januari 1944[5] gestationeerd bij het No.83 squadron in Coningsby, een zogenaamde Pathfinder eenheid, die voor een bommenwerperformatie uitvliegt en doelen markeert met lichtkogels. In de nacht van 5 op 6 juni vliegt hij al als ervaren piloot zijn eerste missie met het No.83 squadron, een bomaanval op de havenstad Stetin. Hij wordt die dag gepromoveerd van Pilot Officer naar Flying Officer[6]. In totaal vliegt Ronald 27 missies boven vijandelijk gebied met het No. 83 Squadron. Bij elke missies worden er vanuit de Lancasters foto opnames gemaakt om te kijken of de bommen al dan niet op het doel gevallen zijn. In the National Archives is een grote map te vinden met deze afbeeldingen gemaakt door het Pathfinder-squadron van Ronald[7]. In april 1944 werkt Ronald zich verder op tot Flight-Lieutenant.
Bombardement op Wesseling
In de nacht van 21 op 22 juni 1944 wordt door een grote luchtvloot de synthetische brandstoffabriek in Wesseling aangevallen. Ronald Arthur Walker neemt als pathfinder deel aan het bombardement. Met zijn crew stijgt hij om 23:18 op van de vliegbasis Coningsby. Onderweg wordt de Lancaster ND551 onderschept door een Duitse nachtjager waarbij het toestel explodeert in de lucht. Zes van de zeven bemanningsleden komen onmiddellijk om het leven.[8] Walker, de enige overlevende, wordt uit het vliegtuig geslingerd en daalt aan zijn parachute neer nabij Bergeijk.
In de ochtend van 22 juni omstreeks 9.00 uur klopt hij aan bij de familie Velthoven in Bergeijk. Ze nemen hem op, maar maken duidelijk dat hij niet kan blijven omdat hun schoondochter al een jaar in de gevangenis zit omdat ze actief hulp verleende aan geallieerde piloten. Velthoven neemt contact op met het verzet en in de avond van 22 juni begeleidt Walther de Vries Ronald Walker naar een onderduikadres. Van daaruit wordt hij naar de boerderij van Petrus Kuyten aan de Wettenscheind in Nuenen gebracht, waar hij de Australische F/Sgt. Jack Stewart Nott ontmoet. Op 29 juni fietsen beide vliegeniers, begeleid door De Vries en twee andere mannen, via Eindhoven naar Aalst. Aanvankelijk duiken zij onder bij de familie Perquin aan de Willibrorduslaan 9 in dit dorp. Kort daarna verhuizen ze naar de zusters Van Moorsel aan de Stationsstraat 232 (nu Willibrorduslaan) in Waalre.
Rond deze tijd vraagt een verzetsvrouw, Leonie van Harssel, aan Jacoba Pulskens (Tante Coba) in de Diepenstraat 25 in Tilburg of ze vijf vliegeniers op weg naar Engeland kan verbergen. Walker en Nott waren twee van hen. Pulskens is het daarmee eens. Op 8 juli omstreeks 20.00 uur worden Walker en Nott hier opgehaald door een auto (DKW F8), bestuurd door Nederlandse verzetsleden Henricus Marinus Johannes (Harry) Aarts, Jan Willem (Jan) Brunnekreef en Petrus Jacobus (Piet) Haagen. Op verzoek van Leonie van Harssel worden de vliegeniers naar het huis van Pulskens in de Diepenstraat 25 gebracht. Hier voegen zij zich bij F/O. Roy Edward Carter die daar in de middag al was aangekomen[9].
9 juli 1944
Op 9 juli 1944 doet de Duitse politie (SiPo/SD) een inval bij het huis van Coba Pulskens aan de Diepenstraat. De auto die Nott en Walker op 8 juli heeft afgeleverd, wordt later op de dag door een Duitse controlepost bij Moergestel aangehouden. Alle inzittenden, waaronder twee andere geallieerde piloten, worden gearresteerd. Na verhoor wordt het adres van Coba Pulskens aan de Diepenstraat genoemd. De volgende ochtend dringt de Duitse politie gewapend Pulskens’ woning binnen. De drie piloten zitten op dat moment te ontbijten. Carter wordt in de keuken doodgeschoten, Nott en Walker op de binnenplaats. Het verhaal gaat dat Pulskens wordt gevraagd een laken te halen om de lichamen van de piloten te bedekken. Volgens de overlevering komt zij terug met de Nederlandse vlag. Pulskens en Van Harssel worden gearresteerd. Na de executie worden de lichamen van de drie piloten gekist en overgebracht naar kamp Vught, waar zij vermoedelijk zijn gecremeerd.
Het proces in Essen
Van 11 tot 26 juni 1946 vindt er voor het British Military Court in het Duitse Essen een proces plaats tegen tien leden van de SIPO/SD die betrokken waren bij de gebeurtenissen in de Diepenstraat. Voor hun aandeel in de moord op de drie piloten worden Karl Cremer (1910), Albert Rösener (1911), Karl Schwanz (1898) en de Oostenrijker Michael Rotschopf (1920) ter dood veroordeeld. Het vonnis wordt op 5 september 1947 voltrokken door ophanging in de gevangenis in Hameln.
Franz Schönfeld, Eugen Rafflenbeul, Karl Brendle (1908), Karl Otto Klingbeil (1903), Hans Ernst Harders (1905) en Werner Koeny worden vrijgesproken. In augustus 1946 is dit zestal echter met enkele andere Duitsers naar Nederland overgebracht om berecht te worden voor de diverse andere door hen in Nederland gepleegde misdrijven.
Distinguished Flying Cross
In totaal vliegen Ronald en zijn bemanningsleden 44 missies boven vijandelijk gebied. Op 27 juni, nog geen vijf dagen na zijn vermissing, wordt aan Ronald het Distinguished Flying Cross toegekend[10]. Het Distinguished Flying Cross is een Engelse hoge onderscheiding voor daden die getuigen van moed en doorzettingsvermogen tijdens gevechtsvluchten (Engels: "an act or acts of valour, courage or devotion to duty whilst flying in active operations against the enemy"). Na de oorlog wordt de onderscheiding door de koning George VI op Buckingham Palace uitgereikt aan de familie van Ronald. Op de foto heeft zijn kleine broertje de medaille opgespeld na de uitreiking. Op 13 juni 1946 krijgt Jack vanwege het tijdelijk ontlopen van krijgsgevangenschap een eervolle vermelding in The London Gazette[11].
Monument
Ronald Arthur Walker wordt herdacht op het Runnymede memorial, het monument van de vermiste militaire en op het War Memorial in zijn woonplaats Wigan.
Gebeurtenis
Inval Coba Pulskens, Diepenstraat, 9 juli 1944
| DFC | ||
| ||
| Op 27 juni 1944 werd aan Ronald het DFC toegekend.
Bron: wikipedia |
Externe links
- Shot in Cold Blood Part 1
- Shot in Cold Blood Part 2
- Aircrew Remebered
- Traces of War
- SGLO Crash Database
- Commonwealth war graves commission
- Wigan Local History, FLT. LT Ronald Walker... The Wigan Pilot Murdered By The Gestapo.
Bronnen
- ↑ Bron: Liverpool Daily 27 juni 1944
- ↑ www.findmyopast.co.uk Census 1939
- ↑ London Gazette supplement : 36170 , Dated 14-09-1943
- ↑ Bron: The National Archives: No.61 squadron summary/records of events 1944 AIR-27-578
- ↑ Bron: The National Archives: No.83 squadron summary/records of events 1944 AIR-27-688
- ↑ London Gazette supplement : 36319 , Dated 1944-01-04
- ↑ The Nationa Archives Squadron Number: No. 83 squadron appendices: Y AIR 27/691
- ↑ De zes andere bemanningsleden van de Lancaster ND551 worden begraven op de oorlogsbegraafplaats van het Gemenebest Eindhoven-Woensel. Dit zijn Flight Engineer Flight Sergeant Harold Edward Houldsworth DFM, Navigator Flight Lieutenant Norman James Cornell DFC, Bommenrichter Flight Lieutenant John Hall Wells DFC, Wireless Operator/Airgunner Flight Sergeant Reginald Charles Bailey DFM, Rear Gunner Flight Sergeant Charles Robert Taylor DFM, Mid Upper Gunner Flight Sergeant David Richard Kelly DFM
- ↑ Bron: Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945
- ↑ London Gazette supplement : 36584 , Dated 1944-06-27
- ↑ London Gazette supplement : 37598 , Dated 1946-06-13





