Vliegtuigcrash Drunen, Fellenoord.
Inhoud
Betrokken personen
- Robert Barneveld
- John Foggon
- Douglas George McKay
- Alan Osborne Smuck
- David Lloyd George Brown
- Bryce Domigan
- James John Kelly
Gebeurtenis
14 juli 1943, 02.36 uur. De Tilburgse Luchtbeschermingsdienst (LBD) meldt "luchtgevaar": meerdere groepen vijandelijke vliegtuigen van west naar oost en van oost naar west. Er wordt zwaar luchtafweer geconstateerd. Twee vliegtuigen vallen brandend neer in noordelijke positie, richting Waalwijk-Drunen, vermoedelijk tengevolge van een luchtgevecht. Zware vuurgloed oost, ver weg. Uit telefonische informatie van de LBD in Waalwijk bleek dat er twee vliegtuigen waren neergestort, het ene ten noorden van Waalwijk[1], het andere tussen Waalwijk en Drunen. Dit laatste toestel behoorde tot 408. Royal Canadian Air Force en was ingedeeld bij No.6 Group Bomber Command. Beide vliegtuigen waren samen met 373 andere bommenwerpers opgestegen van de Engelse basis Leeming in het graafschap Yorkshire. Hun doel was dit keer Aachen. De Duitse nachtjager van Leutnant Brussmann had het tweede toestel neergehaald; het kwam neer in Fellenoord, gemeente Drunen. Om 02.45 uur was het hoofd van de LBD te Drunen aanwezig op de plek des onheils. De machine brandde nog, zodat de functionaris geen nationaliteit kon vaststellen. Er restte hem niets anders te doen dan de Rijksinspectie voor de Bescherming van de Bevolking in Den Haag op te hoogte te stellen alsook de Ortskommandantur te Tilburg en de Polizei-Offizier in Vught. In de vroege ochtend werd - nu in gezelschap van een marechaussee - wederom een bezoek gebracht aan de plaats waar de crash had plaats gevonden. Het toestel bleek geheel versplinterd en in de nabijheid lagen enkele zwaar verminkte lijken en overblijfselen van menselijke lichaamsdelen. Het was niet meer mogelijk om de lijken te identificeren. Op 15 juli vond men niettemin op één der lijken het registratieplaatje van Georg Brown. Diens lijk werd werd afzonderlijk gekist, terwijl de overblijfselen van de niet-geindentificeerde bemanningsleden in één kist werden geborgen. Op last van de Ortskommandant werden de lijken overgebracht naar Tilburg. Later bleek, dat twee van de zeven bemanningsleden van het neergehaalde toestel de crash hadden overleefd. Het ging om de bommenrichter Sergeant Bryce Domigan en navigator Flying Officer James John Kelly. Hun gesneuvelde collega's werden begraven op "Vredehof", van A, rij 1, collectief graf 29/30. D.L.G Brown werd overigens later herbegraven op de Canadese begraafplaats in Bergen op Zoom.
Tijdelijke ontsnapping Bryce Domigan
| Domigan gefotografeerd in zijn burgerkledij | ||
| ||
| foto: Archief Van Alfons Campenhout, website www.hangarflying.eu |
Sergeant Bryce Domigan was de bommenrichter van de Halifax DT769. Hij is geboren in Kilmarnoch, Schotland. Na de crash, waarbij vijf van de zeven bemanningsleden omkwamen werd James John Kelly al snel gevangengenomen, terwijl Domigan erin slaagde bijna twee maanden uit handen van de Duitsers te blijven. Hij landde in een bos, waar hij enkele Duitse soldaten wist te ontwijken. Na vijf kilometer lopen verborg hij zich in een bos. Na twee dagen, op 16 juli, verliet hij het bos en kwam hij in het dorp Udenhout. Daar liep hij naar een huis en vroeg om iets te drinken. De eigenaar raadde hem aan naar een veld te gaan waar een jongeman aan het werk was. Deze jongeman was hoogstwaarschijnlijk Adriaan van Hommelen (Groenstraat B64 Dorp in Udenhout). Van Hommelen bracht hem naar een boerderij waar Domigan een warme maaltijd kreeg. Van Hommelen schreef in zijn hulpverslag: 'Ik heb de piloot geen onderdak geboden, omdat hij nogal bang was om in de buurt van een straat te komen. De hulp bestond uit het verstrekken van voedsel en kleding, het geven van informatie en het wijzen van de weg. We hebben hem een stukje begeleid.' Domigan vervolgde zijn reis in de richting van Tilburg, waar hij op de ochtend van 17 juli aankwam. Aan de westelijke rand van de stad verborg hij zich twee dagen in een stal. Hoewel de boer contact opnam met een priester en een verpleegster, durfden beiden Domigan niet te helpen, waarop hij op 19 juli alleen verder trok. Hij passeerde zonder problemen vliegveld Gilze-Rijen en stak op de ochtend van 20 juli de Nederlands-Belgische grens over net ten noorden van Merksplas. Hij verbleef het grootste deel van de dag op een boerderij, alvorens zuidwaarts te trekken.
Na een nacht in een kar bij Geel te hebben doorgebracht, liep hij op 21 juli de hele dag in de richting van Diest. Daar ontmoette hij drie boeren. Hoewel ze geen Engels spraken, kon een van hen hem duidelijk maken dat hij een verzetswerker was. Ze brachten Domigan naar een huis waar hij de nacht doorbracht. Waarschijnlijk werd hij naar Heppen bij Leopoldsburg gebracht, waar de schoonzus van Peter Claes voor hem zorgde. Peter Claes en Jules Roelants begeleidden hem op 26 juli 1943 naar een smid in Tessenderlo en van daaruit reisde hij enkele weken door naar Aarschot. Uiteindelijk belandde hij in Brussel, waar Domigan werd overgedragen aan Aline Dumont. Van daaruit verbleef hij drie dagen in het huis van René Pirart aan de Rue des Tournesols 8 in Brussel-Anderlecht. Hij verliet de Belgische hoofdstad waarschijnlijk per trein. Via Parijs reisde hij naar Bordeaux en Bayonne. Op 10 september sloeg het noodlot toe. Onder begeleiding van Denise Houget en Jean-François Nothomb arriveerden luitenant Adrian T. van Bemmel (navigator van de B-17 42-29559, neergeschoten op 17 augustus 1943 boven België) en Domigan die dag per fiets in Saint-Jean-de-Luz. Houget en Nothomb fietsten een paar honderd meter voor hen uit, toen er plotseling een Duitse patrouille uit een zijpad tevoorschijn kwam. Ondanks Nothombs wanhopige waarschuwingssignalen met zijn baret, werden Van Bemmel en Domigan staande gehouden door leden van de Duitse Feldgendarmerie. Beiden werden gearresteerd en teruggebracht naar Parijs, waar ze werden opgesloten in de gevangenis van Fresnes. Domigan weigerde tijdens de verhoren te spreken. Hij bleef daarom maar liefst vier maanden in Fresnes. Via Dulag Luft in Frankfurt am Main werd hij overgebracht naar Stalag Luft VI. Daar verbleef hij tot juli 1944 en werd vervolgens overgeplaatst naar Stalag 357 in Fallingbostel. Domigan werd op 2 mei 1945 in Luneburg bevrijd door Britse troepen.[2]
Literatuur
Artikel over de crash is ontleend aan een publicatie van G.Kobes in de Tilburgse Koerier, 12.10.1989
Externe links
- Geallieerde vliegers gevangengenomen in de Comet-ontsnappingslijn Bryce Domigan
- Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 Evader Bryce Domigan
- Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 Loss chart: T2657 Halifax DT769
- Hombeek in de Tweede Wereldoorlog, verhaal over Domigan


