Vliegtuicrash Goirle, Riels Hoefke, 25 mei 1944.

In dezelfde nacht van 24 op 25 mei 1944 werd Johannes Oudhuizen, hoofdwachtmeester van de Marechaussee in Goirle, door burgemeester Van Ginneken om ca. 02.30 uur uit zijn bed gebeld. Van Ginneken deelde de hoofdwachtmeester mede dat in zuidwestelijke richting van Goirle een vliegtuig was neergestort. Samen met het hoofd van de Luchtbeschermingsdienst, 'meester' J.G.A. Dirksen, trok hij op onderzoek uit, maar vond het verongelukte toestel niet. De volgende ochtend om 10.00 uur was de locatie wel bekend en nu in gezelschap van de burgemeester begaf hij zich naar de plek des onheils: een weiland bij het "Riels Hoefke", nabij de Rechte Heide. Zij waren niet de eersten. De Duitse Wehrmacht was reeds ter plaatse en had al een zwaargewonde naar het ziekenhuis afgevoerd. Bij het vliegtuig lagen de lijken van zeven bemanningsleden. De brokstukken van het vliegtuig lagen verspreid in het weiland. Tijdens deze crash waren zes koeien gedood, maar veearts Bogaarts uit Tilburg keurde het vlees af voor consumptie. De schadepost voor landbouwer G.J .Aerts uit Riel bedroeg bijna fl.7000,00.

Wij hebben hier te maken met een crash van een bommenwerper op weg naar Aken. Het toestel was om 22.38 uur opgestegen vanaf de Engelse basis Holme in Spalding Moor. In een luchtgevecht met Hauptmann Heinz Strüning van het I/NJG 1 moest de bommenwerper het onderspit delven en stortte hij neer in de omgeving van het "Riels Hoefke". De sporen van de vliegtuigwielen waren op de grond zichtbaar. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de piloot een noodlanding wilde uitvoeren, die waarschijnlijk succesvol zou zijn verlopen indien het riviertje 'De Donge' het pad van de bommenwerper niet gekruist zou hebben. Deze barricade was funest: het vliegtuig brak in vele stukken. De identificatie van de bemanningsleden leverde aanvankelijk grote problemen op. Wachtmeester van Oudhuizen maakte in zijn proces-verbaal in 1944 er aldus melding van: "zeven leden van de bemanning dood, terwijl een lid reeds zwaar gewond door de Duitsers was weggebracht". Op 30 mei 1944 werden zeven personen in Goirle begraven, d.w.z. zeven kisten werden ter aarde besteld, waarvan de inhoud van twee kisten niet geïdentificeerd kon worden. Na de oorlog bleek echter dat het toestel geen acht maar zeven bemanningsleden aan boord heeft gehad. De navigator, K.H. Allaker, was in 1944 als onbekend in twee kisten begraven. De zes slachtoffers rustten nog steeds op de RK begraafplaats in Goirle, te weten:

Peter S. Wade, sergeant-majoor, piloot, 23 jaar

Kenneth H. Allaker, sergeant, navigator, 22 jaar

Malcolm H. Graydon, sergeant-majoor radiotelegrafist, 23 jaar

James Horrocks, sergeant, schutter, 19 jaar

Stanley Patterson, sergeant, bommenrichter, 21 jaar

Roy E.D. Robinson, sergeant, boordwerktuigkundige, 19 jaar

De enige overlevende was R.J. Head, sergeant, schutter, die door de Duitsers gevangen werd genomen.

Technische gegevens over het vliegtuig:

Het toestel was van het type Handley Pager Halifax III, serienr. MZ-622 en behoorde tot het 76 Squadron, No. 4 Group Bomber Command. Motto: Resolute. Thuisbasis was Holme on Spalding Moor. Doel van deze missie was het bombarderen van het spoorweg emplacement Aken.

(Gerrit Kobes)

Links

Neergestorte vliegtuigen in Goirle 1940-1945 (op de website van het BHIC)