Verloren zoon

de Verloren zoon
BANK 3 - 15 DE VERLOREN ZOON.jpg

Rij 3 bank 15 De verloren zoon

Een fragment uit de parabel van de verloren zoon. Jezus maakt vaak gebruik van “parabels”. Parabels zijn verhalen waarmee geestelijke waarheden worden duidelijk gemaakt met behulp van voorstellingen, ontleend aan het dagelijks leven. Lucas 15, 11: “Jezus sprak tot hen deze gelijkenis: Een man had twee zonen. De jongste zei tot de vader: Vader geef mij het deel van de goederen, dat mij toekomt. En hij verdeelde zijn vermogen onder hen. Na enige dagen nam de jongste alles bijeen en vertrok naar een ver land. Daar verkwistte hij zijn vermogen door een losbandig leven. Maar toen hij alles had verspild, ging hij zwijnen hoeden en hij keerde in zichzelf en ging naar zijn vader terug. Hij was nog op verre afstand, toen zijn vader hem reeds zag en door medelijden geroerd werd; hij liep op hem toe, viel hem om de hals en overlaadde hem met kussen. Toen zei de zoon hem: Vader, ik verdien niet meer uw zoon genoemd te worden. Maar de vader zei tot zijn knechten: Gauw, haalt het schoonste kleed en trek het hem aan, doet hem een ring aan zijn hand en schoenen aan zijn voeten. Brengt het gemeste kalf en slacht het en laat ons een feestmaal houden, want mijn zoon hier was dood en is levend geworden; hij was verloren en is teruggevonden! En zij begonnen feest te vieren.” De parabel gaat over Gods barmhartige liefde tot de zondaar die zich bekeert.

Terwijl Leo Bäumler de kerkbanken maakte, vroeg Pastoor Prinsen eens aan Peer van Balkom om ook een bank te betalen. Peer antwoordde: “Dat wil ik wel doen, maar dan moet er wel een varken op staan”. Het werd de bank van de verloren zoon.