Universiteitsraad

BalkTiu.jpg

Medezeggenschap

Tilburg University kent een zogenoemde ongedeelde medezeggenschap*. Dat betekent dat studenten en personeelsleden samen in een zogenoemde universiteitsraad zitting hebben. Beide groeperingen zijn met negen leden in die raad vertegenwoordigd. De studentleden worden jaarlijks gekozen door de studenten, de personeelsleden tweejaarlijks door het personeel. Een aantal universiteiten heeft dat anders geregeld, en werkt met een aparte studentenraad en medewerkersraad (OR).

Fracties

De Tilburgse universiteitsraad bestaat anno 2017 uit vier fracties. Twee studentenfracties: Front en SAM, en twee medewerkersfracties: Onafhankelijken en TiU International. De belangrijkste taak van de raad is het adviseren en controleren van het College van Bestuur (CvB). Uitoefening van die taak loopt vooral via de behandeling van voorstellen van het CvB. Afhankelijk van aard en onderwerp van het voorstel heeft de raad instemmingsrecht, adviesrecht of bespreekrecht. Daarnaast heeft de raad ook het recht om zelf initiatiefvoorstellen in te dienen.

Strategie

Belangrijke documenten voor de raad zijn het vierjaarlijks strategisch plan, de hoofdlijnen van het begrotingsbeleid, en de jaarlijkse begroting. Specifieke bevoegdheden heeft de raad ook als het gaat om reorganisaties, het onderwijsprofiel, het bestuurs- en beheerreglement, grotere investeringen in gebouwen en ICT en de benoeming van leden van het CvB. Vooral de strategie, reorganisaties en onderwijsprofiel hebben in het verleden af en toe tot stevige discussies geleid.

Vergaderingen

College en voltallige raad komen zo’n zes keer per jaar formeel bij elkaar onder leiding van een onafhankelijk voorzitter. De raad heeft een dagelijks bestuur (DB) waarin elke fractie een vertegenwoordiger heeft. Daarnaast kent de raad een commissie Onderwijs, onderzoek en impact en een commissie Financiën en infrastructuur. Het DB overlegt tweewekelijks met het CvB en halfjaarlijks met het Stichtingsbestuur. Twee keer per jaar komen raad en CvB informeel bij elkaar en bespreken ze het gezamenlijk functioneren en verkennen ze enkele meer strategische onderwerpen die in een latere fase in de vorm van concrete voorstellen nog formeel worden voorgelegd.