Udenhout

In 1232 komt de naam Udenhout voor het eerst voor. ‘Uden’ betekent hier ‘weinig waardevol’, terwijl ‘hout’ staat voor hoog opgaand bos. De hertog van Brabant schonk dit bosgebied ter ontginning aan de Abdij van Tongerlo, waarbij lange, smalle percelen ontstonden die aan de kop werden bebouwd. De kom van het dorp bestaat uit een assenkruis, gevormd door de Slimstraat-Groenstraat en de Schoorstraat-Kreitenmolenstraat. Tot de Franse tijd was Udenhout voor juridische aangelegenheden aangewezen op de schepenbank van Oisterwijk, maar bestuurlijk was het een zelfstandig dorp. In 1810 werd het een zelfstandige gemeente. Kerkelijk viel Udenhout tot 1722 onder Oisterwijk, waarna het met Berkel een eigen parochie vormde. Even buiten het dorp ligt het aan het eind van de achttiende eeuw gebouwde Kasteel De Strijdhoef. Andere bijzondere gebouwen zijn de Sint Lambertuskerk (1841) en het voormalige raadhuis (raadhuis Udenhout; 1849). Aan het begin van de twintigste eeuw kwamen er twee instellingen voor verstandelijk gehandicapten, Huize Assisië voor jongens in Biezenmortel en Huize Vincentius meisjes in Udenhout zelf. Udenhout is door de eeuwen heen een agrarische gemeenschap geweest. Aan het eind van de negentiende eeuw kwam er een steenfabriek, en later nog een, die aan veel arbeiders werk boden. In 1917 werd melkfabriek Sint Isidorus opgericht, die tot 1965 bestond. Vanaf 1881 tot 1950 had Udenhout ook een station aan de spoorweg Tilburg-Den Bosch. Na de Tweede Wereldoorlog nam de bevolking sterk toe, en ontstonden er nieuwe wijken. Udenhout behoort sinds 1997 tot de gemeente Tilburg, met uitzondering van Biezenmortel dat naar Haaren ging. Voor natuurliefhebbers is Udenhout erg aantrekkelijk. Het grenst aan Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen, en verder liggen er de natuurgebieden Leemkuilen en De Brand, een moerassig gebied met lemige bodem, waardoorheen enkele waterlopen stromen (Zandleij).

Zie ook

Udenhout Wiki