TSV NOAD

Voetbalvereniging Nooit Ophouden Altijd Doorspelen werd in 1910 in café Van Rijzewijk op Koningshoeven opgericht. Van 1919 tot de invoering van het betaald voetbal kwam de club onafgebroken uit in de hoogste amateurklasse. Van 1920 tot 1923 speelde de club in het Gemeentelijk Sportpark. In Tilburg was NOAD de natuurlijke tegenhanger van Willem II, dat bekendstond als een eliteclub. In 1928 en 1949 werd NOAD zuidelijk kampioen en streed de club om de nationale titel. In 1954 trad NOAD toe tot het betaald voetbal. De legendarische voorzitter Jan Panis vond dit onjuist en trad af. Hij wordt sinds 1960 geëerd met een internationaal jeugdtoernooi dat zijn naam draagt. Tot 1959 handhaafde de vereniging zich op het hoogste niveau. Daarna volgde wisselend succes tot in 1971 duidelijk werd dat NOAD, toen uitkomend in de Tweede divisie, tot de clubs behoorde die uit het betaald voetbal moesten verdwijnen. Eerdere pogingen in de jaren zestig om met TSV LONGA en Willem II te fuseren tot een nieuwe Tilburgse betaald-voetbalclub mislukten. NOAD had lange tijd een accommodatie aan de Industriestraat, die in 1955 verlaten moest worden, omdat daar het rangeercomplex van de NS kwam. De club speelde daarna weer in het gemeentelijk sportpark, terwijl de amateurafdeling actief was aan de Melis Stokesetraat. In het seizoen 1971-1972 keerde NOAD terug naar de amateurs. Daarin opereerde de vereniging met wisselend succes. In 2011 promoveerde het eerste team naar de 3e klasse KNVB. Henk van Tilburg (9 keer), Toon Oprinsen (1) en Frits Louer (3) zijn de internationals uit de NOAD-historie. De clubkleuren zijn blauw en geel.