Cookies helpen ons onze services aan te bieden. Door onze services te gebruiken stemt u in met het gebruik van onze cookies.

Smuck, Alan Osborne

Alan Osborne Smuck
Smuck 1.png
Volledige namen Alan Osborne Smuck
Geboortedatum 21-04-1918
Geboorteplaats Weston, Toronto (CA)
Adres 25 Queens Drive
Woonplaats Weston, Toronto (CA)
Burgerlijke staat Gehuwd
Naam echtgeno(o)t(e) Thelma Elizabeth Calhoun
Beroep Verkoop assistent
Overlijdensdatum 14-07-1943
Plaats van overlijden Drunen
Bijzonderheden Komt om bij een vliegtuigcrash nabij Drunen (Fellenoord).

Geef de oorlog een gezicht!

Kun jij ons helpen met het schrijven van het levensverhaal van deze persoon?

Hoewel het meer dan 75 jaar geleden is dat er een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog blijft het belangrijk de slachtoffers te herdenken. We willen door hun verhaal te vertellen de slachtoffers eren en de herinnering levend houden

Alle Tilburgse oorlogsslachtoffers zijn opgenomen in de Wiki Midden-Brabant en we streven er naar van ieder een levensbeschrijving en foto op te nemen.

Helaas hebben we van sommigen maar beperkte of soms helemaal geen informatie. We hebben jouw hulp nodig deze levensverhalen vast te leggen door ontbrekende informatie aan te vullen met verhalen of foto’s. We ontvangen je reactie graag via info@regionaalarchieftilburg.nl o.v.v. Wiki Oorlogsslachtoffers.

Achtergrond

Alan Osborn Smuck wordt geboren op 21 april 1918 in Weston, een voormalige wijk in Toronto, Canada. Hij is de zoon van Stanley Allison Smuck (geb. 3 januari 1886, overl. 17 jan 1973) en Annie Irene McEwen (geb. 8 februari 1886, overl. 2 september 1981). Alan heeft nog een broer: John Stanley (geb. 1917). In zijn jeugd gaat Alan naar de Weston Memorial Junior Public School. Daarna gaat hij tot 1939 studeren aan de Weston Collegiate High School. Na zijn schooltijd gaat hij werken bij Canada Cycle and Motor Company Ltd als verkoopmedewerker.

Alan trouwt met Thelma Elizabeth Calhoun op 9 oktober 1941 in Weston. Het stel krijgt een zoon: Alan Osborne N. Smuck wordt op 7 april 1942 geboren[1].

Alan en zijn familie zijn lid van de Presbyteriaanse kerk, een Calvinistische stroming die ontstaan is in Engeland en Schotland

Diensttijd

Alan komt onder de wapenen bij de R.C.A.F. op 8 januari 1941. Bij zijn keuring op 21 okotber 1940 krijgt hij ook een interview waarbij de keuringsarts het volgende over Alan opschrijft:

Goede uitstraling. Wel bespraakt. Heeft goede referenties. Blijkbaar een goed type jongeman. Goede intelligentie. Hardwerkend en betrouwbaar. Volledig aanbevolen voor piloot of observer .

Na zijn basisopleiding vervolgt Alan op 5 mei 1941 zijn opleiding bij het No. 3 I.T.S.[2] in Victoriaville. Waar de eerste instructies met betrekking tot vliegen worden gegeven. De instructeur geeft na zijn opleiding de volgende feedback:

Goede zakelijke- en thuisachtergrond. Helder en scherp. Nauwkeurig, agressief. Zeer gedreven en enthousiast. Uitstekende student voor de opleiding.

Hierna gaat Alan verder naar de No. 10 E.F.T.S.[3] waar Alan vliegt met de Fleet Finch dubbeldekker. In totaal vliegt hij 59 uur alleen of met een instructeur, die na zijn opleiding opmerkt:

De voortgang van de leerling is bevredigend. Heeft er te allen tijde gewetensvol naar gestreefd zijn vlieggedrag te verbeteren. Kan snel nadenken, is zeer stabiel en behoorlijk alert. Instrumenten-vliegen gemiddeld. Zou een goede eenmotorige piloot moeten zijn.

Na zijn vervolgopleiding bij het No. 6 Service Flying Training School, ontvangt Alan zijn Pilots Flying Badge en promoveert hij naar de rang van Sergeant. De 10 dagen daarop mag hij met verlof en gedurende dit verlof trouwt hij met Thelma Elizabeth in Weston.

Engeland

Logo No: 408 squadron

Na zijn verlof wordt hij op 23 oktober 1941 ingescheept om zo in konvooi naar Engeland te vertrekken waar hij op 4 november aankomt. Bij het No. 3 P.R.C.[4] in Bournemouth kan hij tot rust komen, hij krijgt lezingen en trainingen en wordt weer aan een medisch onderzoek onderworpen. In de periode hierna traint Alan bij het No. 101 (Glider) Operational Unit. Een eenheid die vliegt met zweefvliegtuigen, namelijk de General Aircraft Hotspur. Niet bekend is of hij dan een zweefvliegtuig bestuurd of dat hij de piloot is van het vliegtuig welke het zweefvliegtuig sleept. Via het No. 296 Squadron en de No. Advanced Flying Unit komt Alan op 20 februari 1943 bij het No. 1659 Heavy Conversion Unit, waar met viermotorige Halifax-bommenwerpers wordt geoefend alvorens zijn bemanning operationeel worden bij een gevechtseenheid.

No. 408 Squadron

Op 13 maart 1943 wordt Alan met zijn bemanning overgeplaatst naar het No. 408 Squadron (bijnaam Goose-squadron), een van origine een Canadese eenheid, met als basis Leeming.[5] Alan maakt zijn eerste bombardementsvlucht mee wanneer hij als 2e piloot meevliegt met de bemanning van de Halifax DT713, die in de nacht van 26 op 27 maart samen met een grote bommenwerpergroep een bombardement uitvoert bij Duisberg. Dit is meteen zijn vuurdoop, want ze worden onder vuur genomen door het afweergeschut nabij het doelwit. Hierbij raakt de staartschutter gewond en het vliegtuig beschadigd. Iets na middernacht weten ze toch veilig weer op de basis te landen. De eerste vlucht boven vijandelijk gebied van de gehele bemanning van Alan vindt plaats op 2 april. Twee vliegtuigen van het 408 squadron nemen deel aan de aanval op St. Nazaire. In totaal neemt Alan deel aan 17 missies. Een missie wordt voortijdig afgebroken vanwege motorproblemen. In de nacht van 16 op 17 april is er een grote aanval op de Skoda fabrieken in Pilsen, waarbij het voor de bemanning van de Halifax van Alan bijna fataal afloopt. Boven Saarbrücken wordt het vliegtuig rond 00:20 geraakt door het luchtafweergeschut waarbij het ontsnappingsluik vlakbij de piloot eraf wordt geschoten. Boven het doelgebied vliegt de astrodome (plexiglas koepeltje boven op de Halifax) er af. Op de terugweg ten noorden van Nürnberg volgt er een aanval van een Junkers JU.88. De nachtjager wordt als eerste door de piloot opgemerkt, komend in een tegenovergestelde richting. Hij waarschuwt de staartschutter en gaat meteen over in een ontwijkende corckscrew-manoeuvre. Staartschutter Brown geeft een vuurstoot van ongeveer 100 kogels met zijn 4 machinegeweren, waarna de nachtjager de aanval afbreekt en wegduikt in de nacht. De bemanning weet veilig om 07:00 vliegbasis Leeming te bereiken.[6]

Gebeurtenis

14 juli 1943, 02.36 uur. De Luchtbeschermingsdienst van Tilburg meldt ‘luchtgevaar’. Meerdere groepen vijandelijke vliegtuigen gaan van west naar oost en van oost naar west. Er wordt zwaar luchtafweer geconstateerd. Twee vliegtuigen vallen brandend neer in noordelijke positie, richting Waalwijk-Drunen, vermoedelijk als gevolg van een luchtgevecht. Zware vuurgloed oost, ver weg. Uit telefonische informatie bij de Luchtbeschermingsdienst in Waalwijk blijkt, dat er twee vliegtuigen zijn neergestort. Eén ten noorden van Waalwijk en één tussen Waalwijk en Drunen. Dit laatste toestel behoort tot het 408. Royal Canadian Air Force en was ingedeeld bij No.6 Group Bomber Command. Zij zijn samen met nog 373 bommenwerpers opgestegen van de Engelse basis Leeming in het graafschap Yorkshire. Hun doel is dit keer Aken.

De Duitse nachtjager van Leutnant Bussmann onderschept het toestel en onder de gemeente Drunen, ter plaatse ‘Fellenoord’ geheten, stort de machine neer. Om 02.45 uur is het hoofd van de Luchtbeschermingsdienst te Drunen aanwezig op de plek des onheils. De machine brandt nog, zodat hij het vliegtuig niet kan identificeren. Er rest hem niets anders dan de Rijksinspectie voor de Bescherming van de Bevolking in Den Haag, de Ortskommandantur te Tilburg en de Polizei-Offizier in Vught op de hoogte te stellen.

In de vroege ochtend wordt – nu in gezelschap van een marechaussee – opnieuw de plaats van de crash betreden. Het toestel is geheel versplinterd. In de nabijheid liggen enkele zwaar verminkte lijken en overblijfselen van menselijke lichaamsdelen. Identificatie is niet meer mogelijk. Op 15 juli vindt men op één van de lichamen het registratieplaatje van George Brown. Het lichaam werd van Brown wordt afzonderlijk gekist, terwijl de overblijfselen van de overige niet-geïdentificeerde bemanningsleden in één kist werden geborgen. Op last van de Ortskommandantur worden de lijken overgebracht naar Tilburg. Later blijkt dat van de zeven bemanningsleden er vijf om het leven waren gekomen. J. Domigon en B. Kelly hebben de ramp overleefd.[7]

Behalve Smuck komen om:

Brown werd later herbegraven op het Canadian War Cemetery in Bergen op Zoom.

Het graf van Alan Osborne Smuck op de begraafplaats aan de Gilzerbaan.
Smuck 2.jpg
foto: Mark de Weerd

Graf en monument

Alan Osborne Smuck is begraven op de Algemene begraafplaats aan de Gilzerbaan te Tilburg, vak A, rij 1, graf 29-30 en hij wordt herdacht op het Bomber Command Memorial Wall in Nanton in Canada.

Literatuur

Pouwels, Pouwel, Vliegtuigcrashes 1940-1945 in Midden-Brabant (Nieuwkuijk 2018)

Externe links

Noten

  1. Library and Archives Canada: Smuck, Alan Osborne. Reference: RG 24Volume 28689, Item ID number: 33346
  2. Initial Training School
  3. Elementary Flying Training School
  4. Personnel Reception Center
  5. Archief The National Archives: Summary of events No. 408 squadron R.C.A.F. Air 27/1797/5 t/m 14
  6. Archief The National Archives: H.Q. No. 6 (R.C.A.F.) Group: summary of encounters with enemy aircraft, Apr.- June, Aug.- Nov., 1943 & Feb.- Apr. 1944/Name: Brown Rank: Sergeant Squadron: 408. Air 50/299/26 Archief The Nationa Archives: No. 408 (Royal Canadian Air Force) Squadron/Name: Brown Rank: Sergeant Squadron: 408 Other Dates of Combat: 16... Air 50/249/75
  7. Bron: G. Kobes, De Tilburgse Koerier, 12 oktober 1989.