Sijtsma, Klaas

BalkTiu.jpg

Per 1 september 2019 werd prof. dr. Klaas Sijtsma (1955) benoemd tot interim rector magnificus. Hij was op dat moment hoogleraar Methoden en Technieken van Psychologisch onderzoek aan de Tilburg School of Social and Behavioral Sciences ([[Socale Wetenschappen|TSB). Van 2011-2017 was hij decaan van TSB. Sijtsma werd tijdens de Opening van het Academisch Jaar op 2 september 2019 geïnstalleerd, hij nam afscheid tijdens de diesviering op 19 november 2020.

Klaas Sijtsma studeerde persoonlijkheidspsychologie en statistiek en meettheorie in Groningen en specialiseerde zich in de methoden en technieken van psychologisch onderzoek, in het bijzonder de psychometrie (d.w.z., de statistische aspecten van het meten van psychologische eigenschappen). Hij publiceerde vele artikelen in vooraanstaande internationale tijdschriften en daarnaast enkele boeken over psychometrische onderwerpen.

Aan meerdere universiteiten verbonden

Sijtsma werkte aan de Rijksuniversiteit Groningen, de Vrije Universiteit en de Universiteit Utrecht en werd in 1997 benoemd aan Tilburg University. Hij vervult en vervulde vele bestuursfuncties. Hij is onder meer lid van de Raad van Toezicht van CITO Arnhem. Van 1999 tot 2010 was hij hoofd van het departement Methodology and Statistics van Tilburg University. Sijtsma was voorzitter van de Commissie Testaangelegenheden Nederland (COTAN), op het gebied van psychologisch testen in Nederland van 2005-2010, en hij was voorzitter van de Psychometric Society.

Sijtsma.jpg

In zijn korte rectoraatsperiode (hij werd per 1 november 2020 opgevolgd door prof. dr. Wim van de Donk) kreeg Sijtsma te maken met de gevolgen van de Corona-crisis. Daarover zei hij in Univers onder meer dit: “Het is een grote demonstratie van flexibiliteit, aanpassingsvermogen en overlevingsdrang van onze medewerkers en studenten. Daar wil ik iedereen voor bedanken en complimenten voor maken. We moeten verder, op de een of andere manier. In zo’n omgeving is het als rector niet moeilijk om het hoofd boven water te houden.” Tijdens zijn rectoraat werden portretten van ca. 60 vrouwelijke hoogleraren gecombineerd tot een geheel, om daarmee de aandacht te vestigen op het toenemend belang van vrouwen in de wetenschap.