Rooy, Yvonne van

BalkTiu.jpg

Eerste vrouwelijke collegevoorzitter

In de zomer van 1997 werd er met een mengeling van enthousiasme en reserves gereageerd op de benoeming van de eerste vrouwelijke collegevoorzitter aan een Nederlandse universiteit. Juriste Yvonne van Rooy (1951) was een succesvol politica van CDA-huize. En juist in die katholieke herkomst scholen de reserves van de intussen overwegend links georiënteerde universiteitsgemeenschap. Zeker toen de afdeling voorlichting een prentbriefkaart uitbracht met op de achtergrond ook nog eens Ruud Lubbers, voormalig premier van CDA-huize. De reserves waren vrijwel geheel verdwenen toen Van Rooy vertrok in 2004, na een periode die bij haar afscheid zeven vette jaren werd genoemd.

Eerstevrouwelijkecollegevoorzitter.jpg

Portret van Yvonne van Rooy, Fred Schley, 2003

Van Rooy was al eerder ‘eerste vrouw’: de eerste vrouw in de jaren zeventig in de staf van de werkgeversorganisatie NCW, en de eerste vrouwelijke staatsecretaris bij Economische Zaken. In een interview met Trouw zei ze hierover: “Ik hou trouwens niet zo van benoemingen-vanwege-geslacht. Ten eerste, omdat zoveel vrouwen voor zoveel functies geschikt zijn. Ten tweede, omdat je hoort te zoeken naar een goede kandidaat.”

Gewaardeerd bestuurder

Yvonne van Rooy ontpopte zich als een alom gewaardeerd bestuurder die de confrontatie niet schuwde. Toenmalig decaan Naert van Tias vond - alle pogingen ten spijt - in Van Rooy nou “niet de grootste medestander van verzelfstandiging van de business school”.

Naamgeving universiteit

Een huzarenstuk vormde de naamgeving van de universiteit in 2003. Met KUB, Katholicisme en Brabant en een “foeilelijk rood logo” kon je in het buitenland niet goed aankomen, vond Van Rooy. Voor de internationaliserende universiteit was een andere naam nodig, en daarvoor was toestemming nodig van het Stichtingsbestuur (met daarin een vertegenwoordiger van het episcopaat). Dat zou niet staan te juichen bij het voorstel om de naam te wijzigen in Universiteit van Tilburg. Maar, zo werd het gezelschap voorgehouden, dat was slechts de roepnaam. De echte naam, de doopnaam - daarover hoefde men zich geen zorgen te maken – die zou onveranderd Stichting Katholieke Universiteit Brabant blijven. Hoe kon men nu nog nee tegen Van Rooy zeggen? De identiteit bleef gewaarborgd, en de doopnaam is niet uit het geheugen gewist: maandelijks vindt het personeel die terug op het loonstrookje.