Rechtswinkel

BalkTiu.jpg

Juridische EHBO

In oktober 1969 werd de Juridische EHBO Tilburg opgericht door kritische rechtenstudenten Marius de Jong, Clemens de Bont en Fons de Kok. Het eerste spreekuur vond plaats in de Maranathakerk. Deze rechtswinkel was de eerste organisatie in Nederland waar minder draagkrachtige mensen konden aankloppen voor gratis rechtshulp. Al snel volgde men elders in het land dit voorbeeld na. De rechtswinkeliers hielden zich bezig met individuele juridische hulp en met het voeren van collectieve acties ten behoeve van de zwakkere partijen.

Relatie met rechtenfaculteit

De verhouding tussen de rechtenfaculteit en de rechtswinkeliers was ingewikkeld. De studenten stonden kritisch tegenover het onderwijsprogramma, waarin in hun ogen geen ruimte en aandacht was voor hun doelgroep en haar juridische problemen. Aanvankelijk konden de studenten-rechtswinkeliers gebruik maken van voorzieningen van de hogeschool en verleende een aantal docenten advies en medewerking. Na verloop van tijd verdwenen echter de faciliteiten en werd er strijd geleverd over de erkenning van het werk van de studenten in de vorm van studiecompensatie en studiepunten.


Rechtswinkel.jpg

Betere toegang tot rechtshulp

De opkomst van de rechtswinkels droeg bij aan de landelijke discussie over rechtshulp. De opkomst van de sociale advocatuur brachten rechtshulp dichterbij voor minder draagkrachtigen, net als een systeem van gefinancierde eerstelijnshulp door oprichting van de Buro’s voor Rechtshulp en het Juridisch Loket. Veel rechtswinkels stopten in de loop der tijd, maar de stichting Rechtswinkel Tilburg doet nog altijd haar werk, in een pand aan de Ringbaan West.

Overigens werd in 2017 vanuit het Hague Institute for Innovation of Law door onder andere de aan dit instituut verbonden Tilburgse hoogleraar Privaatrecht Maurits Barendrecht in een onderzoeksrapport gepleit voor verandering van het rechtssysteem, innovatie van de rechtshulp en verbetering tot de toegang tot het recht. De discussie van de studenten uit de jaren zestig blijkt aldus nog niet verstomd.