Ram in doornstruik

de Ram
BANK 3 - 19 DE RAM IN DE DOORNSTRUIK.jpg

Rij 3 bank 19 De ram in de doornstruik

Genesis XXII. Zelfs de deugdzaamste mens wordt door God soms nog zwaar beproefd. “Op zekere dag sprak God tot Abraham: Neem Isaac, uw enige zoon, die gij liefhebt, ga naar het land van Moria en offer hem daar op een van de bergen die ik u aanwijs. De volgende morgen zadelde Abraham, blindelings gehoorzaam aan God, zijn ezel, nam twee knechten en zijn zoon Isaac mee en ging met brandhout en vuur op weg. Pas op de derde dag zag Abraham in de verte de aangewezen plaats. Hij liet de knechten achter, droeg zelf het vuur en het offermes. De jongen stelde onder het beklimmen van de berg de argeloze vraag: vader, we hebben wel vuur en brandhout, maar waar is het schaap voor het offer? Abraham antwoordde: God zelf zal voor het offerschaap zorgen, mijn kind. Op de aangewezen plaats aangekomen, bouwde Abraham een altaar en stapelde er het hout op. Daarna greep hij Isaac vast, bond hem aan handen en voeten en legde zijn eigen zoon op het offeraltaar, hij strekte zijn hand uit om het mes te grijpen, maar op dat ogenblik greep God in. Uit de hemel riep Jahweh hem toe: Abraham, sla uw hand niet aan de knaap en doe hem geen kwaad want nu weet ik dat gij God vreest. Gij hebt mij zelfs uw eigen zoon niet willen onthouden. Toen sloeg Abraham zijn ogen op en zag een ram, die met de horens in een doornstruik verward was. God had voor een offerdier gezorgd.”