Quay, Jan de

BalkTiu.jpg

Jan Eduard (Jan) de Quay (1901-1985) werd in 1933 benoemd tot hoogleraar Bedrijfsleer en psychotechniek in Tilburg, waar hij rector magnificus was in 1938-1939. Bekender werd deze in Utrecht opgeleide psycholoog door zijn functies in politiek en openbaar bestuur. In de oorlogsjaren was hij minister in het kabinet Gerbrandy. En namens de KVP (Katholieke Volkspartij) was hij premier van het eerste naoorlogse kabinet (1959-1963). De Quay zat niet te wachten op de Haagse politiek, maar was loyaal aan Romme, toen leider van de KVP, die hem in 1959 verzocht zich beschikbaar te stellen. De Quay was op dat moment commissaris van de koningin in Noord-Brabant en vond dat er betere kandidaten waren dan hij zelf. Maar toen ook koningin Juliana een beroep op hem deed, wist hij dat verder verzet geen zin had. In zijn dagboek schreef hij: „Ja hoor, zaterdag naar Hare Majesteit. En morgen gesprek met [interim-premier] Beel. Ga maar voort. Mijn lot is nu wel beslist.”

Quay.jpg

Hoogleraar

Jan de Quay was een Bossche generaalszoon. Hij werd in 1927 lector aan de in dat jaar opgerichte Rooms Katholieke Handelshoogeschool in Tilburg en in 1933 hoogleraar, een functie die hij formeel tot 1946 vervulde, maar - zeker de laatste jaren - combineerde met zijn politiek-bestuurlijke activiteiten. Al vanaf het eerste begin combineerde De Quay zijn wetenschappelijke functie met psychotechnische adviseurschappen, onder andere bij de PTT en C&A. In 1934 werd hij tevens de eerste directeur van het Economisch Technologisch Instituut (ETI). De Quay stond te boek als een begeesterd en aimabel docent en publiceerde regelmatig, onder meer over de vraag hoe de wever in de textielfabriek zich het beste kon aanpassen aan het stijgend tempo van het weefgetouw.

Oorlogsjaren

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was De Quay lid van de omstreden Nederlandsche Unie, een organisatie waarbinnen sommigen samenwerking met het Nationaal Front van Arnold Meijer niet uitsloten. Toch raakte de Unie in onmin met de bezetter en in 1942-1943 was De Quay geïnterneerd in St. Michielsgestel. Bij zijn vrijlating dook hij onder en kwam hij in contact met het verzet. Na de oorlog werd zijn naam officieel gezuiverd, wat de weg vrijmaakte voor zijn functioneren in het openbaar bestuur.

Verdiensten voor Brabant

De Quay beijverde zich op vele manieren voor het industrialiserende Brabant, waarbij hij het katholicisme als verbindende factor zag. Van 1946 tot 1959, toen hij premier werd, was hij Commissaris van de Koningin in welke hoedanigheid hij met succes de basis legde voor een Technische Hogeschool (de huidige TU/e) in Eindhoven, waarvan hij in 1956 de eerste president-curator werd. Ook stond hij aan de wieg van het Brabants Orkest en Het Zuidelijk Toneel. Hij ontving meerdere onderscheidingen, waarvan Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw in 1967 de hoogste was. Meerdere straten in Brabant werden naar hem genoemd. In 1969 trok De Quay zich terug uit de politiek.