Pijlijserhoeve of Waterhoef

‘De Hoeve aen den Heerstal’ werd ook De Pijlijserhoeve genoemd, naar de familie Pijlijser, die haar in het begin van de zestiende eeuw bezat. De boerderij lag tussen de huidige Hendrik de Keijserstraat en de Kwaadeindstraat. Uit de kaart van Diederik Zijnen blijkt dat de hoeve omgeven was door een gracht, die rond 1913 gedempt werd. In de volksmond ontstond daarom de naam Waterhoef. De uit Heusden afkomstige Willem Pijlijser kwam rond 1500 in bezit van de hoeve. Nadat zijn dochter huwde met jonkheer Herbert van Asperen van Vuren, kwam de hoeve in bezit van laatstgenoemde familie. Hun dochter jonkvrouw Anna van Asperen van Vuren trouwde met jonkheer Goosewijn van Lawick. Die verkocht dit goed aan de kasteelheer Carel van Malsen. In een akte uit 1557 wordt gesproken over de ‘Pijlijserhoeve omtrent tslot aen de Velthoven’. Later was het huis in bezit van de Kasteelheren Schetz Van Grobbendonck, van prins Wilhelm VIII landgraaf von Hessen-Kassel en van de familie Van Hogendorp van Hofwegen. Die laatste veilde het Kasteel van Tilburg en de daarbij behorende Waterhoef in 1858. De koper was Johan Heerkens, die er al vanaf 1856 woonde. Zijn zoon en opvolger Petrus overleed in 1922, waarna de hoeve door diens weduwe Cornelia van Lieshout werd verpacht tot aan de onteigening in 1959. Het belangrijke historische complex werd in 1960 gesloopt.