Paleis-raadhuis

Het nieuwe paleis voor koning Willem II werd in de jaren 1847 tot 1849 op aanwijzingen van de koning in neogotische stijl gebouwd, waarbij de bouwtrant van Engelse kastelen werd nagevolgd. Aannemer en uitvoerder was Adriaan Goijarts, die het paleis voor zestigduizend gulden bouwde.

De eerste steen werd op 13 augustus 1847 door de koning zelf gelegd. Het houten kalkbakje en de zilveren troffel die hij daarvoor gebruikte, worden bewaard in Stadsmuseum Tilburg. De koning stierf op 17 maart 1849 en heeft het paleis nooit bewoond.
Jarenlang stond het gebouw leeg, totdat het door de erfgenamen van de koning in 1864 werd geschonken aan de gemeente Tilburg, onder voorwaarde dat er een Rijks Hogere Burgerschool werd gevestigd, die de naam van de koning zou dragen (Rijks-HBS Koning Willem II).

Van 1866 tot 1934 bleef het een schoolgebouw. Van 1934 tot 1936 werd het paleis ingrijpend verbouwd tot een representatief stadhuis, naar een ontwerp van architect Oscar Leeuw uit Nijmegen. In 1936 werd het Paleis-raadhuis officieel geopend. Het gebouw staat op de rijksmonumentenlijst. In het gebouw bevinden zich talrijke kunstwerken, waaronder een buste van de koning, fraaie gebrandschilderde ramen van Joep Nicolas en art-deco-interieurstukken van de firma W.H. Gispen.

Van 2009 tot en met 2018 zat Vincents Tekenlokaal in een deel van het Paleis-Raadhuis. Vincent van Gogh was in 1866 één van de eerste leerlingen van de Rijks HBS Koning Willem II. Als een herinneringsplek werd zijn 19e eeuwse tekenlokaal nagebouwd. Ook werd een modern tekenlokaal gebouwd met tekencomputers. Individuele bezoekers en groepen konden daar hun tekentalent ontwikkelen, onder begeleiding van Tilburgse kunstenaars. Begin 2019 verhuisde Vincents Tekenlokaal naar de Spoorzone en nam haar intrek bij Ontdekstation013.