Loven

De herdgang Loven, die al in 1419 werd genoemd, was zeer uitgestrekt. Hij grensde aan Enschot en de herdgangen De Heikant, Kerk en Heuvel, De Veldhoven en Oerle. De naam is afkomstig van Lo-hoven, een hoeve (boerderij) in het bos (‘lo’). De bewoning van Loven was sterk verspreid. Op de kaart van Diederik Zijnen (1760) vinden we de gehuchten Loven, Klein Love, Enthove, Hogendries en Moerenburg. De kadasterkaart van 1832 heeft de benamingen Groot Loven (Oud-Lovenstraat) en Klein Loven (Nautilusstraat). Het gebied waar nu industrieterreinen Loven ligt, stond eeuwenlang bekend onder de naam Rauwbraken. Hierin herkennen we de woorden ‘rauw, ruw’, met de betekenis van ‘ruig’, en ‘braak’, dat oorspronkelijk de betekenis had van omgeploegd (‘gebroken’) land, maar later ook van onontgonnen land. De oorsprong van de herdgang Loven moet waarschijnlijk gezocht worden in het gehucht Enthoven, dat in 1312 Inthout heette en in 1407 Teynthoven. Bij Enthoven hoorde ook een windmolen die al vóór 1338 gebouwd moet zijn. Deze molen stond aan het Rosmolenplein, dat net binnen de herdgang Loven lag. Enthoven heeft zich te midden van de akkercomplexen tot ongeveer 1920 weten te handhaven. Het enige wat daarvan resteert is de Enthovenseweg.