Kunstkring Tilburg

In 1940 werd Het Comité tot bevordering van beeldende kunsten en kunstnijverheid Tilburg opgericht door Josephine van de Mortel-Houben, echtgenote van burgemeester mr. Jan van de Mortel. De doelen waren het organiseren van exposities en de oprichting van een kunstmuseum. Artistiek adviseur dr. Frans Vercammen zat met enkele prominente Tilburgers in het comité, dat bekend werd als de Kunstkring. Om de activiteiten te bekostigen werd een rekening geopend voor particuliere giften. De eerste exposities waren in de RK Openbare Leeszaal in de Willem II-straat, met werk van onder anderen Jan van Delft, Theo Swagemakers, Jan Sluyters en Hildo Krop. In 1942 werd de zaal door de Duitsers gesloten. In 1947 werden de eerste naoorlogse exposities ingericht in Hotel Riche en bij Kunstzaal Donders (Donders Interieur). In 1948 werd bij het regeringsjubileum van koningin Wilhelmina een expositie met oude kunst georganiseerd in het Paleis-raadhuis. Deze trok twintigduizend bezoekers en er was veel aandacht van de landelijke pers. Later fungeerde deze locatie vaker als tijdelijk kunstmuseum, met exposities van onder anderen Opsomer en Carel Willink. Vanaf 1954 kwam de Kunstkring in zwaar weer. Het Paleis-raadhuis was niet meer beschikbaar, de artistiek leider vertrok en het gemeentebestuur wilde geen onafhankelijk kunstmuseum. Wederom zwierf de Kunstkring door Tilburg en vond onderdak in onder meer de Stadsschouwburg, het Volkenkundig Museum en de voorloper van de Universiteit van Tilburg. In de jaren zestig bleef het bergafwaarts gaan. De gemeente verhinderde het vinden van een permanente locatie, er kwam te weinig publiek en het geld ontbrak. In 1969 werd de Kunstkring ontbonden.