Jan van Roessel

Jan van Roessel (Tilburg 1925-Tilburg 2011) was zoals veel Tilburgers werkzaam in de textielindustrie, maar hij wist dit te combineren met een opvallende voetbalcarrière. De robuuste aanvaller, die bekendstond om zijn harde kopballen en schoten, begon bij TSV LONGA. In 1949 werd hij opgenomen in het Nederlands elftal, dat in 1949 in en tegen Finland een vriendschappelijke interland speelde. Van Roessel maakte in die met 4-1 gewonnen wedstrijd twee doelpunten. In 1951 stapte hij over naar Willem II, en dat was wegens de onderlinge clubconcurrentie de meest spraakmakende transfer uit de Tilburgse voetbalhistorie. Bij Willem II maakte hij in 168 wedstrijden maar liefst 152 doelpunten. Daarmee was hij de best scorende spits van zijn tijd. Van Roessel behoorde tot de formatie die in 1952 en 1955 landskampioen werd. Tot 1955 speelde hij nog vijf interlands en maakte daarin drie doelpunten, waarvan één tegen Brazilië op de Olympische Spelen in Helsinki (1952). In 1957 verhuisde hij naar het Bossche BVV en moest daar zijn voetballoopbaan beëindigen wegens een knieblessure. Bij Willem II werd hij verkozen tot Speler van de Eeuw.