Jan Jozef Peeters

Beeldhouwer, die sfeerbepalend was voor het interieur van de Lambertuskerk. Jan Jozef Peeters werd op 24 maart 1804 geboren te Antwerpen. Hij was de zoon van Petrus Franciscus Peeters en Joanna Maria Theresia van den Nest. Hij trouwde met Isabella Mattieux, die geboren werd in 1803 en zou sterven op 8 november 1875. Het huwelijk bracht achttien kinderen voort waarvan de meeste dood werden geboren of op jonge leeftijd stierven. De zoons Josephus Nicolaas en Augustinus Ludovicus traden in de voetsporen van hun vader, maar ook hen trof het lot van een vroege dood. Waar Peeters zelf zijn opleiding heeft genoten is onbekend. Wel is zeker, dat hij zelf in zijn eigen atelier leerlingen had. Zo is hij vele jaren de meester geweest van de beeldhouwers Jan van Arendonck, Lodewijck Jacobin en Joseph Jacques Ducaju. In zijn overlijdensbericht staat vermeld, dat de door Peeters vervaardigde heiligenbeelden ontelbaar zijn. Hij moet derhalve een atelier hebben gehad, dat op fabrieksmatige productie was ingericht en vele medewerkers moet hebben geteld. Bekend is, dat een zekere Jacques Driessen meesterknecht was. Nadat in de 19e eeuw steeds meer Brabantse schrijnwerkers en timmerlieden zich gingen specialiseren in het vervaardigen van kerkmeubilair zocht Peeters steeds vaker samenwerking met Brabantse bedrijven, zoals dat van Jacobus Franciscus Beuijssen in Boxmeer en Henri Meijers in Oirschot. Zo heeft Peeters vele kerkinterieurs kunnen realiseren, zoals van de St.-Servatiuskerk in Erp en de St.-Lambertuskerk van Udenhout. Jan Jozef Peeters is in de Udenhoutse kerk in elk geval de maker van het hoofdaltaar, het grootste deel van de zijaltaren, de heiligenbeelden en de preekstoel. Ook heeft hij voor de Udenhoutse kerk in 1841 de vloertegels geleverd en later een witmarmeren doopvont en een schilderstuk. Hij heeft de schrijnwerker Beuijssen uit Boxmeer ingeschakeld voor het leveren van de communiebank, de biechtstoelen en een deel van het houtwerk van de zijaltaren. De beeldhouwer Jan Jozef Peeters werkte in de neo-barokke stijl. Deze is het best herkenbaar aan de heiligenbeelden in de kerk. De heiligen dragen allemaal zware kleding, wijd en geplooid. Ze uiten zich in heftige gebarentaal, opgestoken armen en handen.