Jan Aarteboomke

Jan Aerte Boomke.jpg
Op de manuscriptkaart van Diederik Zijnen (1760) staat het Jan Aarteboomke op de zuidwesthoek van de huidige Jan Aartestraat en de Lanciersstraat. De straat en de boom waren vernoemd naar Jan Aerts, die in 1608 in bezit kwam van een stuk land achter ‘den Hovel op de Grabbelstraet’. Henri Peletier (Peletier & Co), die een villa bezat in de Sint Josephstraat, liet in 1869 het Jan Aarteboomke rooien, omdat ‘dien boom hem van uit zijne bovenkamers, het vergezicht over het landschap belemmerde’. Of dit verhaal waar is, kan niet met zekerheid worden gezegd. In 1881 werd de Jan Aartestraat officieel vastgesteld, lopende van het Piusplein tot het Jan Aarteboomke. Dus de boom stond er toen nog. Er zijn vele overleveringen over bekend. De boom zou slechts een opvolger zijn van een nog oudere eik die op die plaats stond. Een ander verhaal is dat Aerts aan die boom werd opgehangen, maar waarom is onbekend. Er is ook een legende dat deze zijn berkestok het veld in slingerde om getuigenis te geven van zijn onschuld. Ter plaatse zou uit deze stok een boom zijn gegroeid. Het zou er ook spoken, want in 1841 tekende de geschiedschrijver dr. C.R. Hermans er een bezweringsformule op die luidde ‘Zijde van God, dan sprikt (spreekt), Zijde van de duvel, dan wikt (wijkt)’. Op de akker waar deze eik stond, werden in 1841 bij de bouw van de Lancierskazerne enkele urnen uit de Midden-Bronstijd (circa 1500-1000 jaar v.Chr.) ontdekt. Drie urnen worden bewaard in het Noordbrabants Museum in Den Bosch.