Huize Moerenburg

De Moerenburg wordt al in 1358 als ‘mansus’ (hoeve) Moerenborch genoemd. Walterus de Mol en zijn dochter Margaretha verkochten de Moerenburg toen aan Hendrik Wisse. In 1384 verkochten Henrick en Kathelijn Nannen, de kleinkinderen van Wisse, het gebouw aan Jan van Gestel, ‘investiet’ van de kerk in Tilburg, ten behoeve van de Abdij van Tongerlo. Vanaf toen werd Huize Moerenburg een pastorie.

Zeker vanaf 1569 was het huis omwaterd door een gracht. In 1648 werd de pastorie door de Staten-Generaal geconfisqueerd en daarna bewoond door predikant Paridanus Lemannus. Na diens vertrek omstreeks 1660 werd Adriaan van Boecholt, rentmeester van de geestelijke goederen in het kwartier van Oisterwijk, de bewoner. Zijn opvolger Berthout van Slingelandt verkocht Huize Moerenburg in 1691 aan Charles Graham, kolonel in het Staatse leger. In 1697 verkocht Graham het huis met de hoeve en landerijen aan kolonel Philippe de Saint Amant.

In 1750 was Huize Moerenburg een bouwval en werd zij gesloopt. Lange tijd waren de enige tastbare herinneringen aan dit gebouw een achttiende-eeuws schilderij en twee schilddragende hardstenen leeuwen met de familiewapens van De Saint Amant en van zijn vrouw Elisabeth de Claer. Deze leeuwen worden bewaard door Stadsmuseum Tilburg.

In 2005 werden op het terrein van Rioolgemaal Moerenburg (waterzuivering) de resten van het huis opgegraven, waarbij een deel van een bakstenen fundering uit de veertiende eeuw werd aangetroffen en een gracht kon worden gereconstrueerd. Tevens werden zeventiende- en achttiende-eeuwse resten gevonden, zoals scherven van aardewerk, porselein en glas.

In 2006 maakten Berry van Oudheusden en Peter Hofland voor Stadsmuseum Tilburg een docudrama over Huize Moerenburg. In 2011 werden de contouren van het huis op de oorspronkelijke locatie gereconstrueerd. Tevens werd een eigentijdse weergave van de barokke tuin aangelegd.

Zie ook

Het Geheugen van Tilburg