Henri Rutten

Pater Henri Franciscus Rutten MSC (Tilburg 1873 - Neu Pommern (PG) 1904) werd geboren als oudste van elf kinderen van Jan en Mie Rutten-Nouwens. Vader was eerst spinner en werd later zelfstandig verzekeringsagent in de Koningswei. Het grote gezin woonde in de Oude Kerkstraat, later Stevezandstraat en Piusstraat. Henri trad in 1885 in bij de de Paters van de rooi harten aan de Bredaseweg (MSC), waar Henri op het kleinseminarie voor het klassebord op de foto is gezet. In 1896 legde hij de eeuwige geloften af. In 1900 vertrok de 25-jarige pater met een groot motorschip vanuit Genua voor een wereldreis naar de missie in Neu Pommern, een Duitse kolonie in het toenmalige Papoea Nieuw-Guinea. Dat gebied heet nu New-England. Daar werden hij in 1904 met negen andere religieuzen vermoord op verschillende plaatsen door opstandige papoea’s, nota bene met wapens waaronder een jachtgeweer van Rutten zelf. Missionarissen en zusters moesten daar in hun eigen onderhoud voorzien met moestuinen, kippen e.d. De Duitse koloniale macht trad keihard op tegen de daders en een onbekend aantal verdachten werd gedood. Daarvan zijn ook foto's bekend. Op het bidprentje staat Henri op een foto, de gemaakt is bij zijn priesterwijding in 1900.

In 2004 werd ter gelegenheid van Ruttens honderdste sterfdag een herdenkingsdienst gehouden in Tilburg in de kapel van het Missiehuis en op de plaats van de moord. Tijdens deze dienst werd een ‘vergevingsritueel’ uitgevoerd, waarbij familieleden van Rutten betrokken waren. Van zijn leven en het drama is tamelijk veel bekend, omdat in 1922, bij gelegenheid van het gouden huwelijk van zijn ouders, een gedenkboek met een levensschets van Henri Rutten werd uitgebracht door de Paters MSC.

Ook zijn veel van zijn lange brieven aan de familie in Tilburg bewaard gebleven. In 2004 zijn brieven uit de periode 1896 tot 1904 gebundeld in een boekwerk. De originele brieven zijn in 2011 door de achterneven en -nichten geschonken aan het Regionaal Archief Tilburg.