Helga Deen

Helga Deen (Stettin (POL) 1925 - Sobibór (POL) 1943) was de dochter van de uit Tilburg afkomstige Willy Deen en dr. Käthe Wolff uit Neurenberg. Dit joodse echtpaar woonde in Berlijn en vertrok in 1923 naar Stettin.

Toen Hitler in 1933 een boycot tegen het jodendom beval, vertrok het gezin, inmiddels uitgebreid met zoon Klaus, naar Tilburg. Zij woonden aanvankelijk bij de moeder van Willy in de Heuvelstraat en een jaar later aan de Pelgrimsweg.
Helga bezocht de Openbare lagere school aan de Korte Schijfstraat (1933-1937) en de Rijks-HBS Koning Willem II (1937-1941). Daar leerde zij haar vriendin Hanneke Gerritsen en diens vriend Gérard van Kalmthout kennen. Door de anti-joodse maatregelen van de bezetter moesten Helga, Klaus en de sinds 1940 bij de Deens inwonende Duits-joodse vluchtelinge Gerda Nothmann naar het speciaal opgerichte Joods Lyceum in Den Bosch (1941-1943). In die tijd werd Helga verliefd op Kees van den Berg.

In 1942 begon de deportatie van de joden. Die van de familie Deen werd vanwege hun werkzaamheden voor de Joodse Raad uitgesteld tot 1 juni 1943. Zij werden overgebracht naar Kamp Vught. Al vanaf de eerste dag hield Helga daar een dagboek bij, een aangrijpende en ontroerende getuigenis van het dagelijks leven in een concentratiekamp. Op 2 juli 1943 werd de familie Deen getransporteerd naar Westerbork. Op 13 juli werden vanuit Westerbork 2417 joden afgevoerd naar Sobibór, onder hen Willy, Käthe, Helga en Klaus. Op vrijdag 16 juli 1943 werden ze vermoord.

In 2005 zijn het dagboek en enkele brieven, die door de zoon van Kees van den Berg (1923-2001) waren ondergebracht in het Regionaal Archief Tilburg, openbaar gemaakt. In 2007 volgden de publicatie 'Dit is om nooit meer te vergeten: Dagboek en brieven van Helga Deen 1943', en een Duitse en Italiaanse (2008) vertaling. In 2010 werd in het plantsoen op de hoek Telegraafstraat en Willem II-straat een kunstwerk in de vorm van Helga's portret geplaatst.

Zie ook

Geheugen van Tilburg