Eredoctoraat

BalkTiu.jpg

Een eredoctoraat wordt doorgaans verleend bij een lustrum (om de vijf jaar) of een bijzondere aangelegenheid. Het levert de gelauwerde een fraaie bul op, gesteld in het Latijn, en de titel doctor honoris causa. Het eredoctoraat is een andersoortige doctorstitel dan die van promovendi, en wordt afgekort als ‘dr.h.c.’. Een eredoctoraat is een erkenning van uitzonderlijke wetenschappelijke of maatschappelijke verdiensten.

Schuman.jpg


Sinds 1947 heeft de Tilburgse universiteit 49 eredoctoraten verleend, onder meer aan oud VN-secretaris Kofi Annan, Al Gore (“I used to be the next president of the United States”), president Ellen Johnson Sirleaf van Liberia, alumnus Herman Wijffels en - in 1952 (foto) - de Franse premier Robert Schuman, geestelijk vader van de EU.

Aan de toekenning van een eredoctoraat gaat een procedure vooraf waarbij faculteiten een belangrijke rol spelen. Bij toerbeurt, of naar aanleiding van een speciale gelegenheid, krijgt de betreffende faculteit de vraag om tot een voordracht te komen. De decaan gaat in eigen huis op zoek naar namen van personen die de faculteit wil voordragen bij het College voor Promoties. Dat bestaat uit de vijf decanen en de rector magnificus, en bepaalt uiteindelijk wie voor het eredoctoraat wordt benaderd. Soms heeft dat geen succes: in het begin van de eeuw was een eredoctoraat voorzien voor de Turkse schrijver Orhan Pamuk, die echter onvindbaar bleek wegens problemen met zijn regering.

Het allereerste eredoctoraat verleende de toenmalige hogeschool in 1947 aan een bisschop, monseigneur Poels. De laatste eredoctoraten werden in 2019 toegekend aan (links) Anita L. Allen, hoogleraar Rechten en Wijsbegeerte aan University of Pennsylvania en (rechts) John P.A. Ioannidis, professor of Medicine, of Health Research and Policy and of Biomedical Data Science aan Stanford University.

Allen.jpeg
Ion.jpg