Ed Schilders

Schilders studeerde Nederlands en Frans aan het Mollerinstituut (1972-1977) en werd een van de meest productieve Tilburgse schrijvers. Hij publiceerde onder meer De voorhuid van Jezus en andere roomse wonderen (1985), Vergeten boeken: Literaire curiosa en rariora, boekenvrienden en bibliomanen (1987), De erfenis van Diderot (1987), Katholiek Tilburg in Beeld (met Ronald Peeters; 1990), Het gezicht van Nederland (1991), Literaire wandelroute Tilburg (met Jef van Kempen; 1996), Het geheim van Huize Gerra (1998), Roman (met Paul Bogaert; 1998), Holland Carré. Twee eeuwen Noordhoek (met Ko de Laat; 2007) en Tilburg van ‘O ja, en waar leg dat dan, Tilburg?’ tot ‘O, dat ik nog in Tilburg was!’: Een bloemlezing over Tilburg, Tilburgers & Tilburgs (2009).

Schilders baarde opzien met het boek Moordhoek (1988), waarin hij de moord op Marietje Kessels reconstrueerde. Dat boek werd in 2013 door uitgeverij Gianotten opnieuw uitgebracht. Ed Schilders schreef voor de Haagse Post, Vrij Nederland en de Volkskrant. Bij die laatste is hij sinds 1979 boekenrecensent en had hij van 1989 tot 2003 een boekencolumn.

Vanaf 1991 publiceerde Schilders columns in Het Nieuwsblad en sinds 1994 in het Brabants Dagblad. Van 1979 tot 1985 was hij redacteur en uitgever van The Brooklyn Bridge Bulletin. Hiervoor ontving hij het ereburgerschap van Brooklyn. Schilders was (co-)auteur van acht edities van de Tilburgse Revue en organiseerde het boekproject 11.8.1999 – 12:27: Zonsverduistering in Tilburg (met Berry van Oudheusden; 1999). Daarnaast was hij redacteur van het schrijfproject Geschreven Stad (1997-1999), maakte hij stripverhalen met Luc Verschuuren en voegde hij met Sloaj meej aaj mee jèùn meej èèrepel (2008) een deel toe aan de Tilburgse prentebuukskes (Cees Robben). In 1997 schreef Schilders het winnende verhaal voor Ik heb iets met Tilburg. In 2007 werd hij gekozen tot beste schrijver van Tilburg en ontving hij de Jan Naaijkensprijs (Jan Naaijkens).