Martinus Cornelis van Dooren

In 1783 trouwde Martinus Cornelis van Dooren (Tilburg 1756 - Tilburg 1811) met Adriana Dams, waarmee de grondslag werd gelegd voor de firma Van Dooren & Dams. In 1783 richtte hij met zijn zwager en compagnon Gerardus Dams de firma M.C. van Dooren & Co. op aan de Nieuwendijk (Bisschop Zwijsenstraat) tegenover de fabriek van Pieter Vreede. Hier stond ook het kasteeltje dat omstreeks 1730 was gebouwd door de Leidse lakenkoopman en drapenier Michiel van Bommel. In 1786 werd dit kasteeltje gekocht door Cornelis Verbunt, die het in 1800 verkocht aan Martinus van Dooren. Aan het einde van de negentiende eeuw werd dit pand gesloopt, waarvan bij de bouw van het Kunstcluster nog fundamenten werden aangetroffen. Van Dooren was een vooruitstrevend ondernemer, die in 1798 een windvolmolen aan de rivier De Leij bouwde en in 1809 in Tilburg de mechanische spinmachine, aangedreven door paarden, introduceerde.

Op 17 april 1809 bracht koning Lodewijk Napoleon een bezoek aan Tilburg. Hij logeerde op het kasteeltje van Van Dooren. De vorst was blijkbaar dusdanig onder de indruk van de omvangrijke wollenstoffennijverheid in Tilburg, dat hij op 18 april 1809 Tilburg tot stad verhief. Hij benoemde zijn gastheer op 27 mei 1809 tot burgemeester, na de Franse inlijving in 1810 maire genoemd. Van Dooren heeft dit ambt slechts twee jaar uitgeoefend. Het burgemeesterschap werd daarna tijdelijk waargenomen door Gerardus Dams, totdat de keizer op 15 november 1811 diens broer Willebrordus Dams tot maire benoemde. Het bedrijf Van Dooren & Dams werd na Van Doorens dood voortgezet, vanaf 1824 met name door zijn zoon Hendricus. Zijn oudste zoon Pieter begon in 1825 een eigen bedrijf aan de Hilvarenbeekseweg (Pieter van Dooren).