Dijck, Jan van

BalkTiu.jpg

Rector magnificus

J.E.A.M. (Jan) van Dijck (1923-2012) is rector magnificus van 1978-1980. Van Dijck, geboren in Middelburg, studeert aan de Rijksbelastingacademie te Rotterdam. In 1947 behaalt hij het staatsexamen kandidaat-notaris, waarna hij tot 1957 als inspecteur bij de belastingdienst werkt. In 1954 wordt hij wetenschappelijk assistent aan de Roomsch Katholieke Handelshoogeschool, een jaar later lector en vanaf 1963 hoogleraar Belastingrecht. Hij vervult die functie, aanvankelijk aan de rechtenfaculteit later aan de economische faculteit, tot aan zijn emeritaat in 1989. Van Dijck is van 1971-1973 voorzitter van de eerste Hogeschoolraad.

Fiscalist

Van Dijck staat te boek als een uitmuntend fiscalist. Hij is het boegbeeld van het interfacultair Fiscaal Instituut Tilburg en publiceert honderden artikelen in de fiscale vakpers. Zijn colleges en vele publicaties kenmerken zich, zoals hoogleraar Rijkers bij Van Dijcks overlijden in 2012 schrijft, “door een grondige systematische kennis van het belastingstelsel – in het bijzonder de inkomstenbelasting – die de basis vormt voor een systematisch kritische benadering van het belastingstelsel. Zijn wijze van wetenschapsbeoefening enthousiasmeert studenten en legt het fundament voor een kritische en maatschappelijk betrokken onderzoeksattitude zoals die ook nu binnen de wetenschappelijke staf van het Fiscaal Instituut Tilburg (FIT) als norm geldt: grondig, maatschappelijk betrokken en kritisch.” In 1979 ontving Van Dijck een eredoctoraat van de Universiteit van Amsterdam.

Studiefinanciering

Van Dijck geldt in zijn tijd ook als autoriteit op het gebied van studiefinanciering. Gedurende twintig jaar is hij deskundige-voorzitter van de commissie Studiefinanciering van de gezamenlijke universiteiten. Hij schuwt het niet om gepeperde uitspraken te doen. De wet op de Studiefinanciering noemt hij “deprimerend in zijn gecompliceerdheid” en hij voorspelt dat onderwijsminister Deetman als “sociale bruut” de geschiedenis in zal gaan vanwege zijn bezuinigingen. Minister van Financiën Ruud Lubbers noemt hij een “vrolijke houthakker” die er maar wat op los kapt in het woud der fiscale aftrekposten.

Gepeperde uitspraken

De economie noemt Van Dijck “een amorele wetenschap”. “Er wordt gewoon berekend wat er moet gebeuren om het grootste economische voordeel te behalen. Dat is het. Ik zeg wel eens: een homo economicus paart niet. Hij kan niet bedacht krijgen waarom hij zoveel arbeid zou verrichten om zo’n kleine hoeveelheid vocht te verplaatsen over zo’n kleine afstand.” In de discussie over de signatuur van de Katholieke Hogeschool toont Van Dijck zich een uitgesproken voorstander van de omvorming tot rijksuniversiteit.

Maatschappelijke verdiensten

Als hij in 1976 wordt benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw roemt burgermeester Letschert hem vanwege de verbindingen die hij legt met de Tilburgse gemeenschap. Bij zijn afscheid van de universiteit ontvangt hij de zilveren legpenning van de stad. Van Dijck was onder andere lid van de gemeenteraad namens de KVP, bestuurslid van de Schouwburg, van het St. Elisabethziekenhuis, van de Stichting Sociaal Culturele Opbouw Tilburg, voorzitter van het Tilburg Onderwijs Overlegorgaan, van de Stichting Festival voor de werkende jeugd en van de Stichting Studentenhuisvesting.