Cookies helpen ons onze services aan te bieden. Door onze services te gebruiken stemt u in met het gebruik van onze cookies.

De moord op Van Wezel

De moord op Van Wezel
SPR-HAL22012515000 0009.jpg
Reconstructie foto van de moord bron: BHIC
Soort gebeurtenis Moord
Datum 23-10-1944
Plaats Tilburg
Doden Wilhelmus Cornelis van Wezel
Reconstructie van het graf van Van Wezel met zijn das. Collectie Brabants Historisch Informatie Centrum

Dinsdag 31 oktober 1944

Het is vier dagen na de bevrijding van Tilburg en Wilhelmus Cornelis van Wezel is al meer dan een week onder verdachte omstandigheden vermist. Zijn schoonvader, Johannes van de Ven, besluit naar de plek te gaan waar Wim van Wezel voor het laatst zou zijn gezien. Van Wezel verschanste zich enige weken voor de bevrijding met zijn verzetsgroep en zijn vrouw Cornelia in kleine landhuisjes in de bossen langs de Bredaseweg. Ze hadden de opdracht om het pompstation en de brug bij 'Dongewijk'te beschermen als de Duitsers zouden terugtrekken. Bij het landhuisje “In ’t Palet” ontdekt Van de Ven een vreemde hoop met takken. Als hij de takken aan de kant legt ziet hij dat de grond er onder is omgespit. Van de Ven vind dit erg verdacht en besluit te kijken wat er onder de aarde ligt. Bij de eerste schep aarde komt een stuk stof omhoog. Het is het uiteinde van een das. Van de Ven herkent deze meteen als de das van zijn schoonzoon. Van de Ven meldt zijn ontdekking onmiddellijk bij de politie en doet aangifte. Later op de dag wordt op de plek die Van de Ven had aangewezen het lichaam van Wim van Wezel gevonden door de politie. Omstreeks vier uur in de middag meldt Gerardus Johannes Antes zich bij het hoofdbureau van de politie. Hij vertelt dat hij Wim van Wezel, samen met Wilhelmus Miedema en een Duitser, heeft doodgeschoten en begraven.

Interieur Stationskoffiehuis. Collectie Heemkring Molenheide

Van Wezel

Wim van Wezel zit tijdens de oorlog niet stil. Voor de oorlog is hij al meerdere keren in aanraking gekomen met politie en justitie. Hij houdt zich bezig met smokkelen en zwarte handel. Tijdens de oorlog gaat hij hiermee door. Zo smokkelt hij Belgische shagtabak en wordt hij in 1942 opgepakt omdat hij betrokken is bij een grote zwarthandel zaak in lederwaren. Samen met andere zwarthandelaren kocht hij tegen ongekend hoge prijzen leer in voor de Duitse Weermacht. Ook op andere manieren probeert hij een slaatje te slaan uit de oorlog en gaat hij in zee met verschillende foute figuren. Zo haalt hij tegen betaling Duitse officieren op bij de Belgische grens en rijdt ze naar het café van zijn moeder in Rijen. De reputatie van Van Wezel is niet goed. Bij de politie en bevolking van Rijen staat hij bekend als een gevaarlijke smokkelaar en zwarthandelaar die tot alles in staat is. Het is later onder andere deze reputatie die hem duur komt te staan.

Het verzet in

In september 1944 wordt het steeds duidelijker dat Duitsland de oorlog gaat verliezen. De geallieerden komen dichterbij en Tilburg maakt zich op voor de bevrijding. Het verzet in Tilburg bestaat uit verschillende losse groepen zonder centraal bestuur. Nu het einde van de oorlog dichtbij lijkt, besluiten meer Tilburgers het verzet in te gaan en ontstaan er nieuwe verzetsgroepen. Gerardus Antes vraagt dan ook in september 1944 aan zijn vriend Wilhelmus Miedema of hij samen met hem en andere jongens een groepje wil vormen. Ze kunnen dan samen de komst van de geallieerden afwachten en aan hen hun diensten aanbieden. Antes was sergeant in het Nederlandse leger geweest en zat al twee jaar ondergedoken in het landhuisje “In ’t Palet” in de bossen langs de Bredaseweg. Begin oktober is de groep van Antes en Miedema compleet. Samen met Wim ten Broeke, Hans Cools en Petrus Bruinsma vormen ze een verzetsgroep. De hele groep komt bij Antes in het landhuisje wonen. Rond dezelfde tijd vormt Van Wezel een verzetsgroep met een paar jongens. De motivatie van Van Wezel is niet duidelijk. Misschien zoekt hij graag het avontuur op of wil hij aan de ‘goede’ kant van de geschiedenis uitkomen. De groep van Van Wezel bestaat uit Guus Sträter, Theo van den Broek en Franciscus Mannaerts. In begin oktober maakt Van Wezel contact met Antes. Van Wezel vertelt hem dat hij een reserveofficier is en dat hij in radioverbinding staat met Engeland. Van Wezel vraagt of Antes en zijn groep de verzetsgroep van Van Wezel kunnen helpen bij aanvallen op Duitse militairen. Antes wil niet direct betrokken zijn bij de overvallen, maar wil de groep van Van Wezel wel ondersteunen. Van Wezel gaat hiermee akkoord en zegt dat Antes vanaf nu onder zijn bevel staat. Daarnaast gaat Van Wezel ervoor zorgen dat de groepen officieel worden opgenomen bij de Binnenlandse Strijdkrachten. Vanaf 16 oktober gaan Van Wezel, zijn vrouw Cornelia en zijn groep in het landhuisje “Benesita” wonen. Het landhuisje van Van Wezel wordt het hoofdkwartier en het terrein tussen het hoofdkwartier en het landhuisje van Antes vormt het kamp.

De aanloop naar de moord

Waar de groep van Antes rustig wil afwachten tot de geallieerden komen, wil de groep van Van Wezel actie ondernemen. Dit zorgt vanaf het begin af aan voor spanning tussen de twee groepen. Van Wezel neemt veel risico en brengt daarmee ook de andere groep in gevaar. Zo brengt Van Wezel vijf gedeserteerde Duitse soldaten in het kamp die de groep van Antes moet bewaken. Ook worden er twee vreemde Amsterdammers aan de groep toegevoegd en is Van Wezel van plan om nog drie of vier Polen in het kamp onder te brengen. Dit zorgt voor stress en angst bij de groep van Antes. Ze hebben namelijk niet genoeg eten, drinken en slaapplekken voor iedereen. Daarnaast zijn ze doodsbang om ontdekt te worden door de Duitsers. Ook het gedrag van Guus Sträter vinden ze roekeloos. Zo loopt hij, zonder reden, op klaarlichte dag met een karabijn op straat en geeft hij een geladen pistool aan een van de Duitse gevangenen. Langzaam hoort de groep van Antes ook verschillende geruchten over Van Wezel. Hij zou een zwarthandelaar zijn en contact hebben met de Duitsers. Uiteindelijk is het plan van Van Wezel om een lichte tank te overmeesteren de druppel die de emmer doet overlopen. De groep van Antes vind dit veel te gevaarlijk en vreest voor hun leven. De enige optie om Van Wezel tegen te houden is om hem gevangen te nemen. Cools en Ten Broeken gaan die avond naar “Benesita” en spreken met Van Wezel. Ze vertellen hem dat Antes ziek is en dat zij daarom het wachtwoord komen ophalen. Van Wezel spreekt met hen af dat hij de volgende ochtend om zes uur in het kamp is om met Antes te spreken. Cools en Ten Broeke vertellen dit aan Antes en ze besluiten dat ze Van Wezel de volgende ochtend zullen confronteren. Of er ook wordt afgesproken om hem neer te schieten als Van Wezel zich niet overgeeft, is niet helemaal duidelijk.

Reconstructie van de confrontatie met Van Wezel. Collectie Brabants Historisch Informatie Centrum

Maandag 23 oktober 1944

Om vier uur in de nacht maakt Antes de mensen in zijn huisje wakker. Hij zegt dat er gevaar dreigt en dat er verdachte personen zijn gesignaleerd. Hij stuurt de Amsterdammers, en de kort daarvoor gearriveerde Raamsdonkers, weg. Zij moeten een andere veilige plek zoeken. Om zes uur gaat Antes naar het landhuisje “In ’t Palet” om Van Wezel daar op te wachten. Van Wezel heeft zich echter verslapen en komt niet opdagen. Om kwart voor acht gaat Van Wezel van huis. Tegen zijn vrouw Cornelia zegt hij nog: ‘Ik ga even naar het kamp, maak de koffie maar vast klaar, ik kom zo terug want ik moet om negen uur voor een bespreking bij de Centrale zijn.’ Van Wezel bedoelt dat hij om negen uur een afspraak heeft met Peter Hornman, Commandant Militaire Operaties van de Binnenlandse Strijdkrachten, over het aansluiten van zijn groep. Als Van Wezel bij “In ’t Palet” aankomt staan Antes, Miedema en een gedeserteerde Duitser, genaamd Carl Garps, op hem te wachten. Vanaf dat moment gaat alles heel snel. Antes beveelt Van Wezel om zijn handen omhoog te doen. Van Wezel weigert en vraagt wat er aan de hand is. Antes roept meerdere keren dat Van Wezel zijn handen in de lucht moet doen, maar in plaats daarvan grijpt Van Wezel naar zijn pistool. Antes en Miedema schieten met hun karabijnen op hem. Ook de Duitser schiet en Van Wezel valt dood neer. De drie schoten worden ook in het andere landhuisje gehoord. Guus Sträter gaat met een karabijn de omgeving inspecteren, maar komt na tien minuten terug zonder iets geks te zien. Wim ten Broeke was al onderweg naar “In ’t Palet” en hoort daar dat Van Wezel is doodgeschoten. Antes vertelt hem dat hij het geheim moet houden en dat ze de dood van Van Wezel zullen melden als Tilburg bevrijd is en de Duitsers weg zijn. In de tussentijd heeft Antes het lichaam van Van Wezel in het schuurtje van “In ’t Palet” verstopt. Samen met Miedema graaft hij een kuil in de buurt van het landhuisje. Van Wezels lichaam wordt ontdaan van sieraden en andere persoonlijke herkenningstekens zodat hij niet geïdentificeerd kan worden mocht het lijk vroegtijdig gevonden worden. Ook wordt het lichaam van Van Wezel overgoten met een vloeistof die het ongedierte op afstand moet houden. Daarna begraven ze hem en dekken het graf af met takken. Rond negen komt Sträter naar “In ’t Palet” en hij vraagt of zij de schoten ook hebben gehoord. Antes zegt dat het geluid van de schoten uit de richting van de Gilzerbaan kwamen. Ondertussen zijn Cornelia en de anderen in het landhuisje “Benesita” ongerust omdat Van Wezel nog steeds niet terug. Bovendien hebben ze schoten gehoord. Mannaerts besluit naar de Centrale te rijden om te kijken of Van Wezel naar zijn afspraak is gegaan. Daar krijgt hij te horen dat Van Wezel niet is komen opdagen. In de avond gaat Antes langs bij “Benesita”. Hij vraagt of Van Wezel er is maar Cornelia zegt dat ze hem sinds vanochtend niet meer heeft gezien. Ook vraagt ze naar de drie schoten. Antes vertelt haar een smoes en zegt dat hij in de ochtend weer langs komt om Van Wezel te spreken.

Reconstructie van het graf Van Wezel. Collectie Brabants Historisch Informatie Centrum

Bevrijding en aanhouding

Om zeven uur komt Antes opnieuw langs. Hij vraagt weer naar Van Wezel, terwijl hij heel goed weet wat er met hem is gebeurd. Cornelia maakt zich zorgen om haar man en vraagt aan Antes of hij samen met haar wil zoeken. Hij zegt dat het te gevaarlijk is en dat ze beter zo snel mogelijk kan vertrekken. Om half drie komt vanaf de Centrale van de ondergrondse het bevel van Petrus Hornman om het kamp op te doeken en om onder te duiken. Hij heeft gehoord van de verdwijning van Van Wezel en vindt dit te gevaarlijk. Antes blijft met de vijf Duitsers achter in het kamp. Na de bevrijding levert Antes de Duitsers over aan de Poolse soldaten. Hij vertelt hen wat er is gebeurd met Van Wezel. Antes wordt doorverwezen naar de militaire autoriteiten. Omdat hij die ‘niet kan vinden’, meld hij zich op 31 oktober bij de Tilburgse politie. Een dag later wordt Miedema ook aangehouden als verdachte van moord en subsidiair doodslag.

De vervolging

Miedema en Antes moeten in de zomer van 1945 voorkomen voor de Arrondissementsrechtbank van Breda. De raadsman van Antes maakt echter snel een einde aan de zitting; volgens hem is de Rechtbank niet bevoegd om deze zaak te behandelen omdat beide verdachten ten tijde van de moord deel uitmaakten van een verzetsgroep die onder leiding stond van Van Wezel en die onderdeel was van de Binnenlandse Strijdkrachten. Op grond van artikel 1 van het Koninklijk Besluit van 5 september 1944 behoorden de leden van de verzetsgroep tot de Koninklijke Landmacht. Miedema en Antes waren op het moment van de moord voor de wet dus militairen en moesten ook zo berecht worden. De Arrondissementsrechtbank van Breda was daarvoor niet bevoegd en de verdachten moesten voorkomen voor de militaire Krijgsraad. Antes moet een jaar later, in 1946, voorkomen voor de Krijgsraad in Eindhoven. In de archieven van het Brabants Historisch Informatie Centrum zijn alleen de processtukken van Antes gevonden. Of Miedema ook is vervolgd, is niet duidelijk. De Krijgsraad doet uitvoerig onderzoek naar de moord, verhoort verschillende personen en laat een reconstructie van de moord uitvoeren. Daarnaast wordt er onderzoek naar Van Wezel gedaan. Daaruit komt naar voren dat de geruchten over hem waar zijn. Volgens het inlichtingen rapport is Van Wezel een zwarthandelaar en heeft hij voor de Duitsers gewerkt. In het vonnis benadrukt de Krijgsraad dat de verzetsgroep dicht bij de frontlinie opereerde en dat de Duitse weermacht overal om hen heen lag. Daarnaast zorgde het onverantwoordelijke, roekeloze en ondeskundige gedrag van Van Wezel ervoor dat de groep in levensgevaar verkeerde. Het ingrijpen van Antes en Miedema was dus terecht. Antes wordt daarom op grond van noodweer vrijgesproken.

Bronnen en literatuur

Regionaal Archief Tilburg, Archief 565, Collectie documentatie Tilburg 1940-1945, invnr 216, familienamen map letter W.

Brabants Historisch Informatie Centrum, Archief 20, Krijgsraden en auditeurs-militair Noord-Brabant, 1806-1974, invnr 571, dossier 252.

Ad de Beer en Gerrit Kobes, Het leven gebroken. De geschiedenissen van de Tilburgers die als gevolg van de strijd tegen Duitsland en de bezetting van Nederland om het leven kwamen, Tilburgse Bronnenreeks 4 (Tilburg 2002), p. 102.

Externe link