De Engelbewaarder

Van 1885 tot 1893 werd De Engelbewaarder uitgegeven te Maastricht en Grave. Van 1893 tot 1958 werd De Engelbewaarder: Geïllustreerd tijdschrift voor de Katholieke Jeugd, met een onderbreking van 1941 tot 1946, gedrukt en uitgegeven door de Drukkerij van het RK Jongensweeshuis (RKJW). In 1909, toen De Engelbewaarder 25 jaar bestond, haalde het tijdschrift een oplage van 17.000 stuks, en in de beste tijd liep dit aantal op tot 28.000. De verspreiding geschiedde via lagere scholen in Nederland, België, Suriname, de Antillen en het voormalige Nederlands-Indië. Aanvankelijk was het bedoeld voor kinderen vanaf negen jaar. Later werden drie edities uitgegeven voor kinderen vanaf zes jaar tot en met leerlingen in het voortgezet onderwijs. Het tijdschrift bevatte vervolgverhalen, raadseltjes en een brieven- en vragenrubriek. Vele verhalen zijn, nadat ze als afleveringen waren verschenen, als boek bij de Drukkerij van het RKJW uitgegeven. Voorbeelden zijn de verhalen van Jon Svensson en de stripverhalen van Tante Leida Pannelat en Steven Sterkenarm. Het bekendst zijn de verhalen van Puk en Muk, die vanaf 1926 in De Engelbewaarder verschenen. In 1958 werd het blad overgenomen door Uitgeverij De Spaarnestad te Haarlem. De jeugdbladen Okki en Taptoe zijn er in feite voortzettingen van.

Het Geheugen van Tilburg