Conferentie van Tilburg

Op 22 januari 1630, enkele maanden na de verovering van Den Bosch door Frederik Hendrik, Prins van Oranje, graaf van Nassau, kwamen in Tilburg afgevaardigden van Spanje en de Staten-Generaal bijeen om een geschil over de status van de Meijerij te bespreken. Die laatste partij ging ervanuit dat deze regio met de stad onder het gezag van de Republiek zou komen. De Spanjaarden accepteerden deze visie niet en na vier bijeenkomsten was er geen resultaat geboekt.

In het voorjaar van 1631 deed men tijdens een vijfde conferentie in Tilburg nog een mislukte poging om overeenstemming te vinden in dit soevereiniteitsgeschil. De Meijerij bleef vooralsnog de speelbal van bevelhebbers en belastinggaarders van beide zijden. Hiermee stonden ook de Tilburgers, die afhankelijk waren van een vrij en geregeld handelsverkeer, voor dubbele lasten. Pas met de Vrede van Münster (1648) werd de zaak in het voordeel van de Republiek beslecht. Hoe dan ook was Tilburg voor even het epicentrum van de internationale politiek.