Cobbenhagen, Martinus

BalkTiu.jpg


Martinus Joseph Hubertus (Martinus) Cobbenhagen (1893- 1954) is rector magnificus van de Roomsch Katholieke Handelshoogeschool in de periodes 1932-1933, 1937-1938 en 1945-1946. Vanwege zijn inzet voor het bestuur van de instelling en zijn aandacht voor studentenleven en alumni, verwierf hij de reputatie van 'vader van de hogeschoolgemeenschap'. Vanwege zijn inspanningen om economie en ethiek met elkaar te verbinden, het belang dat hij hecht aan levensbeschouwelijke aspecten en zijn handleiding voor het onderwijs – met wijsbegeerte als verplicht vak - geniet hij nog steeds de reputatie van founding father van Tilburg University.

Cobbenhagen, geboren in Gulpen, wordt na het kleinseminarie van Rolduc in 1917 tot priester gewijd. In 1921 behaalt hij zijn doctoraal examen economie aan de Nederlandsche Handels-Hoogeschool te Rotterdam, waar hij in 1927 promoveert op het proefschrift ‘De verantwoordelijkheid in de onderneming’. In hetzelfde jaar wordt hij hoogleraar aan de zojuist opgerichte Roomsch Katholieke Handelshoogeschool in Tilburg.

Cobbenhage.jpg

Solidarisme

Tijdens het interbellum behoort Cobbenhagen tot de uitdragers van de katholieke sociaaleconomische ideeën, onder andere geïnspireerd door de pauselijke encycliek Quadragesimo Anno uit 1931. In tijden van crisis, armoede en werkloosheid na de beurskrach van New York (1929) werd gepleit voor sociale rechtvaardigheid. In die geest bepleit Cobbenhagen het solidarisme als sociaaleconomisch ordeningsprincipe, in plaats van het zuiver individualistisch kapitalisme of het staatssocialisme.

Cobbenhagen heeft grote invloed op de wijze waarop de nieuwe hogeschool zich ontwikkelt. Hij is voorstander van een wetenschappelijke opleiding voor de praktijk van het sociaaleconomisch leven. Hij ziet economie als een ‘middenwetenschap’ - tussen natuur- en geesteswetenschappen. Van kwantitatieve en modelmatige methoden moet in zijn ogen gebruik worden gemaakt, maar ze dienen niet de kern van de wetenschap te bepalen. Daarbij zou de economische wetenschap organisch verbonden moeten zijn met andere disciplines, zoals sociologie en psychologie. Een geïsoleerde economische wetenschap, zo stelt Cobbenhagen, zal slechts bijdragen aan menselijk materialisme en mechanisering van het leven.

TAEK

Hij staat in 1934 aan de wieg van TAEK, de eerste alumnivereniging, en was in 1935 medeoprichter van het Tilburgs economenblad Economie, waarvan hij tot zijn dood redacteur bleef. In dit blad werd relatief veel plaats ingeruimd voor vraagstukken van sociaaleconomische ordening.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt Cobbenhagen, in verband met de afwijzende houding van de hogeschool jegens de Duitse bezetter, in het naburige Haaren geïnterneerd als gijzelaar. Na de oorlog wordt hij voorzitter van de commissie Bezitsspreiding. In Tilburg wordt hij voorzitter van de stichting Wijkwerk die hulp verleende aan sociaal zwakke gezinnen. In 1947 valt hem de onderscheiding van geheim kamerheer van de paus ten deel.

Cobbenhagengebouw

Het oudste gebouw van de universiteit is vernoemd naar Cobbenhagen, evenals Tilburg Cobbenhagen Center, dat tot onder meer tot doel heeft de betekenis van het gedachtengoed van deze founding father voor de hedendaagse academische context en samenleving te doordenken.