Claes Jan Hamers

 terug naar: Christina Hamers
Claes Hamers, herbergier, tapper en landbouwer, te Tilburg gedoopt op 23 april 1771 en overleden te Hilvarenbeek op 23 februari 1854.
Claes was een zoon van Jan Baptist Hamers en Joanna de Jong.

Claes trouwde in zijn eerste huwelijk te Tilburg voor de schepenen op 15 december 1806 met Maria Elisabeth Vermeer, gedoopt op 20 april 1770 te Tilburg als dochter van Christiaen Vermeer en Maria Catharina Mutsaerts.


 'Bijlage:
R.513 f 126verso, 29.11.1806: Staat en inventaris gedaan maaken en over gegeven bij Maria Elizabeth Vermeer weduwe van wijlen Jan Peter Ockers, , en overmits zij in ander huwelijk begeven met Nicolaas Jan Hamers is deze inventaris opgericht, Dionisius Francis Coolen als momboir en Jacobus Hoeken junior als toesiender over de twee minderjarige kinderen van wijlen Jan Peter Ockers, , bezittingen o.a. drie melkbeesten, een kalf, een varken, 22 karren torf, 80 vaten haver, 120 vaten aardappelen, enz,
maar ook een schuld aan de weduwe Peter Ockers van 344 gulden 10 st.



Maria Elisabeth Vermeer was weduwe van Jan Ockers, die geboren was te Sprang en gedoopt te Loon op Zand op 22 november 1771, waarmee ze huwde te Tilburg op 20 april 1801.

Uit dit huwelijk:

  • 1. Johannes, dagloner, te Tilburg gedoopt op 14 december 1807 en aldaar overleden op 13 februari 1879, 71 jaar oud, trouwde te Tilburg, zijn eerste huwelijk op donderdag 7 november 1839 met Adriana Vermeer, geboren te Tilburg 4 maart 1817 en die overleed te Tilburg 7 september 1842, ze was een dochter van Adriaan Vermeer en Maria Catharina van Besauw.
    Johannes hertrouwde te Tilburg op donderdag 12 januari 1843 met Johanna Maria van Breda, dienstmeid, geboren te Tilburg op 31 december 1811 als dochter van Cornelis van Breda en Theresia Claassen en overleed te Tilburg op 6 april 1884.



  • 3. Petrus, te Tilburg gedoopt op 11 juni 1812 en overleden te's Gravenhagen, Oranje kazerne op 10 oktober 1831, 19 jaar oud.
    In het militie register van lichting 1831 staat Petrus als goedgekeurd en woonde hij bij zijn ouders aan de Berkdijk aan de pannenbakkerij.
    Hij stond vermeld als, 1 el, 7 duimen en 8 strepen groot.


 'Bijlage:
Notarieel 167 acte 46, 10.5.1814:
Arnoldus van Roessel, herbergier, wonende te Tilburg wijk Kerk, in qualiteit als voogd over de drie minderjarige kinderen van wijlen Johannes van Roessel en Helena Couwenberg, met name, Marianna, Adriaan en Johannes van Roessel.
Dewelke bij deze tegenwoordige acte heeft verhuurd voor de tijd van drie of zes agtereenvolgende jaren, ter respective keuze van den verhuurder of huurder mits zes maanden voor het eindigen van de drie eerste jaaren behoorlijke waarschuwing doende, die aanwante genomen hebben of zullen nemen, te weten te sinte Marte agtien hondert dertien, de huizinge met hof en vijf lopense ledig land te half april agtien hondert veertien, en het overige akkerland te oigst van denzelven jaar, aan Nicolaas Hamers, bouwman wonende te Tilburg wijk Berkdijk hier tegenwoordig en de huur accepterende.
Eene stede of bouwhoeve bestaande in huizinge, stal, schuur en hof met tien lopensaten weide en zes en twintig lopensaten akkerland, staande en gelegen te Tilburg wijk Berkdijk, gequoteerd letter C. no. 304.
Zoo als gemelde steede of bouwhoeve zich bevinde in reeds bij den huurder is bewoond en gedeeltelijk word gebruikt die evenzulks en om de volledige kennis welke hij mede van het nog aante vaardene akerland is hebbende verklaard daarvan geene nadere aanduiding te verlangen. Van welke steede of hoeve de verhuurder onder den titel van pagter gedurende de vermelde drie of zes jaaren genot zullen laten hebben.
Zijnde deze verhuizing geschied onder de volgende lasten bedongen en voorwaarden, welke den huurder zich verbind naar te komen en te vervullen in der zelver gehelen omvang zonder uit dien hoofde eenige vermindering der hierna bedongen pagt of huur te mogen vorderen, namelijk,
1e Om zijn regt uit hoofde van dit huurcontract aan niemand wie hij ook zij, te mogen afstaan of overdoen noch voor het geheel noch voor eenig gedeelte, zonder de uirdrukkelijke en schriftelijke toestemming van de verhuurder.
2e Om zelv persoonlijk en met zijn geheel huisgezin tot het uiteinden dezer huur te bewonen, de gebouwen van gemelde steede of hoeve, de zelve te voorzien en te onderhouden gedurende den gehelen loop van dit huurcontract van meubelen, granen, beestvoeder, vee en anderen goederen het zij tot gemelde bewoning het zij tot de bebouwing der landen betrekkelijk, zodanig dat de zelve goederen voldoende zijn om de huur of pagt des noods bij excentie daar aan te kunnen verhalen.
3e Om de landerijen zoo wel het laaste als eerste jaar dezer huur ....d te bekennen en dezelve ..... de meidans behoorlijkx te mesten.
4e Om niet te vlaggen in eenige weidens heggen bosschen of houtgewasschen, ten ware met permissie van den verhuurder.
5e Om bij afscheiding of expiratie des huur alles te laten leggen zo als aanvaard heeft, en op dezelvde tijden.
6e Om te onderhouden wegen, stegen, schouwen, waterlaten en anderen naabuurlijke regten zodanig, dat den verhuurder deswegens geen schade kome te leijden als waarvoor den huurder aanspakelijk zal zijn.
7e Om ten zijnen kosten en lasten de huizingen in raparatien van glazen, weegten en wanden te houden.
8e Om te voldoen en betalen zonder eenige korting op de bedongen huur het duuren e..gstergeld of zodanige andere belastinge als dezelve indertijt zonder mogen vervangen.
Partijen zijn expresselijk over een gekomen dat onder deze huur niet begrepen is het hout op de voormelde goederen mogende als hetwelk ten behoeve vanden verhuurder word gereserveerd. Deze huur is daarenboven aangegaan jaarlijks voor eene somme van zes en vijftig guldens tot voorlijf en voor koenpagt hondert vaten rogge te betalen in geld tusschen kersmis en ligtmis volgens de middelmarkt gedurende gemelde tijdperk, alles eerstmaal te verscheinen en betaald moetende wordens te weten: het voorlijf voor half april agtien hondert vijftien, de koren-pagt tegenen kersmis en ligtmis daaropvolgende, en zoo vervolgens jaarlijks tot de aftekerding? of expiratie dezer huur. Voorts zijn nog gecompareerd en tusschen beide gekomen Adriaan Hamers en Matthijs Zoontjes beide landbouwers wonende te Tilburg, dewelke na dat hun door den ondertekende notaris de bovenstaande huurcodicille was medegedeelt en voorgelezen verklaard hebben hun solidum en een voor allen vrijwillig te stellen tot borgen voor gemelden Nicolaas Hamers, ten behoeve vanden verhuurder hier vooren genoemd die sulks accepteerd en dienvolgens hun persoonlijk te stellen verbinden tot de volkomen en geheele nakoming van alle de lasten bedingen en voorwaarden die aan gemelden Nicolaas Hamers bij deze tegenwoordige acte zijn opgelegd en die nakoming te doen als ware het hunne eigene zaak, en als of zij aan voorna ... .. ieder voor het geheel alleen waren verbonden. Om deze ter executie te kunnen leggen verkiezen parthijen domicilie ten gemelden woonhuize.
Gedaan en gepasseerd te Tilburg ten kantore van mij notaris den tienden mei agtien hondert veertien in tegenwoordigheid van Hendrik Knegtel blauwverwer en Christiaan Vinken koperslager, beide wonende te Tilburg als expresselijk hiertoe verslag te getuigen, die deze niet de comparanten met uitzondering van Matthijs Zoontjes welke verklaard heeft niet te kunnen schrijven of tekenen, daar toe door mij gerequeerd zijnde, en mij notaris na gedane voorlezingen hebben getekent. w.g. A: van Roessel. Nicolaas Hamers. Adriaan Hamers. H. Knegtel. Christiaan Vinken. J.A.van Meurs.



Claes tweede huwelijk was te Tilburg op donderdag 24 januari 1822 met Johanna Maria van de Nouweland, dagloonster, die gedoopt was te Riel op 29 juli 1793 als dochter van Johannes van de Nouweland en Anna Brenders, ze overleed te Tilburg op 2 juli 1823.
Johanna Maria van de Nouweland was weduwe van Adriaan Kerkhof, gedoopt te Alphen en Riel op 11 september 1792 en overleden te Riel 18 februari 1820 en die een zoon was van Willem Kerkhof en Adriana van Beeck.


Uit dit huwelijk:

  • 4. Maria Elisabeth, geboren te Tilburg (Berkdijk) op 13 april 1823 en overleden aldaar op 5 december 1825.
    Haar moeder overleed dus binnen 3 maanden na haar geboorte.


Claes derde en laatste huwelijk te Tilburg op maandag 3 maart 1824 met Wilhelma Goijers, dienstmeid en landbouwster, gedoopt te Oisterwijk op 19 mei 1797 en overleden te Tilburg op 21 juli 1829 en ze was een dochter van Francis Goijers em Wilhelma de Backer.

Uit dit huwelijk:

  • 5. Johanna, dagloonster, geboren te Tilburg op 1 mei 1826 en overleden te Hilvarenbeek op 28 april 1861.
    Johanna huwde te Hilvarenbeek op 5 april 1853 met Jacobus Huijbregts, geboren Hilvarenbeek op 11 december 1826 en zoon van Antonij Huijbregts en Maria van Antwerpen.



auteur: Ad. Pijnenburg