Charma, Tricotagefabriek

Deze fabriek is onderzocht door Wagemakers, Ton

N.V. Tricotagefabriek Charma
Afbeelding gewenst
Type bedrijf Tricotageweverij en confectiefabriek
Vestigingsadres Zuid Oosterstraat 46
Datum oprichting 17 september 1931
Datum opheffing 1977
Eigenaars / oprichters Commissaris J.P.J.M. van Besouw; Directeur Herbert E. Kühnert
Opvolging Na oorlog: G.J. Oosterloo; A. Kleintjes
Familieverbanden n.v.t.
Herkomst eigenaars / oprichters Kühnert (Duitsland); J. van Besouw (Nederland)
Herkomst vreemd kapitaal Maatschappelijk kapitaal f 50.000; geplaatst en gestort f 19.000. Uitgegeven 12 schuldbrieven à f 500, onderpand voor machines, rente 8% per jaar.

Algemene omschrijving

September 1931 wordt H. Kühnert geschorst als directeur van de Mechanische Kunstzijde Weverij. Twee redenen kunnen een rol gespeeld hebben: diverse schulden (bleek bij afwikkeling) of de oprichting van de N.V. Tricotagefabriek Charme in dezelfde maand, waar hij directeur wordt. Bij inschrijving bij Kamer van Koophandel blijkt het niet alleen om tricotage te gaan, maar ook confectie. Het bedrijf vestigt zich in de fabriek van de dan-net-in-liquidatie-geraakte Wollengarenspinnerij van A. Arnold- van den Bosch in de Zuid-Oosterstraat. In de lokale kranten van de jaren die volgden verschijnen voortdurend advertenties waarin personeel wordt gevraagd. In 1934 en 1936 wordt Charma fors uitgebreid en worden in totaal ruim 90 elektromotoren geplaatst.

Bij het 10-jarig bestaan in 1941 blijkt het bedrijf uitgegroeid te zijn van 3 naar 240 personen. In de oorlog ontpopt Kühnert zich als een NSDAP-er en in het bedrijf wordt tezamen met de 'N.S. Gemeinschaft Kraft durch Freude' een werkpauzeconcert georganiseerd. Bij dit 10-jarig bestaan in 1941 zien we in de fabriekshal ook een doek met 'Arbeid Adelt'. Het is een leuze van de Reichsarbeitsdienst, een ondersteuningsdienst van de Wehrmacht.

We weten niet hoe en wanneer precies na de oorlog Kühnert als directeur van het toneel is verdwenen. Waarschijnlijk is hij toen opgevolgd door de procuratiehouder G.J. Oosterloo. En na het overlijden van Oosterloo in 1959 is hij opgevolgd door A. Kleintjes, die in 1952 al mede aandeelhouder was geworden. In de jaren zestig, blijkt uit advertenties, dat Charma zich bezighoudt met produceren van dameslingerie en ook actief is op de buitenlandse markt. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig heeft Charma een confectieatelier gevestigd in Tunesië. Het was op dat moment een van de negentien Nederlandse confectiebedrijven in dat land.

In de jaren ’70 van de vorige eeuw komt de klad in de kledingindustrie in Nederland. In 1975 wordt de productie van raschel- en kettingtricotartikelen gestaakt. Er worden 90 werknemers ontslagen. Charma en de Brabantse Tricotagefabriek (ook in Tilburg) kampen beiden met afzetmoeilijkheden en onderzoeken mogelijkheden tot samenwerking. Er volgt een fusie, waarbij A. Kleintjes voor beide fabrieken de directie gaat voeren. Einde van het jaar (1975) staakt de volledige productie van Charma in Tilburg. In 1977 valt definitief het doek voor de resten van het gefuseerde bedrijf door aanzienlijke verliezen. De laatste 50 werknemers komen op straat te staan.


Op onderstaande afbeelding zien we een feestelijke bijeenkomst vanwege het tienjarig jubileum in 1941.

Charma Tricotagefabriek 1941 44839.jpg

Op de volgende afbeelding zien we het bedrijf Charma op de achtergrond. Voor een beschrijving van de groep, zie de fotodatabank van Regionaal Archief Tilburg.

Charma Tricotagefabriek op achtergrond 49712.jpg

Tricotagefabriek Charma was gevestigd in de voormalige Wolspinnerij Ant. Arnold van den Bosch aan de Zuid-Oosterstraat.

Charma Tricotagefabriek in voormalige wolspinnerij Arnold van den Bosch 37534.jpg

Gezinskaart

  • Interne link naar gezinskaart

Opmerkingen

Geheugen van Tilburg

Jeanne Verhagen (1955) eerste baan bij Tricotagefabriek Charma

Jan Haens (1937) kortstondig werknemer bij Tricotagefabriek Charma

Bronnen

P.J.M. van Gorp, Tilburg, eens de wolstad van Nederland. Bloei en ondergang van de Tilburgse wollenstoffenindustrie. Eindhoven : Bura boeken, 1987. pp. 266, 269, 271.